Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud

Visie op leren en strategie

Binnen Erasmusarts 2030 werken we aan een toekomstbestendige master Geneeskunde.

De opleidings- en onderwijsvisie beschrijven wat voor type artsen wij opleiden en hoe we dat doen. Voor de master Geneeskunde is aanvullend uitgewerkt hoe deze wordt vertaald naar een visie op leren en een concrete strategie voor onderwijs en toetsing, passend bij de kernwaarden van het Erasmus MC. 

De visie op leren en de strategie voor onderwijs en toetsing vormen samen het fundament voor de master. Ze laten zien hoe we studenten begeleiden in hun ontwikkeling tot competente, reflectieve en maatschappelijk betrokken basisartsen. 

Visie op leren

Inleiding

Het Erasmus MC leidt studenten op tot breed academisch gevormde artsen die maatschappelijk betrokken zijn en goed voorbereid zijn op nieuwe wetenschappelijke, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Het Erasmus MC is gevestigd in Rotterdam, een dynamische, multiculturele en moderne wereldstad. Binnen de masteropleiding Geneeskunde omarmen we de Rotterdamse mentaliteit en passen we de kenmerken van haar samenleving toe. 

Vanuit deze context ontwikkelt de Erasmusarts 2030 zich tot een arts die handelt vanuit een solide (bio)medische kennisbasis en een breed academisch perspectief. De Erasmusarts 2030 zet technologie bewust en kritisch in ter bevordering van een gezonde samenleving en verbindt medische kennis aan professioneel handelen. De Erasmusarts werkt samen in complexe zorgcontexten en neemt verantwoordelijkheid voor patiëntenzorg en maatschappelijke gezondheidszorg vraagstukken.

Competentiegericht opleiden als uitgangspunt

Studenten ontwikkelen zich tot beginnende basisartsen door de geïntegreerde ontwikkeling van kennis, vaardigheden en attitude, ook wel competentieontwikkeling genoemd (de competenties staan omschreven in het Raamplan 2020, zie figuur hieronder).

Deze ontwikkeling wordt ondersteund door geïntegreerd onderwijs en programmatisch toetsen, waarin leren en beoordelen continu met elkaar verbonden zijn. Er wordt een stevige medische kennisbasis gevormd: kennis, vaardigheden en passende attitude worden aangeleerd en geoefend in gesimuleerde of authentieke beroepscontexten, voortbouwend op het fundament van de bacheloropleiding Geneeskunde, en in samenhang in authentieke en maatschappelijk relevante beroepscontexten toegepast. 

De competentiedomeinen van de arts

 

 

 

Kernwaarden als uitgangspunt

Onderwijs en toetsing zijn gestoeld op de kernwaarden van het Erasmus MC: verantwoordelijk, verbindend, ondernemend en eigenheid. Deze kernwaarden vallen samen met de competenties die centraal staan in de ontwikkeling tot basisarts. 

Verantwoordelijk: professioneel en maatschappelijk handelen

Door verantwoordelijkheid te nemen over keuzes en gedrag ontwikkelen studenten persoonlijk leiderschap. Zij leren adequaat te handelen binnen de beroepscontext en (medische) beslissingen nemen, te onderbouwen, afwegingen te maken in complexe situaties en zich te ontwikkelen tot integere zorgprofessionals met open houding. 

Studenten worden gestimuleerd afwegingen te maken tussen medische mogelijkheden, waarden van de patiënt en maatschappelijke gevolgen. Daarbij leren zij hun keuzes academisch te onderbouwen door zelfstandig kennis op te zoeken en deze kritisch te beoordelen. 

Studenten leren reflecteren op hun handelen en blijven zich ontwikkelen, waardoor zij leren omgaan met het maken van fouten en met onzekerheden.

De ontwikkeling van de student wordt gezien als een gedeelde verantwoordelijkheid van en in een wisselwerking tussen studenten, docenten en de opleiding. Studenten nemen verantwoordelijkheid voor hun eigen ontwikkeling door actief deel te nemen aan het onderwijs, zich voor te bereiden en te reflecteren op hun handelen en leerproces. 

Docenten nemen verantwoordelijkheid voor het bevorderen van een uitdagende en veilige leeromgeving, waarin zij studenten begeleiden, cognitief uitdagen en verschillende perspectieven bespreekbaar maken. 

De opleiding draagt de verantwoordelijkheid voor het faciliteren van kwalitatief goed onderwijs, het ondersteunen van professionele docentontwikkeling en het waarborgen van een leerklimaat waarin studenten zich veilig voelen om te leren, te oefenen en zich te ontwikkelen.

Verbindend: leren en handelen in relatie tot anderen

Studenten leren perspectieven te verbinden in interactie met anderen. Tegelijk leren zij zorg te verlenen in de maatschappelijke context van zorg, met oog voor sociale, culturele en maatschappelijke diversiteit. 

Leren in relatie tot anderen

Studenten ontwikkelen hun competenties in samenwerking met medestudenten, patiënten, docenten en andere (zorg)professionals. Feedback en dialoog staan centraal in dit proces. Studenten herkennen en betrekken perspectieven op micro- (patiënt), meso- (team/organisatie) en macroniveau (maatschappij) in hun klinisch redeneren en handelen.

Leren in relatie tot de maatschappelijke context

Studenten leren zorgvraagstukken te benaderen en toe te passen in de sociale, culturele en maatschappelijke context en leren zich te verhouden tot een samenleving die steeds complexer en diverser wordt.

Ondernemend: actief en blijvend ontwikkelen

Studenten kenmerken zich door een actieve en onderzoekende houding en eigenaarschap over het eigen leerproces en ontwikkeling. Zij worden hierbij ondersteund door een leeromgeving waarin feedback, reflectie en inzicht in voortgang centraal staan. 

Deze ontwikkeling strekt zich uit over de gehele opleiding en daarna: studenten leren zich te ontwikkelen en leren hun eigen ontwikkeling blijvend te sturen. Actieve toepassing van het geleerde staat centraal in de onderwijssetting en in de beroepspraktijk. 

Studenten anticiperen binnen de continu veranderende gezondheidszorg op wetenschappelijke, technologische en maatschappelijke uitdagingen door vragen te stellen, kritisch te reflecteren en kansen voor verbetering te signaleren en te benutten.

Eigenheid: professionele en persoonlijke vorming

Studenten ontwikkelen een eigen professionele identiteit op basis van hun ervaringen, waarden en rol als toekomstig zorgprofessional. Binnen de opleiding is ruimte voor verschillen in perspectieven en profielen.

Studenten leren hun kwaliteiten en talenten bewust in te zetten in hun leren en professioneel handelen. Zo ontwikkelen zij zich ieder op een eigen wijze tot basisarts.

Strategie op onderwijs en toetsing

Inleiding

Het onderwijs wordt ontworpen vanuit de te ontwikkelen competenties zoals beschreven in het Raamplan 2020. Deze competenties vormen het uitgangspunt voor zowel het onderwijs als de toetsing: leeractiviteiten, praktijkervaringen en toetsmomenten zijn hier direct op afgestemd en dragen in samenhang bij aan de ontwikkeling van de student tot beginnend basisarts.

Toetsing is vormgegeven volgens de principes van programmatisch toetsen, gebaseerd op actuele (inter)nationale inzichten in toetsing en leren. Deze inzichten ontwikkelen zich doorlopend; de opleiding volgt deze ontwikkelingen en herijkt waar nodig haar werkwijze om de kwaliteit van leren en beslissen te blijven waarborgen.

Dit betekent dat de ontwikkeling van studenten wordt gevolgd aan de hand van een samenhangend en bewust ontworpen programma van datapunten, afkomstig uit zowel onderwijs als coschappen. Deze datapunten omvatten rijke, perspectiefgebonden feedback en zijn primair gericht op het stimuleren en sturen van de ontwikkeling van de student.

Beslissingen over voortgang en bekwaamheid worden niet gebaseerd op afzonderlijke datapunten, maar op een integrale weging van verzamelde informatie, waarbij saturatie (er is beslissing te nemen) een voorwaarde is. 

De besliscommissie interpreteert deze geaggregeerde informatie en neemt op transparante en navolgbare wijze onderbouwde beslissingen over het niveau van beheersing van de beoogde leerresultaten (competenties).

In de master EA2030 wordt kwalitatief hoogstaand onderwijs en toetsing gefaciliteerd door gebruik te maken van de volgende uitgangspunten: 

Onderwijs

  • Binnen het onderwijs staat het leerproces van de student centraal.
  • Ons onderwijs maakt gebruik van complexe, praktijkgerichte vraagstukken uit de Rotterdamse zorgcontext en biedt expliciet ruimte voor maatschappelijke, wetenschappelijke en technologische perspectieven.
  • In ons onderwijs maken studenten gebruik van en nemen deel aan realistische en representatieve casuïstiek, waarin medische, ethische en maatschappelijke afwegingen gemaakt dienen te worden, en er aandacht is voor het werken als (toekomstig) arts. Studenten worden gestimuleerd vragen te stellen, initiatief te nemen en verbeteringen te signaleren op basis van wat zij tegenkomen in de praktijk.
  • Wij maken gebruik van interactieve werkvormen in het onderwijs waar de student verantwoordelijk is voor eigen leerproces/ actief bezig is met kennis vergaren en leren en toepassen etc. Studenten worden uitgedaagd hun keuzes te onderbouwen en in gesprek te gaan met anderen hierover.
  • Docenten begeleiden studenten vanuit vertrouwen, geven ruimte voor zelfstandig handelen passend bij het niveau van de student en veilig voor de zorgomgeving, en bieden gevraagd en ongevraagd gerichte feedback en ondersteuning wanneer dit nodig is. Dit gebeurt in een veilig en vertrouwd leerklimaat.
  • Studenten worden ondersteund in het vormen van hun professionele identiteit en persoonlijke ontwikkeling door het ontwikkelen van zelfinzicht en in het interpreteren van praktijkervaringen via gesprekken en reflectieopdrachten en het actief delen van feedback en ervaringen. 
  • Studenten worden ondersteund in het ontwikkelen van een actieve leerhouding door duidelijke kaders van aanwezigheid.
  • Studenten kunnen accenten aanbrengen in hun eigen leertraject en ontwikkeling.
  • Docenten worden getraind in een passende docentrol.
  • De ontwikkeling van studenten verloopt gefaseerd, waarbij zij groeien in zowel zelfstandigheid als complexiteit van handelen. In het begin van de master ligt de nadruk op gestructureerd leren en begeleiding, terwijl studenten zich geleidelijk ontwikkelen naar zelfstandig functioneren in complexe en onzekere zorgsituaties. 
  • Bij het ontwerpen van het curriculum worden bewuste keuzes gemaakt in wat wel en niet wordt aangeboden. Uitgangspunt hierbij is dat onderwijs gericht is op essentiële competenties voor de beginnend basisarts. Dit betekent dat niet alle mogelijke kennis en vaardigheden expliciet worden onderwezen, maar dat prioritering plaatsvindt op basis van relevantie voor de beroepspraktijk, maatschappelijke ontwikkelingen en het bevorderen van zelfstandig leren.
     

     
 

Toetsing

  • De competentieontwikkeling is leidend in de toetsing en er wordt op curriculumniveau programmatisch getoetst.
  • In toetsing staat het faciliteren en stimuleren van leren centraal, waarbij begeleiding zo veel mogelijk longitudinaal wordt aangeboden.
  • In de toetsmomenten staat het zo realistisch mogelijk toepassen van kennis, en tonen van vaardigheden centraal. Integratie van competenties is hierbij het uitgangspunt.
  • Ontwikkelingsgerichte feedback en dialoog zijn structureel onderdeel van de leeractiviteiten.
  • Er zijn diverse toetsmomenten waarop datapunten worden verzameld, zodat studenten regelmatig feedback krijgen over hun ontwikkeling. 
  • Studenten reflecteren regelmatig op hun groei en ontwikkeling tijdens onderwijsonderdelen en op hun handelen in de praktijk.
  • Studenten hebben inzicht in hun leertraject en monitoren hun voortgang. Digitale ondersteuning, zoals een portfolio en dashboard, faciliteert studenten en opleiding in het inzichtelijk maken van ontwikkeling, het voeren van het leer- en voortgangsgesprek en het onderbouwen van beslissingen.
  • De besliscommissie neemt op strategische momenten in de opleiding, op basis van een steeds rijkere mix aan datapunten, voortgangsbesluiten en geeft overkoepelend feedback over de voortgang en waar nodig adviezen hoe deze door te zetten.

 

 

Quicklinks