Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud

Coschappen

Tijdens de coschappen ontwikkelen studenten stap voor stap van coassistent naar basisarts. Ze leren op verschillende werkplekken binnen en buiten het ziekenhuis: door actief deel te nemen aan de patiëntenzorg, samen te werken met verschillende zorgprofessionals en steeds meer verantwoordelijkheid te dragen.

De coschappen vormen één doorlopende ontwikkellijn. Studenten beginnen niet bij ieder coschap opnieuw, maar bouwen voort op wat zij eerder hebben geleerd en ervaren. Naarmate de master vordert, neemt hun zelfstandigheid toe en leren zij medische kennis, klinisch redeneren, communicatie, samenwerking en professioneel handelen steeds meer geïntegreerd toe te passen. 

Ontwerp en ontwikkelfases

De dagelijkse patiëntenzorg is de belangrijkste leeromgeving tijdens de coschappen. Studenten kijken niet alleen mee, maar nemen actief deel aan de praktijk. Zij voeren gesprekken met patiënten, onderzoeken en beoordelen patiënten, oefenen medische handelingen en denken mee over diagnostiek en behandeling. 

De zelfstandigheid van een coassistent ontwikkelt zich verder gedurende de coschappen. Dit kan per coassistent verschillend verlopen. Studenten krijgen steeds meer ruimte en verantwoordelijkheid, passend bij hun bekwaamheid en altijd binnen de kaders van veilige patiëntenzorg. 

Een veilig en stimulerend leerklimaat is daarvoor essentieel. Studenten moeten zich welkom voelen in het team, vragen kunnen stellen, kunnen oefenen en onzekerheden en fouten kunnen bespreken. Coschapbegeleiders en andere zorgprofessionals creëren deze leermogelijkheden en begeleiden studenten bij het zetten van volgende stappen. 
Naarmate de master vordert, veranderen ook de verwachtingen. Studenten krijgen steeds meer ruimte om zelfstandig te handelen, verantwoordelijkheid te nemen en kennis en vaardigheden geïntegreerd toe te passen. Zo groeien zij van leren deelnemen aan de patiëntenzorg naar steeds zelfstandiger functioneren richting het niveau van een basisarts. 

Studenten hebben daarin zelf een actieve rol. Zij formuleren leerdoelen, zoeken leermogelijkheden op en nemen steeds meer regie over hun eigen ontwikkeling. 

Studenten volgen hun ontwikkeling in een persoonlijk dashboard. Daarin komt de feedback samen die zij tijdens hun coschappen verzamelen en zien zij waar zij staan en welke volgende stappen zij kunnen zetten.  

Tijdens de coschappen verzamelen studenten op verschillende momenten narratieve feedback van zorgprofessionals die hen in de dagelijkse praktijk meemaken. Concrete observaties en adviezen geven inzicht in wat zij al beheersen en wat een volgende stap kan zijn. Op verschillende momenten laten studenten hun vaardigheden (KBA’s) observeren. 

In een vaste gesprekscyclus bespreken studenten hun ontwikkeling, stellen zij doelen en bepalen zij wat nodig is om verder te groeien. De verschillende feedbackmomenten helpen hen zo om bewust richting te geven aan hun eigen leerproces. 

Feedback geven en beslissen over de voortgang zijn bewust van elkaar gescheiden. Feedback is in de eerste plaats bedoeld om van te leren. De zorgprofessional die feedback geeft, beslist daarom niet over de voortgang van de student. Een besliscommissie kijkt naar het geheel van de ontwikkeling in een serie coschappen, en komt op basis daarvan tot een beoordeling. 

Al deze informatie komt samen in het dashboard. Zo zien studenten waar zij staan en wat een passende volgende stap in hun ontwikkeling is. 

Lees meer over toetsing op de website van Programmatisch Toetsen.

Quicklinks