Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Nieuws

Zonder bloeddonoren kan ik mijn werk niet doen, ze zijn onmisbaar

14 juni 2026

Het doneren van bloed kan levens redden. Om alle bloed- en plasmadonoren te bedanken, wordt vandaag Wereld Bloeddonordag gevierd. Terecht, vindt kinderarts-hematoloog Elise Huisman van het Sophia Kinderziekenhuis. ‘Want hun bloed maakt het verschil.’

Een hematoloog is een arts die gespecialiseerd is in aandoeningen van het bloed, het beenmerg en de bloedstolling bij kinderen. ‘Als kinderen niet meer willen buitenspelen, bleekzien, sneller buiten adem raken of moeite hebben met de trap oplopen, trekken ouders terecht aan de bel’, legt Huisman uit. ‘De oorzaak wordt vaak gezocht bij een specifieke klacht, terwijl de klachten soms hun oorsprong hebben in het bloed. Dan begint mijn werk.’

Onderzoek in het ziekenhuis kan zulke bloedproblemen zichtbaar maken. Soms blijkt dat het bloed van een kind onvoldoende zuurstof vervoert, bijvoorbeeld door een laag hemoglobineniveau. Een bloedtransfusie kan dan helpen. Via een infuus krijgt het kind rode bloedcellen van een donor, die het zuurstoftransport overnemen. ‘Zonder bloeddonoren kan ik mijn werk niet doen’, zegt Huisman. ‘Zo simpel is het.’

Kinderen zijn geen kleine volwassenen

Het effect van de bloedtransfusie is vaak snel merkbaar. De hartslag daalt, de jonge patiënt krijgt weer meer kleur en de energie om te spelen of bewegen komt terug. Het lijkt een snelle en makkelijke oplossing, maar zo eenvoudig is het niet, weet Huisman. Want een bloedtransfusie bij een kind is wezenlijk anders dan bij volwassenen.

Kinderen krijgen een transfusie als hun lichaam zelf onvoldoende bloed aanmaakt, bloed verliest of afbreekt. Bijvoorbeeld door ziekte, behandeling of een trauma. Bij te vroeg geboren baby’s speelt bovendien mee dat de bloedaanmaak nog niet volledig op gang is.

Hoewel het donorbloed afkomstig is van volwassenen, vraagt het gebruik bij kinderen om maatwerk. ‘Veel van wat we weten over bloedtransfusies komt uit de volwassenenzorg, maar dat is niet altijd één-op-één toepasbaar op kinderen. Een kinderlichaam is nog volop in ontwikkeling. Dat betekent dat we heel zorgvuldig moeten kijken naar wat we geven, hoeveel en hoe snel’, benadrukt Huisman.

Op zoek naar beter passend bloed

Juist vanwege deze verschillen wordt binnen het Sophia Kinderziekenhuis en het landelijk Netwerk Kind en Transfusie gewerkt aan betere, meer gerichte behandelingen. Onderzoekers kijken bijvoorbeeld naar de vraag wanneer een transfusie precies nodig is en welk bloed het beste past bij een kind in een specifieke fase van ontwikkeling.

Een veelbelovende richting is volgens Huisman het gebruik van bloed uit de moederkoek (placenta), dat na de geboorte beschikbaar is. Dit bloed lijkt qua samenstelling meer op dat van pasgeboren baby’s. ‘Vooral veel te vroeg geboren baby’s zouden hier baat bij kunnen hebben. Het type hemoglobine in placentabloed sluit beter aan bij dat van een baby dan dat van volwassen donoren. We denken daarom dat het beter past bij hun ontwikkeling.’

Geen herstel zonder donor

Volgens Huisman heeft Nederland een goed systeem voor bloeddonatie, maar er zijn altijd nieuwe donoren nodig. Vooral donoren met verschillende achtergronden zijn belangrijk, omdat bloedgroepen per persoon kunnen variëren. ‘Uiteindelijk gaat het erom dat een kind op tijd het juiste bloed krijgt’, aldus Huisman. ‘Daarom zijn bloeddonoren onmisbaar. Vandaag staan we met plezier stil bij hun bijdrage, want hun bloed maakt het verschil.’