Door verantwoordelijkheid te nemen over keuzes en gedrag ontwikkelen studenten persoonlijk leiderschap. Zij leren adequaat te handelen binnen de beroepscontext en (medische) beslissingen nemen, te onderbouwen, afwegingen te maken in complexe situaties en zich te ontwikkelen tot integere zorgprofessionals met open houding.
Studenten worden gestimuleerd afwegingen te maken tussen medische mogelijkheden, waarden van de patiënt en maatschappelijke gevolgen. Daarbij leren zij hun keuzes academisch te onderbouwen door zelfstandig kennis op te zoeken en deze kritisch te beoordelen.
Studenten leren reflecteren op hun handelen en blijven zich ontwikkelen, waardoor zij leren omgaan met het maken van fouten en met onzekerheden.
De ontwikkeling van de student wordt gezien als een gedeelde verantwoordelijkheid van en in een wisselwerking tussen studenten, docenten en de opleiding. Studenten nemen verantwoordelijkheid voor hun eigen ontwikkeling door actief deel te nemen aan het onderwijs, zich voor te bereiden en te reflecteren op hun handelen en leerproces.
Docenten nemen verantwoordelijkheid voor het bevorderen van een uitdagende en veilige leeromgeving, waarin zij studenten begeleiden, cognitief uitdagen en verschillende perspectieven bespreekbaar maken.
De opleiding draagt de verantwoordelijkheid voor het faciliteren van kwalitatief goed onderwijs, het ondersteunen van professionele docentontwikkeling en het waarborgen van een leerklimaat waarin studenten zich veilig voelen om te leren, te oefenen en zich te ontwikkelen.
Studenten leren perspectieven te verbinden in interactie met anderen. Tegelijk leren zij zorg te verlenen in de maatschappelijke context van zorg, met oog voor sociale, culturele en maatschappelijke diversiteit.
Leren in relatie tot anderen
Studenten ontwikkelen hun competenties in samenwerking met medestudenten, patiënten, docenten en andere (zorg)professionals. Feedback en dialoog staan centraal in dit proces. Studenten herkennen en betrekken perspectieven op micro- (patiënt), meso- (team/organisatie) en macroniveau (maatschappij) in hun klinisch redeneren en handelen.
Leren in relatie tot de maatschappelijke context
Studenten leren zorgvraagstukken te benaderen en toe te passen in de sociale, culturele en maatschappelijke context en leren zich te verhouden tot een samenleving die steeds complexer en diverser wordt.
Studenten kenmerken zich door een actieve en onderzoekende houding en eigenaarschap over het eigen leerproces en ontwikkeling. Zij worden hierbij ondersteund door een leeromgeving waarin feedback, reflectie en inzicht in voortgang centraal staan.
Deze ontwikkeling strekt zich uit over de gehele opleiding en daarna: studenten leren zich te ontwikkelen en leren hun eigen ontwikkeling blijvend te sturen. Actieve toepassing van het geleerde staat centraal in de onderwijssetting en in de beroepspraktijk.
Studenten anticiperen binnen de continu veranderende gezondheidszorg op wetenschappelijke, technologische en maatschappelijke uitdagingen door vragen te stellen, kritisch te reflecteren en kansen voor verbetering te signaleren en te benutten.
Studenten ontwikkelen een eigen professionele identiteit op basis van hun ervaringen, waarden en rol als toekomstig zorgprofessional. Binnen de opleiding is ruimte voor verschillen in perspectieven en profielen.
Studenten leren hun kwaliteiten en talenten bewust in te zetten in hun leren en professioneel handelen. Zo ontwikkelen zij zich ieder op een eigen wijze tot basisarts.