Voor de ingreep
Voorbereiding thuis
Als u bloedverdunners gebruikt moet u een aantal dagen voorafgaand aan het onderzoek stoppen met het innemen hiervan. Uw uroloog laat u weten om hoeveel dagen het gaat. In een zeldzaam geval is het nodig dat u vóór het onderzoek een antibioticum inneemt. Hierover krijgt u dan vooraf informatie van uw uroloog en een recept.
Wij adviseren u rekening te houden met het vervoer naar huis na het onderzoek. U mag na het onderzoek namelijk niet fietsen en geen zware inspanningen verrichten.
Wij adviseren u rekening te houden met het vervoer naar huis na het onderzoek. U mag na het onderzoek namelijk niet fietsen en geen zware inspanningen verrichten.
Voorbereiding op de polikliniek
Als voorbereiding op de behandeling wordt bij u de blaas geleegd met een katheter en wordt een verdovende vloeistof ingebracht. De katheter wordt daarna meteen verwijderd. De vloeistof moet een half uur inwerken. Daarom wordt u gevraagd in de wachtkamer plaats te nemen.
Tijdens de ingreep
Hoe gaat de behandeling
Het afnemen van een blaasbiopt gebeurt tijdens een cystoscopie (kijkonderzoek van de blaas). Aan het uiteinde van de slang van de cystoscoop zit een lampje en een kleine camera. Via de slang kunnen instrumenten zoals een paktangetje ingebracht worden. De uroloog brengt de cystoscoop via de plasbuis in de blaas. Via de cystoscoop wordt spoelvloeistof in de blaas gebracht. Hierdoor ontplooit de blaas zich, waardoor de binnenkant van de blaas zichtbaar wordt en zo ook het afwijkende plekje in de blaas. U kunt dit proces volgen op een monitor. Door het vullen van de blaas kunt u aandrang krijgen om te plassen. Als u dit aangeeft stopt de uroloog met het vullen van de blaas.
De uroloog neemt het biopt af met een paktangetje. Indien het ontstane wondje in de blaaswand blijft bloeden, zal de uroloog deze dichtbranden middels ditzelfde paktangetje. Voor het dichtbranden is het nodig dat u een stroomgeleidingsplakker op uw been aangebracht krijgt. Dit dichtbranden kan soms gevoelig zijn. Geef dit dan aan. Na het onderzoek kunt u zich weer aankleden en uitplassen op het toilet.
De uroloog neemt het biopt af met een paktangetje. Indien het ontstane wondje in de blaaswand blijft bloeden, zal de uroloog deze dichtbranden middels ditzelfde paktangetje. Voor het dichtbranden is het nodig dat u een stroomgeleidingsplakker op uw been aangebracht krijgt. Dit dichtbranden kan soms gevoelig zijn. Geef dit dan aan. Na het onderzoek kunt u zich weer aankleden en uitplassen op het toilet.
Na de ingreep
Leefregels
Direct na de ingreep mag u niet fietsen en geen zware inspanningen verrichten, totdat de urine helder van kleur ziet. Wanneer u gestopt bent met bloedverdunners vóór het onderzoek, krijgt u van de arts te horen wanneer u deze kunt herstarten. Bij lichte pijnklachten kunt u zo nodig Paracetamol 1000 mg nemen (tot maximaal 4 maal daags 1000mg).
Het is belangrijk dat u na de ingreep ruim drinkt: probeer 2-3 liter te drinken. De blaas en urinewegen worden daarmee schoongespoeld. Dit helpt om mogelijke infecties te voorkomen.
Het is belangrijk dat u na de ingreep ruim drinkt: probeer 2-3 liter te drinken. De blaas en urinewegen worden daarmee schoongespoeld. Dit helpt om mogelijke infecties te voorkomen.
Bijwerkingen en complicaties
Wat zijn mogelijke bijwerkingen en complicaties?
- Na het onderzoek kunt u last hebben van loze aandrang of een branderig gevoel in uw plasbuis. Dit gevoel zal sneller verdwijnen als u ruim drinkt na het onderzoek.
- Het kan zijn dat er na het onderzoek wat bloed in de urine zit. Ruim drinken zal deze klacht verbeteren.
Contact
Wanneer moet u contact opnemen?
- Bij een temperatuur hoger dan 38.5 graden;
- Bij pijn in blaas en/of onderbuik;
- Bij aanhoudende, vervelende en/of brandende pijn tijdens het plassen langer dan 7 dagen;
- Wanneer er veel bloed of bloedstolsels in de urine zit en het bloedverlies na ruim drinken niet vermindert;
- Als het plassen niet meer lukt
Hoe kunt u contact opnemen?
Heeft u vragen of klachten, neemt u dan contact op met het secretariaat urologie op telefoonnummer (010) 704 28 81 of op (010) 704 28 94, bereikbaar op maandag t/m vrijdag.