Studenten leren tijdens het cursorisch onderwijs de methodologische basis die noodzakelijk is voor het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Denk aan onderzoeksmethoden, biostatistiek en data-analyse, maar ook kwalitatief onderzoek. Het onderwijs vindt plaats in twee losse onderwijsweken gedurende het Wetenschappelijk Traject.
De wetenschappelijke onderzoeksplek vormt de centrale plek van het Wetenschappelijke Traject. Studenten participeren, onder supervisie, in wetenschappelijk onderzoek binnen de volle breedte van de gezondheidszorg. Tijdens de stage doorlopen studenten verschillende fasen van het onderzoeksproces: van het formuleren en onderbouwen van de onderzoeksvraag tot de uitvoering, interpretatie, verslagleging en kennisdeling. Zij leren niet alleen onderzoek uit te voeren, maar ook te plaatsen binnen de maatschappelijke context. Dit onderzoek voeren zij uit binnen verschillende onderzoekscontexten op verschillende onderzoeksplekken, zowel binnen als buiten het ziekenhuis. Denk aan fundamenteel, klinisch of beleidsmatig onderzoek.
Gedurende het onderzoekstraject komen studenten bij elkaar tijdens het cursorisch onderwijs en de terugkomdagen.
De terugkomdagen vormen de verbindende schakel tussen het cursorisch onderwijs en de praktijk van het wetenschappelijke onderzoek. Studenten, verspreid over verschillende plaatsen en contexten, komen tijdens de terugkomdagen samen. Zij zoeken daar inhoudelijk te verdieping op, reflecteren op hun eigen en het proces van de ander, geven en ontvangen feedback en wisselen ervaringen uit.
Het onderwijs tijdens de terugkomdagen sluit aan bij de fase van het onderzoeksproces waarin de student zich bevindt. In kleine groepjes volgen studenten onderwijs, krijgen zij begeleiding, intervisie en krijgen en geven feedback. Denk aan onderwijs over technologie, ethiek, en kennisdeling.