Ga goed voorbereid op reis met diabetes
Of u nu een dagtrip maakt of voor een langere tijd op reis gaat, een goede voorbereiding is nodig als u niet voor verrassingen wil komen te staan. Gebruik de onderstaande handige vakantie checklist, zodat u zeker weet dat u niets vergeet.
https://www.dvn.nl/wp-content/uploads/2024/02/Inpaklijst-Diabetes-Vakantie-Diabetesvereniging-Nederland.pdf
https://www.dvn.nl/wp-content/uploads/2024/02/Inpaklijst-Diabetes-Vakantie-Diabetesvereniging-Nederland.pdf
Reizen buiten Europa
Bekijk de regels voor medicijnen en hulpmiddelen van het land waar u heen gaat bij het consulaat of ambassade. Er zijn landen waar u aanvullende documenten nodig hebt om met bv een hulpmiddel het land binnen te reizen. Op de volgende link vind jehierover meer informatie. https://www.hetcak.nl/medicijnen-mee-op-reis/veelgestelde-vragen/contact-consulaat-ambassade/
Extra medicijnen en hulpmiddelen
We adviseren om 2 keer zoveel hulpmiddelen en medicijnen mee te nemen en deze te verdelen over verschillende tassen. Zo voorkomt u dat u zonder komt te zitten op uw reisbestemming. Reist u binnen Europa, dan kunt u voor uw medicatie ook een internationaal recept meenemen. Uw arts kan die voor u uitschrijven.
https://www.rijksoverheid.nl/wetten-en-regelingen/productbeschrijvingen/medicijnen-op-recept-krijgen-binnen-de-europese-unie-eu
https://www.rijksoverheid.nl/wetten-en-regelingen/productbeschrijvingen/medicijnen-op-recept-krijgen-binnen-de-europese-unie-eu
Uw medicijnen verkrijgbaar op uw bestemming
Komt u toch zonder medicijnen te zitten? Dan moet u ernaar op zoek op uw reisbestemming. Merknamen van medicijnen kunnen in het buitenland anders zijn dan in Nederland. Zorg er daarom voor dat u weet welke werkzame stof er in jouw medicijnen zitten. Deze vind u op de bijsluiter van uw medicijnen. U kunt ook een medische reis verklaring aan uw diabetesverpleegkundige vragen of een medicijnlijst van de apotheek. Ook kan u overwegen om een Europees medisch paspoort te kopen. https://voluitlevenmetdiabetes.nl/product/europees-medisch-paspoort/
Insulinepompen en sensoren
Vraag voor een insulinepomp een leenpomp aan bij uw leverancier. Als uw eigen pomp tijdens uw reis stuk gaat, dan heeft u een leenpomp als reserve. De leenpomp moet vaak ruim van te voren aangevraagd worden. Noteer uw pompinstellingen. Daarmee kunt u uw leenpomp makkelijk instellen als uw eigen pomp het niet meer doet. Neem ruim voldoende sensoren mee op reis. In geval van nood, neem de (internationale) telefoonnummers van de fabrikanten mee, soms sturen zij nog wel diabeteshulpmiddelen op naar uw vakantieadres.
Diabetesmedicatie in handbagage
Stop de diabetesmedicatie en hulpmiddelen altijd in de handbagage. Reist u met iemand samen, doe dan een noodvoorraad in zijn of haar handbagage.
Vliegen met diabetes
- Neem de diabeteshulpmiddelen en insuline en tabletten mee in uw handbagage. In het bagageruim van het vliegtuig kan het vriezen en daar kunnen uw insuline en glucosemeter niet tegen.
- Verdeel de hulpmiddelen en medicatie bij voorkeur over twee tassen van de handbagage
- Vraag voor vertrek na of de sensor of pomp door de scanner kan, indien niet vraag dan om een aangepaste bodycheck.
- Geef bij de security check aan dat u een pomp of sensor draagt en wijs de plekken aan
- Gebruik een koeltas of friotasje om uw medicijnen koel te houden
- Neem een medische verklaring mee waarin staat dat u diabetes heeft en hulpmiddelen en medicatie gebruikt. Vermeld hierbij dat u dit te allen tijde bij moet houden.
- Heeft u snel last van opgezette benen? Reserveer een stoel bij het gangpad, zodat u makkelijk heen en weer kan lopen.
- Drink veel water aan boord van het vliegtuig, daarmee voorkomt u dat u uitdroogt, vanwege de geringe luchtvochtigheid aan boord.
- Bij langere reizen naar het oosten of het westen krijgt u te maken met tijdverschil. Reist u naar Noord – of Zuid Amerika, dan wordt de dag langer. Reist u naar het Midden-Oosten, Azië of Australië, dan wordt uw dag korter.
- Heeft u een insuline pomp? Zet uw pomp bij vertrek al op de tijd van het land van aankomst
- Spuit u insuline met een pen? Tot 4 uur tijdverschil kunt u dit opvangen met kortwerkende insuline. Bij grotere tijdverschillen kan de dosis langwerkende insuline aangepast worden. Overleg met de diabetesverpleegkundige hoe u dit het beste kan doen.
- Controleer tijdens de vlucht regelmatig uw glucosewaarde.
- In de eerste nacht na de tijdswijziging heeft u meer kans op een hypo. Het is verstandig een extra glucosemeting te doen voordat u gaat slapen.
- Er is onderzoek gedaan naar verstoren van de insuline pomp in het vliegtuig, lees hierover in deze link. https://www.diabetes.nl/nieuws/vliegen-kan-insulinepomp-verstoren
Op reis met de auto en diabetes
- Meet voor vertrek uw glucosewaarde
- Vertrek niet bij een glucosewaarde lager dan 6 Mmol.
- Meet tijdens lange autoritten om de twee uur uw glucosewaarde.
- Zorg dat u altijd druivensuiker en langzame koolhydraten binnen handbereik hebt.
- Stop met rijden als u een hypo voelt opkomen. Zet de auto aan de kant en neem druivensuiker en langzame koolhydraten en rijd pas verder als de waarde weer stabiel en hoger dan 6 Mmol is.
- De temperatuur in een auto kan variëren van -20 graden tot +70 graden. Vooral s zomers stijgt in een stilstaande auto de temperatuur snel.
- Laat uw glucosemeter, test strips en insuline daarom nooit in de auto liggen.
- Bij auto’s zonder airconditioning of een gekoeld dashbordkastje kunt u de diabetes benodigdheden het beste in de schaduw bewaren onder de bijrijdersstoel.
- Gebruik een speciaal koeltasje om uw insuline, glucosemeter en test strips in te vervoeren.
Warm weer
Warmte en uw lichaam
Verandering van temperatuur werkt bij iedereen met diabetes anders. De een heeft minder medicijnen of insuline nodig. De ander juist meer. Ook de gevoeligheid voor hypo’s kan veranderen bij warm weer. Belangrijk is om vaker de glucosewaarde te bepalen.
Warmte stimuleert de doorbloeding van uw lichaam. Daardoor worden insuline en tabletten sneller door uw lichaam opgenomen. Dus merkt u sneller een effect van de medicatie en insuline. En heeft u dus minder nodig.
Sommige mensen hebben op een warme dag juist extra insuline of medicatie nodig. Door hittestress kan het zijn dat de glucosewaarden juist hoger zijn en dat u dus extra insuline nodig hebt.
Verandering van de temperatuur is dus voor iedereen verschillend.
Het is belangrijk om veel water te drinken bij warm weer als u diabetes heeft. Wel 1,5 tot 2 liter per dag. Als u minder naar de toilet gaat dan normaal en is uw urine geconcentreerd dan drinkt u te weinig en is er een risico op uitdroging.
Bij het gebruik van een SGLT2-remmer (zoals Forxiga) en het vermoeden dat u uitgedroogd bent, stop tijdelijk het gebruik en neem zo nodig contact op met de poli diabetologie voor overleg.
Warmte stimuleert de doorbloeding van uw lichaam. Daardoor worden insuline en tabletten sneller door uw lichaam opgenomen. Dus merkt u sneller een effect van de medicatie en insuline. En heeft u dus minder nodig.
Sommige mensen hebben op een warme dag juist extra insuline of medicatie nodig. Door hittestress kan het zijn dat de glucosewaarden juist hoger zijn en dat u dus extra insuline nodig hebt.
Verandering van de temperatuur is dus voor iedereen verschillend.
Het is belangrijk om veel water te drinken bij warm weer als u diabetes heeft. Wel 1,5 tot 2 liter per dag. Als u minder naar de toilet gaat dan normaal en is uw urine geconcentreerd dan drinkt u te weinig en is er een risico op uitdroging.
Bij het gebruik van een SGLT2-remmer (zoals Forxiga) en het vermoeden dat u uitgedroogd bent, stop tijdelijk het gebruik en neem zo nodig contact op met de poli diabetologie voor overleg.
Zon en uw lichaam
Gebruik zonnebrand met een hoge beschermingsfactor. Verbranding kan uw diabetes ontregelen. Bent u toch verbrand? Let er dan op dat uw glucosewaarden niet te hoog worden, drink voldoende water en smeer u in met een verkoelende huidcrème of after-sun. Ga niet direct na het spuiten van insuline in de zon liggen of zitten. Door de warmte wordt de insuline extra snel opgenomen en kunt u een hypo krijgen. Wacht liever even en eet eerst iets.
Bij gebruik van Sulfonyl-Ureumderivaten (zoals Gliclazide), dan heeft u meer kans op een hypo bij warm weer. Door de combinatie van de warmte én de tabletten wordt uw glucosewaarde dubbel beïnvloedt. Houdt uw waardes daarom extra goed in de gaten.
Insuline, glucagon en teststrips mogen niet worden bewaard in de warme zon. Door extreme warmte kunnen ze minder goed gaan werken. Ook uw tabletten kunt u beter niet in de volle zon leggen. Let er verder op dat u een aangebroken insulinepatroon of -flacon altijd uit de zon houdt.
Bewaar uw medicatie altijd in een koeltasje op een temperatuur tussen de 2 en 8 graden. Leg het niet te dicht bij de koelelementen. Uw medicatie mag niet bevriezen. Bevriest uw insuline in uw koeltas. Gebruik het dan niet meer. Leg geen insuline in de kofferbak van de auto. Ook moet u uw medicijnen niet in uw auto laten liggen. In de volle zon kan het in de auto binnen een uur 60 graden worden.
Het is belangrijk dat uw insulinepomp niet te warm wordt. Houd deze dus altijd uit de zon. Bescherm de insulinepomp met een shirt of op een andere manier.
Bij gebruik van Sulfonyl-Ureumderivaten (zoals Gliclazide), dan heeft u meer kans op een hypo bij warm weer. Door de combinatie van de warmte én de tabletten wordt uw glucosewaarde dubbel beïnvloedt. Houdt uw waardes daarom extra goed in de gaten.
Insuline, glucagon en teststrips mogen niet worden bewaard in de warme zon. Door extreme warmte kunnen ze minder goed gaan werken. Ook uw tabletten kunt u beter niet in de volle zon leggen. Let er verder op dat u een aangebroken insulinepatroon of -flacon altijd uit de zon houdt.
Bewaar uw medicatie altijd in een koeltasje op een temperatuur tussen de 2 en 8 graden. Leg het niet te dicht bij de koelelementen. Uw medicatie mag niet bevriezen. Bevriest uw insuline in uw koeltas. Gebruik het dan niet meer. Leg geen insuline in de kofferbak van de auto. Ook moet u uw medicijnen niet in uw auto laten liggen. In de volle zon kan het in de auto binnen een uur 60 graden worden.
Het is belangrijk dat uw insulinepomp niet te warm wordt. Houd deze dus altijd uit de zon. Bescherm de insulinepomp met een shirt of op een andere manier.
Blote voeten
Hoe fijn het ook is met warm weer, loop toch zo min mogelijk op blote voeten. Zo voorkomt u wondjes. Controleer uw voeten iedere avond voordat u gaat slapen.
Warm weer en alcohol
Een wijntje of een biertje op het terras in de zon klinkt verleidelijk, maar wees voorzichtig. Zon, warmte, alcohol en een SU-preparaat of insuline gaan niet goed samen. Bij meer dan 1-2 glazen alcohol vergroot uw de kans op te lage glucosewaarden in de nacht als u deze medicatie gebruikt. Drinkt u meerdere glazen alcohol op een warme dag? Neem dan voor het slapengaan een boterham en water. Zo kunt u een hypo en uitdroging voorkomen. Controleer in de nacht een extra keer de glucosewaarden.
Voeding bij warm weer
Bij warm weer eet u vaak anders. Bijvoorbeeld een ijsje of andere zomerse tussendoortjes. Wilt u op een zomerse dag lekker lang aan tafel zitten of op een later tijdstip eten? Geen probleem! Slik uw tablet of spuit uw langwerkende insuline een uur of twee later.
Houd er rekening mee dat bewegen op een warme dag (zwemmen, wandelen, etc.) meer energie kost. Dit kan leiden tot lage glucosewaarden.
Houd er rekening mee dat bewegen op een warme dag (zwemmen, wandelen, etc.) meer energie kost. Dit kan leiden tot lage glucosewaarden.
Pleisters
Pleisters van infuussets, draadloze pompen en sensoren kunnen door water, zweet en zonnebrandcrèmes soms loslaten. Neem daarom – vooral als u langer van huis bent – extra pleisters en infuussets of sensoren mee.
Een pleister heeft twee uur of langer nodig om goed te hechten. Breng dus niet vlak voordat u gaat zwemmen een nieuwe aan. Maak vooraf uw huid goed schoon en goed droog. Voorkom plakproblemen door de volgende maatregelen:
Een pleister heeft twee uur of langer nodig om goed te hechten. Breng dus niet vlak voordat u gaat zwemmen een nieuwe aan. Maak vooraf uw huid goed schoon en goed droog. Voorkom plakproblemen door de volgende maatregelen:
- Smeer geen bodylotion of zonnebrandcrème op uw huid voordat u de pleister plakt.
- Maak de huid schoon met een alcoholdoekje.
- Laat de huid eerst goed drogen, voordat u de pleister plakt.
- Scheer of wax eventuele haartjes weg.
- Draag eventueel uw sensor, pomp of infuusset op een andere plek op uw lichaam.
- Gebruik Skin Tac Wipes. Dit zijn doekjes met sterke lijm. Die smeert u op uw huid en daarop plaats u de sensor.
- Gebruik verschillende soorten fixatiepleisters.
- Fixomull stretch, te koop bij DVN winkel en de apotheek. U kunt daar bijvoorbeeld een ring van knippen die u om uw sensor plakt over de rand van de pleister.
- Opsite Flexigrid. Dit is een transparante, waterdichte folie die u over uw sensor heen kunt plakken.
- Ditzelfde geldt voor Tegaderm en Mepitac fixatiepleister.
- Elastische sporttape, zoals kinesiotape.
Zwemmen met insulinepomp
Heeft uw een insulinepomp? Kijk even in de handleiding of op de website van de fabrikant of u met uw pomp kunt zwemmen en duiken. Kan dit? Controleer hoe lang u onder water mag blijven en hoe diep u kunt.
Is uw insulinepomp niet waterdicht? Koppel hem dan af voordat u gaat zwemmen. Koppelt u de pomp langer dan een uur af? Spuit vervangend kortwerkende insuline. Vergeet niet de pomp na het zwemmen weer aan te koppelen!
Let op: er is een verschil tussen ‘waterdicht’ en ‘waterbestendig of spatwaterdicht’. Waterbestendig of spatwaterdicht betekent dat het niet erg is als uw pomp een beetje nat wordt, maar hij kan niet helemaal onder water.
Is uw insulinepomp niet waterdicht? Koppel hem dan af voordat u gaat zwemmen. Koppelt u de pomp langer dan een uur af? Spuit vervangend kortwerkende insuline. Vergeet niet de pomp na het zwemmen weer aan te koppelen!
Let op: er is een verschil tussen ‘waterdicht’ en ‘waterbestendig of spatwaterdicht’. Waterbestendig of spatwaterdicht betekent dat het niet erg is als uw pomp een beetje nat wordt, maar hij kan niet helemaal onder water.
Koud weer
Wintersport
Gaat u op wintersport? Of is het winters weer in ons eigen land? Kou beïnvloedt uw glucosewaarde. Daarnaast kan extreme kou uw glucosemeter of sensor in de war brengen. En insuline mag absoluut niet bevriezen, want dan werkt het niet meer.
Lees waar u rekening mee moet houden op koude dagen. En bekijk onze handige tips voor als u op wintersport gaat.
Lees waar u rekening mee moet houden op koude dagen. En bekijk onze handige tips voor als u op wintersport gaat.
Kou en uw lichaam?
Kou heeft invloed op uw lichaam. Dit kunnen de gevolgen van kou zijn als u diabetes heeft:
- Uw stofwisseling verloopt sneller. Uw lichaam gebruikt meer energie. Dit kan gevolgen hebben voor hoeveel medicatie u nodig heeft. Overleg dit met uwbehandelaar.
- Uw bloeddruk is hoger. Dit kan uw glucosewaarde verhogen. En uw gevoeligheid voor insuline veranderen.
- Bij nefropathie (nierschade) heeft u vaak meer last van de kou.
- Heeft neuropathie? Dan kan het gebeuren dat u onderkoeling niet op tijd door hebt. Bijvoorbeeld dat uw tenen bevroren zijn. Let daarom extra goed op bij kou.
Uw ritme en routines veranderen
Met koud weer is uw dagritme waarschijnlijk heel anders. Dat verschilt per persoon. Maar ben jij nu druk in de weer met de blaadjes in uw tuin terwijl u eerst weinig actiefs ondernam? Of zit u nu met uw tablet voor de kachel terwijl u eerder dit jaar veel wandelde? Elke verandering in uw beweegpatroon heeft gevolgen voor uw glucosewaarden en medicijn-behoefte.
Ook uw eetgewoonten veranderen vaak met kouder weer. Eet u met de kou lekker stamppot? Gestampte aardappels hebben een heel andere uitwerking op uw glucosewaardes dan een zomerse salade.
Ook uw eetgewoonten veranderen vaak met kouder weer. Eet u met de kou lekker stamppot? Gestampte aardappels hebben een heel andere uitwerking op uw glucosewaardes dan een zomerse salade.
Insuline en tabletten mogen niet bevriezen
Insuline mag niet bevriezen. Gooi uw insuline weg als het bevroren is geweest of als u daarover twijfelt. De werking van andere medicijnen kan ook slechter worden als het bevroren is geweest. Bewaar insuline bij kou dus niet in de auto of op een andere te koude plek.
Kou en uw hulpmiddelen
Uw sensor of glucosewaardenmeter kunnen andere waarden doorgeven als het erg koud is. Check dus liever een keer te vaak. En vertrouw extra op uw gevoel en op de signalen die uw lichaam misschien aangeeft.
Wintersport met diabetes
Staat u graag op ski’s, snowboard of schaatsen? Kou, hoogte, sneeuw en ijs hebben invloed op uw glucosewaarden, op de werking van uw medicatie en uw glucosewaardenmeter. Bereidt u daarom goed voor als u op wintersport gaat. Dit zijn onze tips.
Zorg dat u een goede conditie heeft
Skiën, langlaufen, snowboarden en schaatsen zijn intensieve wintersporten en kosten veel energie. Hoe beter uw conditie, hoe makkelijker u omschakelt naar een hoger energieverbruik tijdens uw wintersport. Werk daarom aan uw conditie voordat u op wintersport gaat. Bijvoorbeeld op de kunstijsbaan of -skibaan.
Voorkom een hypo op de piste
Meer bewegen vergroot de kans op hypo’s. Bij intensief sporten en bewegen is meestal minder medicatie nodig (tot wel vijftig procent minder!). Overleg vooraf met uw arts of diabetesverpleegkundige of u uw medicatie tijdens de vakantie moet aanpassen. En neem genoeg eten, drinken en glucose mee op de piste. Daarmee kunt u hypo’s opvangen.
Voorkom dat insuline bevriest
Bewaar uwdagelijkse diabetesspullen, zoals uw pomp, insuline, glucosemeter en glucose, zo dicht mogelijk bij uw lichaam. Insuline werkt niet meer als het bevroren is geweest. U moet het dan meteen weggooien.
Bescherm uw diabeteshulpmiddelen
Check voor uw wintersport tegen welke temperaturen uw insulinepomp kan. Bewaar uw glucosemeter in ieder geval boven 10-15 graden. Bij lagere temperaturen kunnen glucosemeters onbetrouwbare uitslagen geven. Bescherm ook uw sensoren en teststrips tegen vrieskou.
Houd rekening met hoogte
Hoogte beïnvloedt uw glucosewaarde. Een algemene richtlijn is: hoe hoger op de berg, hoe minder insuline u nodig heeft. Maar dit verschilt per persoon. Meet of scan daarom extra vaak uw glucosewaarde.
Pas op met alcohol
Alcohol heeft een glucose verlagend effect. Wees daarom voorzichtig met alcohol als u daarna nog verder gaat skiën, snowboarden of schaatsen. En gaat u na het skiën naar de aprés-ski? Zorg dat u daarvoor genoeg snelwerkende en langzaam werkende koolhydraten inneemt.
Meer informatie
Contact
Indien u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, kunt u altijd contact opnemen met de poli diabetologie van het Erasmusmc.
Op werkdagen van 8.00 uur tot 16.00 uur zijn we telefonisch bereikbaar op telefoonnummer: 0107040567
Of via de mail: polidiabetologie@erasmusmc.nl
Op werkdagen van 8.00 uur tot 16.00 uur zijn we telefonisch bereikbaar op telefoonnummer: 0107040567
Of via de mail: polidiabetologie@erasmusmc.nl