Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Patiëntenfolder

Schildwachtklier procedure

Bij een schildwachtklier procedure verwijdert de chirurg de schildwachtklier, ook wel poortwachtersklier genoemd. Vaak wordt deze operatie gecombineerd met het verwijderen van de tumor van de borst. Hier leest u meer informatie over de voorbereiding, operatie en nazorg.

Download PDF

De schildwachtklier

Cellen van de tumor kunnen losraken en zich verspreiden via de lymfebanen. De lymfebanen komen uit in de lymfeklieren. Als de kankercellen in de lymfeklier komen en daar groeien, noemen we dat een uitzaaiing. In de oksel bevinden zich meerdere lymfeklieren (tot 20 stuks). De schildwachtklier is de eerste lymfeklier waarin kankercellen vanaf de tumor terecht kunnen komen. Deze klier noemen we de schildwachtklier, poortwachterklier of sentinel node.

Het doel van de schildwachtklier-procedure

Door de schildwachtklier tijdens een operatie weg te halen, kunnen we onderzoeken of deze vrij is van tumorcellen. Dat is belangrijke informatie voor het vervolg van de behandeling. Als er geen kankercellen in de schildwachtklier zitten, dan is de kans op uitzaaiingen in de andere lymfeklieren klein.

Er is geen ‘vaste’ schildwachtklier, deze moeten we opsporen. U kunt 1 schildwachtklier hebben, maar het kunnen er ook meer zijn. Meestal vindt deze operatie plaats tegelijk met de borstoperatie. Soms is de schildwachtklier operatie een operatie zonder andere ingreep, voorafgaand aan een behandeling met chemotherapie of immuuntherapie.

Het opsporen van de schildwachtklier

Het opsporen van de schildwachtklier gebeurt door het inspuiten van een vloeistof vlakbij de tumor. De vloeistof volgt dezelfde weg door de lymfebanen als de eventuele kankercellen en hoopt zich op in de schildwachtklier. Op deze manier is het voor de chirurg duidelijk welke klier verwijderd moet worden.

Er zijn twee soorten vloeistof die ingespoten kunnen worden. Welke techniek gebruikt wordt, is afhankelijk van de kenmerken van de tumor en het type operatie. De techniek wordt bepaald door uw behandelteam en dit wordt aan u uitgelegd.

  • Radioactieve vloeistof (Technetium)
Op de polikliniek nucleaire geneeskunde wordt 2 tot 4 keer een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof ingespoten in de huid van de borst. Dit gebeurt op de ochtend van de operatie of een dag ervoor. Na twee uur wordt er een scan gemaakt van u met een speciale camera, dit duurt ongeveer een kwartier. Op de scan is te zien in hoeveel klieren de vloeistof zich concentreert en waar deze klieren precies zitten. Meestal is er 1 radioactieve klier, maar het kunnen er 2 of meer zijn. De klieren die zichtbaar zijn, hebben niet per se tumorcellen. Het geeft alleen aan welke klier de schildwachtklier is. De uitslag van de scan wordt doorgegeven aan de chirurg. De hoeveelheid radioactiviteit is zo klein dat er in de uren tussen het inspuiten en de operatie geen risico is voor uw omgeving. De vloeistof is kleurloos en geeft geen verkleuring van de huid.

  • Fluorescente vloeistof (ICG)
Een nieuwe methode om de schildwachtklier te lokaliseren is het gebruik van een fluorescerende vloeistof (ICG), die met een speciale camera tijdens de operatie zichtbaar wordt gemaakt. De lymfeklieren in de oksel lichten daarbij fluorescerend (groen) op.

Deze techniek heeft als voordeel dat u niet voor de operatie een extra afspraak bij de afdeling nucleaire geneeskunde heeft voor het inspuiten van de vloeistof. Het inspuiten van de ICG vloeistof gebeurt pas wanneer u onder narcose bent. Uit eerder onderzoek blijkt dat deze techniek effectief en betrouwbaar is.

Wanneer u allergisch bent voor jodium of voor schaal- en schelpdieren kan ICG niet worden gebruikt. Ook wanneer u een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie) heeft, kan ICG niet worden gebruikt. De huid kan tijdelijk groen verkleuren op de plek van het inspuiten van de vloeistof; dit trekt binnen 14 dagen vanzelf weg.

Voorbereiding

Nadat u door de chirurg bent voorgelicht over de operatie en welke techniek er wordt gebruikt, wordt de operatie aangevraagd. Voordat de operatie plaats vindt, volgen er nog enkele afspraken.

Gesprek anesthesioloog

De operatie vindt plaats onder narcose . U heeft daarom een gesprek met de anesthesioloog op de polikliniek anesthesiologie. De anesthesioloog bespreekt met u welke medicijnen u eventueel wel of niet mag innemen op de ochtend voor of van de operatie.

Gesprek mammacare-verpleegkundige

De mammacare-verpleegkundige bespreekt met u hoe de dag van opname verloopt en hoe het herstel na de operatie eruitziet en wat dit voor u betekent.

Nuchter zijn

Voor uw operatie moet u nuchter zijn, dat betekent dat u 6uur niet mag eten, drinken of roken. U mag dan nog wel heldere dranken drinken. Bijvoorbeeld water, thee en aanmaaklimonade. Twee uur voordat u in het ziekenhuis moet zijn, mag u ook niets meer drinken.

Ligt u de dag voor de operatie al in het ziekenhuis? Dan vertelt de verpleegkundige hoe laat u nuchter moet zijn.

Gebruikt u medicijnen? Bespreek dit altijd met uw arts. Sommige medicijnen mag u rond de operatie niet innemen. Moet u de medicijnen innemen? Dit mag altijd met een slokje water. Ook in de tijden dat u nuchter moet zijn.

Meer informatie over nuchter zijn bij een operatie leest u in de folder “Nuchter rondom een operatie

De operatie

Het weghalen van de schildwachtklier

Indien er voor techniek 1 (Technetium) is gekozen bent u eerder in het ziekenhuis voor het inspuiten van de vloeistof en de scan die daarbij hoort. Indien er voor techniek 2 (ICG) gekozen is, wordt er tijdens de narcose een groene vloeistof ingespoten vlakbij de tumor. Hier merkt u niets van.

Nadat u onder narcose bent gebracht op de operatiekamer, wordt er een kleine snede gemaakt in de oksel. Tijdens de operatie wordt de schildwachtklier opgezocht met een apparaat wat de straling opvangt van de radioactieve stof (geigerteller) of met een camera die de fluorescente stof in beeld brengt (ICG). De juiste klier wordt verwijderd en opgestuurd naar de patholoog. Hierna wordt de wond gehecht en de narcose gestopt. De operatie duur van de schildwachtklieroperatie is 30 minuten. Vaak combineren we dat met de borstoperatie. Die duurt langer.

Na de operatie

Nazorg en controles

U wordt wakker op de uitslaapkamer waar u intensief wordt verzorgd en begeleid. Als u goed wakker bent gaat u terug naar de verpleegafdeling. De verpleegkundigen houdt goed in de gaten hoe het met u gaat en voeren regelmatig controles uit.

Eten en drinken

Als u zich goed voelt, mag u weer gewoon eten en drinken en uit bed.

Pijnmedicatie

U kunt zo nodig pijnstillers innemen. Hierover krijgt u uitleg op de afdeling.

Naar huis

Als u geplast heeft, u zich goed voelt en de arts toestemming heeft gegeven mag u dezelfde dag nog naar huis.

Leefregels

U heeft een litteken van enkele centimeters in uw oksel, met daarop kleine pleisters. De pleisters mogen er na 1 week af, maar mogen ook tot aan het eerste polikliniekbezoek blijven zitten.

U mag na 48 uur weer douchen. Dep het wondgebied daarna droog.

Bijwerkingen en complicaties

De eerste weken na de operatie kan de wond wat pijnlijk, gezwollen of verkleurd zijn.

Mogelijke bijwerkingen van de operatie zijn gedeeltelijke gevoelloosheid rondom de wond, nabloeding, ontsteking.

De groene kleurstof die gebruikt is, kan uw urine groen kleuren in de eerste 24 uur na de operatie en zorgt ook voor een tijdelijke verkleuring van de borst zorgen.

Het litteken heeft na ongeveer een jaar zijn definitieve vorm.

Het risico op lymfoedeem is heel klein. Wel kan er wat wondvocht ophopen in het litteken. Dit ruimt het lichaam zelf op.

De uitslag

De patholoog- anatoom onderzoekt het verwijderde weefsel (het PA onderzoek). Na ongeveer 10 werkdagen is de uitslag bekend. De chirurg bespreekt deze met u op de polikliniek.

Contact

Wanneer contact opnemen? Neemt u contact op als:
  • Als u koorts krijgt.
  • Als de wond rood, warm en pijnlijk is. Dit kan een ontsteking zijn.
  • Er een zwelling van het wondgebied ontstaat.
  • Heeft u lichamelijke klachten, vragen of bij twijfel, neemt u dan ook contact op tijdens kantooruren met de mammacare-verpleegkundige ( 06-33324918).
Buiten kantooruren (avond, nacht, weekend), kunt u contact opnemen met de afdeling waar u opgenomen was.