Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Patiëntenfolder

Insulinepomp

U krijgt binnenkort een insulinepomp. Of u denkt hierover na. Dit is een hele andere behandeling dan de insulinepen die u gewend bent. Hier leest u meer over een insulinepomp, wat de voor- en nadelen zijn en uw voorbereiding.

Download PDF

Over de insulinepomp

Een insulinepomp is een apparaatje dat steeds een klein beetje insuline afgeeft. Het zit dag en nacht aan uw lichaam vast. Deze kan nauwkeuriger dan de insulinepen de hoeveelheid insuline geven die uw lichaam nodig heeft. De insuline gaat via een slangetje (infusieset) naar een klein plastic of metalen naaldje (de canule van de infusieset) in uw buik, bil, been of bovenarm. Over de infusieset zit een speciale pleister, zodat de canule op zijn plek blijft. Er is ook een insulinepomp die geen slangetje heeft, maar direct op de huid geplakt wordt. Dit heet ook wel een patchpomp. De canule zit dan onder de patchpomp.

De insulinepomp bestaat uit:
  • reservoir met kortwerkende insuline
  • pomp
  • ingebouwde computer
  • batterij / accu
  • afleesscherm
  • knoppen om te bedienen
  • sommige pompen hebben ook een afstandsbediening of een smartphone app
Er zijn 2 soorten insulinepompen. De 1e insulinepomp is een CSII (continue subcutane insuline infusie) insulinepomp. Hier krijgt u insuline via de pomp maar u moet nog wel zelf de pomp instellen en u glucosewaarden in de gaten houden. De 2e insulinepomp is een HCL insulinepomp (hybride closed loop). Deze pomp werkt gedeeltelijk automatisch. Hierdoor hoeft u minder berekeningen zelf uit te voeren. Niet iedereen kan een HCL insulinepomp krijgen.

Continue subcutane insuline infusie (CSII) insulinepomp

Er zijn 2 manieren om insuline te krijgen: met de basaalstand en met een bolus.

De pomp geeft de hele dag door kleine hoeveelheden insuline af. De hoeveelheid wordt per uur ingesteld met een programma. Dit heet de basale instelling, of in het kort: de basaalstand. Dit vervangt de langwerkende insuline die u anders zou spuiten. Doordat u regelmatig insuline krijgt verandert uw bloedsuiker minder vaak dan met langwerkende insuline via een injectiepen.

De 2de manier is de bolus. U geeft zelf bij het eten extra insuline. Dit noemen we een maaltijdbolus of in het kort: bolus. Het is belangrijk dat u uw koolhydraten telt.

U kunt de bolus op meerdere manieren geven:
  • via de knoppen op de pomp
  • met de afstandsbediening
  • of met een app op uw smartphone.
Een bolus is nodig om de stijging van uw bloedsuiker na het eten op te vangen. De pomp berekent hoeveel insuline u nodig heeft. Dit gebeurt op basis van de hoeveelheid koolhydraten die u gaat eten en de hoogte van uw bloedsuiker. Daarom telt u zelf uw koolhydraten.

De pomp bewaart alle gegevens. U kunt later zien hoeveel insuline u uzelf heeft gegeven en wanneer. Dit bekijkt u via de pomp, de afstandsbediening of de app.

Hybride closed loop (HCL) insulinepomp

De HCL insulinepomp werkt samen met een glucose sensor. Dat heet een continue glucose monitor (CGM). De sensor meet steeds uw bloedsuiker. Zo kunt u goed zien hoe uw bloedsuiker verandert. De pomp werkt gedeeltelijk automatisch en geeft zelf meer of minder basale insuline af aan de hand van de waarden van uw bloedsuiker. Soms stopt de pomp even met insuline geven. Dit gebeurt als dat nodig is. De pomp begint vanzelf weer als uw bloedsuiker omhoog gaat.

Is uw bloedsuiker te hoog? Sommige pompen geven dan zelf een bolus af. Voor de maaltijden dient u zelf nog steeds een maaltijdbolus toe op basis van de koolhydraten die u eet.

Niet iedereen kan een HCL pomp gebruiken. U kunt deze pomp alleen krijgen als het vergoed wordt. Dit heet recht op een CGM vergoeding. De regels voor deze vergoeding zijn gemaakt door het Zorginstituut Nederland.

Een insulinepomp heeft voordelen en nadelen.

Voordelen van een insulinepomp kunnen zijn:

  • Uw bloedsuiker verandert minder dan bij een pen.
  • Lagere bloedsuiker (HbA1c) in uw bloed.
  • Minder hypo’s en hypers, deze zijn sneller aan te passen. (Maar hypo’s kunnen niet helemaal worden voorkomen.)
  • De insuline komt in kleine beetjes in uw lichaam.
  • U hoeft niet elke dag te spuiten.
  • U kunt de pomp ’s nachts beter instellen.
  • U heeft meer vrijheid met eten en uw dagindeling.
  • U kunt de pomp makkelijk aanpassen bij ziekte, uit eten gaan, sporten of op vakantie.
  • U kunt de pomp ook makkelijk aanpassen bij reizen naar een ander land of bij onregelmatige werktijden.
  • De pomp helpt u met berekenen hoeveel insuline u nodig heeft (boluscalculator). De pomp onthoudt wat er is gebeurd.
  • U kunt de pomp koppelen aan een sensor die uw bloedsuiker meet (CGM).


Nadelen van een insulinepomp kunnen zijn:

  • In het begin kost het veel tijd om de pomp te leren gebruiken.
  • Sneller kans op ontregeling bij pomp/infusieset problemen. U bloedsuiker wordt dan meestal te hoog. Soms kan uw bloedsuiker ook te laag worden.
  • Heeft u type 1 diabetes? Dan is er meer kans op verzuring (keto-acidose). U leest meer over keto-acidose onder het kopje ‘Keto-acidose of verzuring’ van de informatie over ‘Gebruik insulinepomp’.
  • U wordt steeds herinnerd aan uw ziekte doordat u de pomp draagt.
  • U moet de pomp ook ’s nachts dragen.
  • U kunt makkelijker vergeten om insuline te geven bij het eten (maaltijdbolus).
  • Heeft u een gevoelige huid? Dan kunt u last krijgen van de pleister of de canule.
  • Gaat u op vakantie naar het strand? Het kan dan lastig zijn dat u niet altijd kunt zwemmen met de pomp.
  • U moet altijd extra spullen meenemen.

Wanneer komt u in aanmerking voor de behandeling (pomptherapie)?

  • U heeft voldoende motivatie om te starten met de behandeling (pomptherapie).
  • U heeft type 1 diabetes (type 1 suikerziekte).
  • U heeft type 2 diabetes (type 2 suikerziekte) met hoge insulinebehoefte (resistentie). U krijgt uw diabetes (suikerziekte) matig tot slecht onder controle, zelfs met intensieve insulinetherapie.
  • U heeft last van het Dawn fenomeen: uw bloedsuiker stijgt in het 2e deel van de nacht. En u krijgt hypo’s als u meer langwerkende insuline gebruikt.
  • U heeft grote schommelingen in uw bloedsuiker, en weet niet hoe dat komt.
  • U wilt zwanger worden. Of u bent zwanger en het lukt niet om uw bloedsuiker goed in te stellen met 4x per dag insuline toedienen met de insulinepen.
  • U heeft regelmatig een hypo.
  • U voelt uw hypo's niet aankomen (hypo-unawareness).
  • U bent overgevoelig voor bestanddelen in langwerkende insuline.
  • U heeft ernstige spuitplekken.
  • U heeft angst voor spuiten.
  • U heeft zenuwpijn (neuropathie).


Wanneer komt u niet in aanmerking voor pomptherapie (contra-indicaties)?

  • U heeft niet voldoende motivatie om te starten.
  • U heeft niet genoeg kennis van koolhydraten of bent niet bereid om dit te leren.
  • U kunt de pomp niet zelfstandig bedienen.
  • U bent overgevoelig of allergisch voor 1 van de materialen.
  • U heeft schade in het netvlies van uw ogen (retinopathie) die niet behandeld wordt.
  • U spreekt geen Nederlands of Engels.
  • U heeft psychologische klachten of sociale problemen.
  • U voldoet niet aan alle voorwaarden voor insulinepomptherapie. De voorwaarden zijn:
    • Minimaal 4 keer per dag bloedsuiker controle
    • Genoeg kennis, inzicht en vaardigheden met betrekking tot diabetes en het gebruik van de insulinepomp.
    • Genoeg kennis over uw voeding zoals uw koolhydraten.
    • Verantwoordelijkheidsgevoel.
    • Genoeg motivatie.
    • U kunt afspraken maken met ons wanneer uw doelen niet behaald worden.
    • U gaat akkoord dat u de gegevens van de pomp deelt met ons.
    • U bezoekt regelmatig de internist, diëtist en diabetesverpleegkundige.

Voorbereiding

Voldoet u aan de voorwaarden en wilt u starten met een insulinepomp? Dan bespreken wij dit in een overleg van het diabetesteam (MDO). In dit team zitten verschillende zorgverleners, zoals artsen, diabetesverpleegkundigen, diëtisten, psychologen en een klinisch technoloog (technisch specialist). Denkt het team dat een insulinepomp bij u past? Dan starten we samen met u een voorbereiding.

Deze voorbereiding bestaat uit een aantal afspraken:
  • een afspraak voor uitleg over de pomp
  • een afspraak met de diëtist
  • soms een afspraak met de psycholoog
Let op: dit is alleen een voorbereiding. U vraagt hiermee nog geen insulinepomp aan.


Technisch spreekuur

De klinisch technoloog gaat de volgende onderwerpen met u bespreken:

  • Uw kennis over diabetes, hyper- en hypoglycaemieën en veel andere aspecten komen aan de orde.
  • Het doel, uw motivatie en de verwachtingen van de insulinepomp.
  • De psychologische gevolgen van het leven met de pomp.
  • Voor- en nadelen van pomptherapie.
  • De werking van de insulinepomp en de infusiesetjes.
  • Keuze uit verschillende insulinepompen met draagmogelijkheden en hun voor- en nadelen in gebruik.
  • Keuzemogelijkheden infusieset en canule (slangetje).
  • Bestellen van de materialen.
  • De begrippen basaal en (maaltijd)bolus.
  • Welke soort insuline u gaat gebruiken.
  • Risico op pleisterallergie.
  • Gebruik van glucagon.
  • Logistiek rondom het aanvragen en instrueren van de insulinepomp.
  • Mogelijkheid om informatie te zoeken over de pomp op internet.

Diëtist

De diëtist gaat met u de volgende onderwerpen bespreken:
  • Kennis over uw eten zoals koolhydraten
  • Het leren tellen van de koolhydraten
  • Berekenen van de koolhydraatratio en insulinegevoeligheid

Psycholoog

De psycholoog gaat met u de volgende onderwerpen bespreken:
  • Leren omgaan met het hebben van diabetes
  • Accepteren van het leven met een insulinepomp


Nadat u deze afspraken succesvol heeft doorlopen, bespreken wij u opnieuw in het overleg (MDO). Denkt het team nog steeds dat een insulinepomp bij u past? Dan mag u uw keuze voor een pomp doorgeven.

U komt hiervoor nogmaals bij de klinisch technoloog. U krijgt dan alle informatie over de systemen die er zijn. We zullen na uw keuze de pomp aanvragen. Het is belangrijk dat u kiest voor een pomp die bij u past. Wij zullen u adviseren, maar de keuze is aan uzelf.

De diabetesverpleegkundige doet de aanvraag voor de insulinepomp. Uw zorgverzekeraar beslist of zij de insulinepomp vergoeden. U gebruikt de insulinepomp 4 jaar lang (looptijd/ garantietermijn). U kunt tussendoor niet wisselen van soort of merk pomp. In sommige gevallen heeft u wel de mogelijkheid om eerst 1 tot 3 maanden de pomp te proberen (proefperiode). Binnen die periode kunt u overstappen naar een andere pomp. Of u kunt helemaal stoppen met de insulinepomp-therapie. U bent zelf verantwoordelijk voor het in acht nemen van deze proefperiode.

Na de aanvraag gaan we u ongeveer 2 tot 3 maanden begeleiden. Tijdens deze periode leert u om met de pomp om te gaan. Deze tijd is nodig om u voldoende uitleg en inzicht te geven over de werking van de insulinepomp.

Contact

Algemeen nummer Erasmus MC
  • (010) 704 0704
  • Vraag naar een dienstdoende internist (endocrinoloog).
Poli diabetologie Erasmus MC
  • Bereikbaar: maandag tot en met vrijdag van 08:00u-16:00u
  • 010-7040567 (Bij spoed of vragen die niet kunnen wachten tot de volgende dag)
  • Digizorg chat (bij vragen zonder spoed)
  • poli.diabetologie@erasmusmc.nl (Bij overige vragen zonder spoed)