Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Patiëntenfolder

MCT8 deficiëntie

Informatiefolder voor ouders en wettelijk vertegenwoordigers

Voor de leesbaarheid staat in deze folder meestal “uw kind”. Daarmee bedoelen we ook: de patiënt voor wie u wettelijk vertegenwoordiger bent.

Download PDF

MCT8 deficiëntie is een zeldzame, aangeboren aandoening. Door een verandering in het SLC16A2 gen werkt het transporteiwit MCT8 niet goed. Daardoor komt schildklierhormoon niet goed in sommige cellen, vooral in de hersenen. Tegelijk kan er in andere delen van het lichaam juist te veel werking van schildklierhormoon zijn. Dit kan leiden tot ernstige problemen met ontwikkeling, beweging, voeding en groei.

  • MCT8 deficiëntie is zeldzaam en meestal erfelijk via het X-chromosoom.
  • De aandoening komt vooral voor bij jongens en mannen. Meisjes en vrouwen kunnen drager zijn en zijn meestal niet of veel milder aangedaan.
  • Typische bloedwaarden zijn: T3 verhoogd, T4 of vrij T4 laag tot laag-normaal, en TSH vaak normaal of licht afwijkend.
  • Veel patiënten hebben lage spierspanning in de babytijd, voedingsproblemen, ontwikkelingsachterstand en later vaak spasticiteit of onwillekeurige bewegingen.
  • Behandeling bestaat uit specialistische zorg op maat. Soms wordt tiratricol (Triac) gebruikt om de te hoge T3-werking buiten de hersenen te verminderen.
  • Begeleiding door een kinderarts-endocrinoloog of endocrinoloog, kinderneuroloog, revalidatiearte en diëtist is vaak belangrijk.
MCT8 deficiëntie wordt ook Allan-Herndon-Dudley-syndroom (AHDS) genoemd. In deze folder gebruiken we de naam MCT8 deficiëntie.

De schildklier maakt vooral T4 en ook T3. T3 is de meest actieve vorm van schildklierhormoon. Schildklierhormoon is onder andere belangrijk voor:
  • ontwikkeling van de hersenen
  • groei, energiegebruik en lichaamstemperatuur
  • hartslag en bloeddruk
  • Spieren, botten en gewicht
  • stofwisseling in lever, darmen en andere organen
Om te kunnen werken moet schildklierhormoon een cel binnenkomen. MCT8 is één van de transporteiwitten die helpt om schildklierhormoon de cel in te brengen.



Bij MCT8 deficiëntie werkt dit transporteiwit niet goed. Daardoor kan T3 in sommige belangrijke cellen, vooral in de hersenen, onvoldoende binnenkomen. In de hersenen kan dan te weinig schildklierhormoonwerking zijn. Dit draagt bij aan problemen met ontwikkeling, houding en beweging.

Tegelijk is er in het bloed vaak veel T3 aanwezig. Sommige organen buiten de hersenen kunnen daardoor juist te veel schildklierhormoonwerking ervaren. Dit noemen artsen soms perifere thyreotoxicose. Dat kan bijdragen aan een snelle hartslag, zweten, weinig gewichtstoename en verlies van spiermassa.

De oorzaak is meestal een aangeboren verandering in het SLC16A2-gen. Dit gen bevat de bouwtekening voor het MCT8 transporteiwit. De aandoening ontstaat niet door voeding, stress, medicijngebruik of iets wat ouders tijdens de zwangerschap hebben gedaan.
Soms is de verandering geërfd van de moeder. Soms is de verandering nieuw ontstaan bij het kind zelf.

De klachten verschillen per patiënt. Veel voorkomende klachten of verschijnselen zijn:
  • lage spierspanning als baby, slap aanvoelen of moeite met het hoofd optillen
  • voedingsproblemen, verslikken, reflux, obstipatie of onvoldoende groei
  • ontwikkelingsachterstand, verstandelijke beperking en weinig of geen gesproken taal
  • spierstijfheid, spasticiteit, dystonie of andere onwillekeurige bewegingen
  • problemen met zitten, staan of lopen; veel patiënten hebben hulpmiddelen nodig
  • contracturen, standsafwijkingen, scoliose of pijn door spieren en gewrichten
  • epileptische aanvallen bij een deel van de patiënten
  • snelle hartslag, zweten, prikkelbaarheid, slecht slapen, laag gewicht of weinig spiermassa
Veel kinderen en volwassenen met MCT8 deficiëntie kunnen beperkt praten. Dat betekent niet dat zij geen contact maken of niets begrijpen. Let daarom goed op signalen van plezier, pijn, stress of ongemak.

MCT8 deficiëntie is zeer zeldzaam. Het exacte aantal patiënten is niet bekend. De aandoening wordt waarschijnlijk soms gemist, vooral bij jonge kinderen met ontwikkelingsachterstand en afwijkende schildklierbloedwaarden.

Omdat het gen op het X-chromosoom ligt, hebben vooral jongens en mannen duidelijk verschijnselen. Bij meisjes en vrouwen kan de aandoening zelden ook klachten geven, maar meestal zijn zij drager zonder ernstige neurologische klachten.


Ja, meestal speelt erfelijkheid een rol. MCT8-deficiëntie erft X-gebonden over. Jongens hebben één X-chromosoom. Als daarop de verandering in SLC16A2 zit, krijgen zij meestal klachten.
Als de moeder drager is, is er bij elke zwangerschap 50% kans dat zij de aanleg doorgeeft. Een zoon die de aanleg erft, is aangedaan. Een dochter die de aanleg erft, is meestal drager.
Een gesprek met een klinisch geneticus is belangrijk. Daar kan worden besproken wat dit betekent voor ouders, broers, zussen en andere familieleden, en voor een eventuele volgende zwangerschap.

De diagnose wordt vermoed op basis van de klachten en het bloedonderzoek. Typisch is:
  • T3 verhoogd
  • T4 of vrij T4 laag tot laag-normaal 2
  • TSH vaak normaal of soms licht afwijkend
Dit patroon past niet bij een gewone te snel of te traag werkende schildklier. De diagnose wordt bevestigd met DNA-onderzoek naar het SLC16A2-gen. Soms wordt aanvullend onderzoek gedaan, zoals een MRI van de hersenen, onderzoek door een kinderneuroloog of onderzoek naar voeding, groei, botten en hart.

MCT8 deficiëntie kan op dit moment niet worden genezen. De behandeling richt zich op zo goed mogelijk groeien, ontwikkelen, bewegen, communiceren en comfortabel leven, en op het voorkomen van complicaties.
Vaak is zorg nodig van meerdere specialisten, bijvoorbeeld:
  • kinderarts-endocrinoloog of endocrinoloog
  • kinderneuroloog
  • revalidatiearts, fysiotherapeut, ergotherapeut en logopedist
  • diëtist en zo nodig een maag-darmarts
  • orthopedisch chirurg of cardioloog als daar aanleiding voor is
  • klinisch geneticus
Bij sommige patiënten kan tiratricol (Triac) worden voorgeschreven. Dit middel lijkt op schildklierhormoon en kan helpen om de te hoge T3-werking in andere weefsels dan de hersenen te verminderen. Het wordt alleen gebruikt onder controle van een specialist met ervaring met MCT8 deficiëntie. Het doel, de dosering en de controles worden per patiënt afgesproken.

Gewone schildkliermedicatie, schildklierremmers, radioactief jodium of een schildklieroperatie zijn meestal niet de juiste behandeling voor MCT8 deficiëntie, tenzij er een andere duidelijke reden is.
Start of stop nooit schildkliermedicatie zonder overleg met de behandelend specialist.



De controles worden afgestemd op de leeftijd en klachten van uw kind. Vaak let het behandelteam op:
  • groei, gewicht, voeding, slikken, reflux en obstipatie
  • hartslag, bloeddruk en tekenen van te veel T3-werking
  • schildklierbloedwaarden, vooral T3, T4/vrij T4 en TSH
  • ontwikkeling, communicatie, slaap, pijn en gedrag
  • spierspanning, bewegingsstoornissen, contracturen en scoliose
  • epilepsie of aanvallen als die voorkomen
  • benodigde hulpmiddelen, school, dagbesteding, thuiszorg en ondersteuning voor het gezin
Bijwerkingen hangen af van de behandeling. Bij tiratricol kunnen onder andere zweten, diarree, prikkelbaarheid, onrust of slaapproblemen voorkomen, vooral bij start of dosisverhoging. Ook kunnen bloedwaarden, hartslag of gewicht veranderen. Daarom zijn regelmatige controles nodig.
Bespreek bijwerkingen of zorgen altijd met het behandelteam. Stop niet zelf met medicatie zonder overleg.

Als MCT8 deficiëntie in de familie voorkomt, is overleg met een klinisch geneticus belangrijk vóór een zwangerschap. Er kan dan worden besproken wie drageronderzoek kan krijgen en welke mogelijkheden er zijn bij een kinderwens of zwangerschap.

Als een vrouw drager is, kan zij de aanleg doorgeven aan zonen en dochters. De arts of klinisch geneticus kan uitleggen welke onderzoeken en keuzes mogelijk zijn en wat de voor- en nadelen daarvan zijn.

Neem contact op met uw behandelend arts of polikliniek bij:
  • duidelijke verslechtering van voeding, veel verslikken, uitdroging of snel gewichtsverlies
  • nieuwe of duidelijke benauwdheid, koorts met sufheid, herhaalde luchtweginfecties of verdenking op verslikpneumonie
  • nieuwe aanvallen, duidelijke toename van spasticiteit, dystonie, pijn of ontroostbaar huilen
  • een snelle of onregelmatige hartslag, flauwvallen, pijn op de borst of ernstige zweterigheid
  • bijwerkingen na start of verandering van medicatie
  • een kinderwens of zwangerschap in de familie
  • het advies om schildklierremmers, radioactief jodium, een schildklieroperatie of schildklierhormoon te starten, zodat dit eerst met een deskundige kan worden besproken


  • MCT8: een transporteiwit dat schildklierhormoon helpt om cellen binnen te komen.
  • SLC16A2-gen: het gen met de bouwtekening voor MCT8.
  • T3 en T4: schildklierhormonen. T3 is de meest actieve vorm.
  • TSH: hormoon uit de hypofyse dat de schildklier aanstuurt.
  • Perifere thyreotoxicose: te veel werking van schildklierhormoon in organen buiten de hersenen.
  • Spasticiteit: verhoogde spierspanning waardoor bewegen moeilijker kan zijn.
  • Dystonie: onwillekeurige spiersamentrekkingen of houdingen.
  • Klinisch geneticus: arts die uitleg geeft over erfelijkheid en familieonderzoek.
Voor vragen of aanvullende informatie kunt u contact opnemen met uw behandelend arts of met de polikliniek Endocrinologie via poli.endocrinologie@erasmusmc.nl.