Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud

Nieuwe eindopdracht maakt bachelorniveau zichtbaar

10 juli 2026

Geneeskundestudenten beginnen in september met het derde én laatste studiejaar voordat ze klaar zijn met de bacheloropleiding Erasmusarts 2030. Een nieuw curriculum met een nieuwe wijze van toetsen brengt ook vragen met zich mee. Behalen studenten op het eind van de opleiding het beoogde eindniveau? Daan Noij deed voor zijn Seniorkwalificatie Onderwijs (SKO) onderzoek naar.

De bacheloropleiding EA2030 is in september 2024 gestart en de eerste studenten rondden hun bachelor in 2027 af. Het hele curriculum ging op de schop, van nieuwe onderwijsmethodes tot nieuwe wijze van toetsen. Elk stukje onderwijs werd opnieuw ontwikkeld met artsen, onderzoekers en andere zorgprofessionals als onderwijsontwikkelaars.  

Nadat het eerste jaar was afgerond, viel Daan Noij, coördinator van het Casusgestuurd Onderwijs, een aantal dingen op. ‘Met de vooraf opgestelde toetskaders bleek na het eerste jaar dat het een uitdaging zou worden om aan het eind te kunnen oordelen dat de studenten het juiste niveau hebben bereikt', vertelt Daan. Daarnaast ontwikkelde ontwikkelaars los van elkaar onderwijs. ‘Hierdoor was er geen tijd meer om vooraf dubbelingen of hiaten te identificeren. Met de bestaande beoordelingssystematiek werden de verschillende competenties, zoals samenwerken, leiderschap en communicatie, niet voldoende vaak en soms met te weinig diepgang gewaardeerd.’ 


De Seniorkwalificatie Onderwijs (SKO) is een traject voor docenten in het hoger onderwijs, gericht op het verdiepen en verbeteren van hun positie in het onderwijs. In de SKO ligt de nadruk op het uitvoeren van een eigen onderwijsproject, waarmee je bijvoorbeeld werkt aan innovatie van een vak of onderdeel van een curriculum. Hiernaast werk je aan de verschillende rollen waar je mee te maken krijgen, zoals visionair, ontwerper, mentor, reflector, verbinder en evaluator. Lees meer


Eindopdracht 

Daan vond dit de perfecte vraag voor zijn Seniorkwalificatie Onderwijs (SKO). ‘Het doel is om een eindopdracht te ontwikkelen om te bevestigen dat de studenten een voldoende eindniveau hebben bereikt aan het einde van de bachelor geneeskunde.’ Daarom ontwikkelden Daan, Sid Morsink, coördinator van het Projectonderwijs, en Floor van Rosse, coördinator van het Programmatisch Toetsen, een eindopdracht waarin studenten geïntegreerd worden beoordeeld op competenties zoals maatschappelijk handelen, academisch denken, communicatie, samenwerking, leiderschap en professionaliteit. 

Studenten doen voor de eindopdracht onderzoek naar een vraagstuk binnen de ouderenzorg, delen de resultaten tijdens een posterpresentatie en doen mee aan een ethische discussie met medestudenten. ‘In de eindopdracht is het aan de studenten zelf om hun eerdere kennis en kunde te integreren en vervolgens zelf keuzes te maken en deze te verantwoorden. Op deze wijze is er ruimte voor competentiegroei zonder dat er veel nieuwe stof hoeft te worden aangeboden.’  

‘Ondanks de grote tijdsdruk en diverse belangen hebben we toch de juiste mensen bij elkaar hebben gekregen om binnen een groot project als EA2030 al draaiende een relevante wijziging door te voeren in een draaiend curriculum.’ - Daan Noij

Meer samenwerking

Naast de inhoudelijk opdracht keek Daan ook naar de organisatie. Zo ontstond er een werkgroep deelcompetenties met alle vertegenwoordigers van de zwaartepunten en (deel)competenties. Ook de onderwijsontwikkelaars kwamen samen in een structureel overleg waarin ze voorgang delen en feedback gaven. Op deze manier zijn ontwikkelaars beter op de hoogte van elkaars voortgang en is betere afstemming mogelijk. Daan speelde daarin actief als verbinder tussen de ontwikkelaars, onderwijskundigen en opleidingsdirectie om de samenwerking tussen afdelingen te bevorderen.

Veel geleerd

Daan heeft dankzij het SKO meer geleerd over zijn rol en over onderwijsontwikkeling. ‘Nu waren we soms al begonnen met de onderwijsontwikkeling, terwijl nog niet helemaal duidelijk was waar het precies op moest uitkomen.’ Bij een volgende onderwijsvernieuwing wil hij daarom nadrukkelijker werken vanuit een duidelijke volgorde: eerst gezamenlijk bepalen wat het eindproduct moet zijn en waar het onderwijs naartoe werkt, vervolgens in kaart brengen wat het vertrekpunt is en pas daarna de concrete invulling ontwikkelen.