Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Patiëntenfolder

Hypoglykemie bij jonge kinderen

Voorkomen van een te lage bloedsuikerspiegel bij jonge kinderen

Download PDF

Over hypoglykemie

Stofwisseling

Als uw kind eet, komt het voedsel in de darm. Daar verwerkt het lichaam voeding. Dit heet stofwisseling.

Het lichaam breekt het voedsel af tot 3 verschillende voedingsstoffen: eiwitten, vetten en koolhydraten. De darmen nemen deze voedingsstoffen op in het bloed.

Koolhydraten (zoals zetmeel en suikers) worden verder afgebroken tot glucose. Glucose is de brandstof van het lichaam: voor de hersenen, spieren en alle andere cellen die energie nodig hebben.

Alle glucose die niet meteen wordt gebruikt voor energie, slaat het lichaam op in de lever en de spieren. Als er weinig glucose in het bloed zit, haalt het lichaam dit uit de voorraad in de lever en de spieren.

Wat is hypoglykemie?

Soms heeft het lichaam veel glucose nodig. Bijvoorbeeld als uw kind veel beweegt, of als hij of zij ziek is. Het lichaam gebruikt dan de voorraad in de lever en de spieren. Is er te weinig voorraad? Dan kan er een tekort aan glucose ontstaan. Dit heet hypoglykemie.

Jonge kinderen kunnen moeilijker hun bloedsuiker stabiel houden. Daarom komt hypoglykemie vaker voor bij peuters dan bij volwassenen.

Adviezen bij hypoglykemie

Hoe vaak moet uw kind eten?

Jonge kinderen hebben vaker eten nodig. Geef uw kind op een dag:
  • 3 hoofdmaaltijden,
  • 2-3 tussendoortjes.
Zorg er daarnaast voor dat uw kind elke 3 tot 4 uur iets eet met koolhydraten. Dit kan een tussendoortje of een maaltijd zijn.

Laat uw kind niet te lang zonder eten. Hoe lang dit mag, hangt af van de leeftijd. Overleg dit met uw arts of diëtist.

Wat kan uw kind het beste eten?

Geef uw kind vooral langzame koolhydraten (ook wel complexe koolhydraten of polysachariden genoemd). Deze koolhydraten worden langzaam afgebroken door het lichaam. Daardoor komt de glucose langzaam en geleidelijk in het bloed en blijft de bloedsuiker stabiel.

Voorbeelden van langzame koolhydraten zijn:
  • volkorenbrood of volkoren crackers,
  • pap met granen (bijvoorbeeld Bambix),
  • aardappelen,
  • volkoren pasta,
  • zilvervliesrijst,
  • groente en fruit met schil.
Als tussendoortje kunt u uw kind bijvoorbeeld te eten geven:
  • een snee bruinbrood of volkorenbrood met beleg,
  • een cracker met beleg,
  • soep met vermicelli,
  • schoolkoek (mueslireep of evergreen),
  • ontbijtkoek of krentenbol,
  • fruit (met schil als dat kan),
  • beker melk of flesvoeding.
Geef uw kind minder snelle koolhydraten (ook wel mono- en disachariden genoemd). Deze koolhydraten worden snel afgebroken in het lichaam. Hierdoor komt er ineens veel glucose in het bloed. De bloedsuiker stijgt snel, maar daalt daarna ook weer snel. Dit kan voor schommelingen zorgen.

Voorbeelden van snelle koolhydraten zijn:
  • limonade,
  • snoep,
  • koek,
  • wit brood,
  • gewone suiker.

Nachtpauze

De nachtpauze is de tijd tussen de laatste voeding 's avonds en de eerste voeding 's ochtends. U bepaalt samen met de arts hoe lang deze nachtpauze voor uw kind mag zijn. Meestal is de pauze tussen de 8 en 12 uur. Door de nachtpauze zo goed mogelijk te regelen, voorkomt u dat uw kind een te lage bloedsuiker krijgt in de nacht.

Om de nachtpauze te overbruggen, kunt uw kind ’s avonds om 22.00 uur Fantomalt geven. Dit is een poeder met koolhydraten. U kunt Fantomalt krijgen op voorschrift van de arts. Lukt het niet om deze laatste voeding aan uw kind te geven? Maak uw kind dan na 4 uur wakker en geef hem of haar iets te eten, bijvoorbeeld een melkproduct (halfvolle melk/halfvolle yoghurt) met 1 maatschepje Fantomalt.

Als uw kind ziek is

Als kinderen ziek zijn, kunnen ze minder goed eten of kunnen ze voedingsstoffen minder goed opnemen. Bijvoorbeeld door koorts, spugen of diarree. Hierdoor kan de bloedsuiker te laag worden. Daarom is het extra belangrijk dat uw kind genoeg koolhydraten binnenkrijgt.

Bied uw kind regelmatig over de dag iets te eten of te drinken aan. Lukt dit niet? Zorg dan dat uw kind genoeg drinkt. In dit drinken kunt u schepjes Fantomalt oplossen. In het schema hieronder ziet u hoe vaak en hoeveel drinken u kunt geven. Ook staat erbij hoeveel schepjes Fantomalt u kunt geven.

Leeftijd (jaren)Gewicht (kg)Vocht (ml)Aantal keer per 24 uurHoeveelheid (ml)Fantomalt (schepjes) in water/boullion/thee zonder suiker per portieFantomalt (schepjes) in limonade/vruchtensap per portie
1 t/m 2 10 kg100 ml/kg = 1000 ml8 keer1253 schepjes0,5 schepjes
12 kg1100 ml8 keer1403 schepjes0,5 schepjes
3 t/m 515 kg1280 ml8 keer1604 schepjes0,5 schepjes
17 kg1360 ml8 keer1704 schepjes 0,5 schepjes
19 kg1450 ml8 keer1804 schepjes 0,5 schepjes
6 t/m 1020-25 kg1500-1600 ml8 keer1905 schepjes1 schepje
26-30 kg1600-1700 ml8 keer2005 schepjes1 schepje
30-33 kg1700-1800 ml8 keer2205 schepjes1 schepje



Contact

Wanneer contact opnemen?

Lukt het uw kind niet om te eten of te drinken? Dan moet u contact opnemen met de dienstdoende kinderarts metabole ziekten via het algemene nummer van het Erasmus MC (010) 7040704. Vraag naar de dienstdoende kinderarts. De arts kan u advies geven, of uw kind opnemen voor een infuus als dat nodig is.

Contactgegevens

Heeft u vragen? Of heeft u meer informatie nodig? Of wilt u een afspraak maken met een diëtist? Als uw kind onder behandeling is bij een diëtist van het Erasmus MC Sophia kunt u ons bereiken via:
  • (010) 7033055 van maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 12.30 uur
  • dietetiek@erasmusmc.nl
Vragen voor de metabole dokter (GEEN SPOED); kunt u mailen met metaboolcentrum@erasmusmc.nl