Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Patiëntenfolder

Voeding en kwaliteit van leven bij behandeling in de palliatieve fase

U zit in de palliatieve fase. Dat betekent dat u niet meer beter kunt worden. Hier geven we u praktische adviezen hoe om te gaan met voeding wanneer de ziekte in de palliatieve fase is.

Download PDF

Met de palliatieve fase de periode bedoelen we de periode waarin er geen genezing meer mogelijk is en met behandeling de voortgang van de ziekte (en de klachten die u daarbij hebt) zo lang mogelijk geremd worden. Symptoombestrijding is een belangrijk onderdeel van palliatieve zorg.

Moeite met eten en onvoldoende kunnen en willen eten legt vaak een grote emotionele druk in de palliatieve levensfase. Vooral voor naasten is het vaak erg moeilijk om te zien. Het ziekteproces is onomkeerbaar en is niet met voeding te beïnvloeden of te verbeteren. Ook is het niet altijd mogelijk de fysieke conditie en het functioneren met voeding te verbeteren. Goede uitleg over palliatieve voeding kan soms opluchting geven.

Goed en voldoende eten is vaak van belang om aan te sterken. En voor iemands eten zorgen, zien we als teken van goede zorg. Maar als genezen niet meer mogelijk is en de ziekte actief is, kan het lichaam niet meer opknappen door voldoende voeding. De eetlust neemt af en voeding wordt vooral aan het eind van deze fase ook vaak niet meer goed verdragen door het lichaam.

Dat de klachten toenemen ligt niet aan u, dit ligt ook niet aan uw naasten, maar is een uiting van de ziekte. Een goede voedingstoestand is geen doel meer, symptomen bestrijden en comfort zijn nu juist belangrijk.

Klachten die vaak voorkomen in de palliatieve fase zijn: gebrek aan eetlust, snel vol gevoel, afkeer van eten, smaak - en reukproblemen, misselijkheid en braken, extreme vermoeidheid, mondproblemen en problemen met de ontlasting. Het is goed om af te wegen wat als fijn en prettig ervaren wordt om te eten en wat niet fijn en prettig meer voelt. Het belangrijkste is dat u eet wat goed gaat en waar u behoefte aan heeft.

Gebrek aan eetlust is vaak het gevolg van de ontregeling van het lichaam door de ziekte. En kan niet altijd verbeteren ondanks dat geprobeerd wordt (met behandeling) de ziekte te remmen of de symptomen te verlichten.

Wanneer er sprake is van verstopping of bijwerkingen van medicijnen, kan dit ook klachten geven. Bespreek dit met uw behandelend (huis)arts.

Voedingsadviezen bij een gebrek aan eetlust en snel een vol gevoel:

  • Kleine aantrekkelijke maaltijden goed verdeeld over de dag in een ontspannen sfeer en omgeving.
  • Gebruik voedingsmiddelen die smaken en nog steeds als prettig worden ervaren.
  • Soms gaan vloeibare voedingsmiddelen beter dan vast voedsel. Deze geven een minder vol gevoel en eten gemakkelijker.
  • Maaltijden en producten die niet (meteen) worden gegeten of gedronken niet lang laten staan. Dan gaat het juist erg tegenstaan.
Afkeer, reuk - en smaakveranderingen worden veroorzaakt door de ziekte. Deze klachten zijn moeilijk te bestrijden als de oorzaak niet kan worden weggenomen. De smaakbeleving komt niet meer overeen met wat iemand vroeger lekker vond. Hierdoor kan vaak geen betrouwbaar antwoord meer gegeven worden op de vraag 'zeg maar wat je lekker vindt'. Soms spelen medicijnen ook een rol.

Voedingsadviezen bij afkeer, reuk - en smaakverandering:

  • Goed kauwen, dit kan de smaak wat verbeteren.
  • Voedingsmiddelen met een te sterke geur vermijden.
  • Koude gerechten gebruiken. Warme gerechten hebben een sterkere smaak en verspreiden meer geur dan koude gerechten.
  • Mogelijk kan smaaksturing zin hebben. Zie hiervoor de link onderaan deze brochure.
  • Gerechten combineren met iets friszoet, zoals appelmoes of vruchtencompote of juist met wat pittigs.
  • Laat bepaalde producten niet bij voorbaat weg. Probeer verschillende en ook voor u ongewone producten uit.
  • Voldoende drinken, probeer 1500 ml of meer te drinken. Voldoende drinken kan soms helpen om klachten als een droge mond of een nare smaak te voorkomen. Zuigen op pepermunt, snoepjes of kauwgom bij een nare smaak in de mond.
  • Een pepermuntje, snoepje of kauwgom kan soms prettig zijn bij een nare smaak of droge mond. Ook kan vaker een slokje drinken of zuigen op ijsklontjes prettig zijn.
  • Een goede mondverzorging is belangrijk.
  • Etensgeuren, schoonmaakmiddelen, tabakslucht of parfumgeuren vermijden. Laat anderen zo mogelijk de maaltijd klaar maken, blijf zelf uit de keuken als er wordt gekookt en ventileer de ruimte goed.
Misselijk zijn is heel vervelend. Het kan verschillende oorzaken hebben. Het kan een bijwerking van de ziekte zelf zijn maar bepaalde medicijnen kunnen ook misselijkheid veroorzaken.

Voeding is meestal niet de oorzaak van misselijkheid. Door misselijkheid kunt u wel minder gaan eten en drinken.

Voedingsadviezen bij misselijkheid en braken:

  • Eet en drink op het moment dat u minder misselijk bent. Forceer het eten niet.
  • Eet vaker kleine, lichte maaltijden of snacks in plaats van grote maaltijden. Een lege maag kan ook een misselijk gevoel geven.
  • Kies voor koude gerechten of laat het eten eerst afkoelen. Koude gerechten lukken vaak wat beter dan warme gerechten.
  • Voldoende drinken, te weinig drinken kan misselijkheid verergeren.
  • Zuigen of kauwen op een ijsklontje, kauwgom, een waterijsje, stukjes zacht fruit of pepermunt kan soms helpen. Ook gember kan soms helpen tegen misselijkheid.
  • Blijf na de maaltijd nog even rustig rechtop zitten, ongeveer een half uur. Vermijd plotseling bukken of te snel bewegen.
  • Proberen of het drinken van coca cola, ginger ale of andere koolzuurhoudende dranken helpt.
  • Soms helpen medicijnen tegen de misselijkheid. Overleg hierover met uw (huis)arts of verpleegkundig specialist.
Vermoeidheid kan worden veroorzaakt door ziekte. Voldoende rust is belangrijk, maar alleen rust lost het probleem doorgaans niet op. Wanneer mogelijk kan bewegen en actief met iets bezig zijn helpen het gevoel van vermoeidheid te verminderen.

Voedingsadviezen bij ernstige vermoeidheid:

  • Eten op tijdstippen dat u minder moe bent.
  • Gebruik maken van magnetron, kant-en-klaarmaaltijden, producten in blik of glas, diepvries of koelmaaltijden.
  • Bij ernstige vermoeidheid wanneer kauwen/slikken moeizaam gaat, gebruik maken van zachte, vloeibare gerechten.
  • Zorg dat u ontspannen zit tijdens het eten, bijvoorbeeld in een lekkere stoel of zittend op bed.
De voedingsadviezen bij mondproblemen zijn afhankelijk van wat voor problemen er zijn. De klachten worden veroorzaakt door de ziekte, medicatie of behandeling en kunnen het eten sterk bemoeilijken. Overleg met uw (huis)arts of verpleegkundig specialist. Mogelijk kan medicatie, of het aanpassen van de medicatie, helpen om de (oorzaak) van de klacht te verminderen. Ook is een goede mondhygiëne van belang.

Voedingsadviezen bij een pijnlijke mond en beschadigde slijmvliezen:

  • Gebruik zachte, smeuïge of vloeibare voeding.
  • Gebruik geen scherpe, erg zure, sterk gekruide, of erg zoute producten.
  • Geen harde voedingsmiddelen die pijnlijk kunnen zijn.
  • Gebruik van een kort afgeknipt rietje; dit is vaak prettiger omdat zuigen dan minder moeite kost en de drank minder in contact komt met de slijmvliezen van uw mond.
  • Wees voorzichtig met hete dranken en maaltijden. Drink bij voorkeur op kamertemperatuur. Ook kan het soms prettig zijn om ijsklontjes in het drinken te doen.
  • Probeer of ijsklontjes in dranken, waterijsjes of ijsschaafsel bevalt.
  • Een goede mondverzorging is belangrijk.

Voedingsadviezen bij een droge mond:

  • Een droge mond gaat vaak samen met taai, draderig speeksel.
  • Regelmatig de mond spoelen of sprayen met kraanwater of koolzuurhoudend bronwater; eventueel Biotene Orale Balance gel gebruiken.
  • Fris/zure voedingsmiddelen voor een mogelijke toename van speeksel, zoals ananas, augurk, komkommer, appel, tomaat, citroen of sinaasappel.
  • Bij iedere hap iets drinken, door kauwen vocht en voeding vermengen.
  • ls het mogelijk is, probeer dan te blijven kauwen. Dit stimuleert de speekselproductie en kan helpen tegen een droge mond. Als kauwen lastig is, kies dan voor zachte of vloeibare voeding.
Obstipatie oftewel een moeilijke stoelgang of verstopping betekent dat u moeite heeft om naar de wc te gaan. Dit kan verschillende oorzaken hebben.

Het kan bijvoorbeeld komen doordat u minder beweegt, medicijnen gebruikt die de stoelgang beïnvloeden, weinig eet of te weinig drinkt of te weinig fijne vezels gebruikt.

Wanneer een vernauwing van de darm de oorzaak is, bijvoorbeeld door een tumor of na een operatie, vraag dan uw (huis)arts of diëtist om advies.

Het hebben van obstipatie kan veel klachten geven Vaak is zogenaamde laxantia nodig om de ontlasting te verbeteren. Voeding kan niet alles verhelpen.

Voedingsadviezen bij obstipatie:

  • Gebruik voldoende vezels uit groenten, fruit en volkoren producten
  • Drink voldoende, zo mogelijk 2 liter per dag (tenzij uw arts wat anders voorschrijft) Wees voorzichtig met vezelproducten als u niet voldoende kunt drinken.
  • Probeer zo goed mogelijk te bewegen.
  • Bespreek met uw (huis)arts of laxantia voor u geschikt zijn.
Mogelijk bent u al langer bekend met een dieet waarbij dieetbeperkingen gelden en u door deze adviezen niet voldoende kunt eten. Denk bijvoorbeeld aan een cholesterol beperkt of een zoutbeperkt dieet. Overleg dan met uw behandelaar en/of diëtist hoe u hier het beste mee kunt omgaan.

Ook wanneer u al langer aanvullende drinkvoedingen gebruikt, is het belangrijk om dit met uw (huis)arts of diëtist te bespreken.

Voor meer informatie over voeding in de palliatieve fase kunt u altijd een gesprek aanvragen met een diëtist. Bespreek dit met uw arts of verpleegkundige.

Als u nog vragen heeft en onder behandeling bent bij een diëtist van het Erasmus MC kunt u contact opnemen via:

Telefoon: (010) 703 30 55 van maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 12.30 uur of via de mail:

dietetiek@erasmusmc.nl