Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Patiëntenfolder

Voedingsadviezen na een buismaagreconstructie

Download PDF

Over de buismaagreconstructie

Hoe werken de slokdarm en de maag?

Als u eet, dan gaat het voedsel via uw mond en de slokdarm naar de maag. De slokdarm duwt het eten omlaag. Tussen de slokdarm en de maag zit een sluitspier (slokdarmsfincter) dat ervoor zorgt dat de maaginhoud niet terugstroomt naar de slokdarm. In de maag wordt het eten tijdelijk opgeslagen, gekneed, vermengd met maagsap en gedeeltelijk verteerd. Onderaan de maag zit nog een sluitspier (pylorus), deze zorgt ervoor dat het eten langzaam naar de darmen gaat.

Wat verandert er na de operatie?

Tijdens de operatie wordt (een deel van) de slokdarm en het bovenste gedeelte van de maag (inclusief de slokdarmsfincter) verwijderd, zie linker tekening. Van het overgebleven gedeelte van de maag maakt de chirurg een buis zodat er een nieuwe verbinding is, zie rechter tekening. Dit heet een buismaag.

buismaagreconstructie

Stippellijn: deel van de slokdarm, maag en lymfeklieren wat verwijderd wordt.

Bron: RadboudUMC, illustrator: Maartje Kunen (Medical Visuals)


Algemene informatie en adviezen

Gevolgen van het veranderde maag-darmkanaal voor de voeding

Na de operatie heeft u een buismaag. De buismaag is veel kleiner dan uw oude maag. Er past ongeveer 250-300 ml/gr eten of drinken in, dit komt overeen met de inhoud van een soepkom.

De invloed van de operatie op uw voedingsinname

Door de operatie en de lichamelijke veranderingen, kunnen er klachten ontstaan die het eten en drinken moeilijker maken. Mogelijke klachten zijn onder andere minder eetlust, snel een vol gevoel, een andere smaak, misselijkheid, braken en diarree. Ook kunnen pijn en angst ervoor zorgen dat het eten en drinken moeilijker gaat. Onderstaande voedingsadviezen geven aan hoe u het beste kunt eten na uw operatie.

Eettempo en houding

Eet rustig, kauw goed en zorg dat u rechtop zit tijdens en na het eten. Dit helpt om minder snel te verslikken, het eten beter te laten zakken, op tijd aan te voelen wanneer de buismaag vol zit en om het eten beter te verteren.

Snelle verzadiging

Doordat de buismaag kleiner is dan uw oude maag, zit u sneller vol en kan er minder worden gegeten en gedronken per keer. Na de operatie wordt gestart met kleine porties en gedurende het herstel wordt dit geleidelijk uitgebreid. Het advies is om te beginnen met porties van 150 ml/gr per keer en dit langzaam uit te breiden. Gemiddeld is de uiteindelijke portiegrootte 250-300 ml/gr. Omdat de porties kleiner zijn, is het wel belangrijk om vaker op een dag te eten zodat u voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt.

Geen hongergevoel

De eerste maanden na de operatie is er meestal minder of geen hongergevoel, terwijl uw lichaam nu juist veel voeding nodig heeft om te kunnen herstellen! Eet daarom niet op uw gevoel, maar op de klok. Eet iedere 1,5-2 uur iets kleins, ook als u geen trek heeft.


Adviezen voor de herstelfase (eiwit- en energieverrijkt)

Voeding in de eerste dagen na de operatie

Meestal krijgt u na de operatie sondevoeding en mag u eerst alleen wat slokjes water. Daarna wordt dit stap voor stap uitgebreid naar een helder vloeibaar dieet, dik vloeibaar dieet, gemalen dieet en tot slot mag u alles weer eten en drinken. De chirurg bepaalt wat u mag eten en op welk tempo er wordt uitgebreid. De diëtist zal uitleggen wat ieder dieet inhoudt en hoe u het beste de portiegrootte kan opbouwen.

Sondevoeding

Veel mensen hebben na ontslag uit het ziekenhuis nog een tijdje sondevoeding nodig. Sondevoeding is een vloeibare voeding compleet is in alle voedingsstoffen, zoals energie (kcal), eiwitten, vitamines en mineralen. Thuis wordt het meestal als aanvulling in de nacht gebruikt. Het kost tijd om te wennen aan uw buismaag en aan het nieuwe eetpatroon. Door de ondersteuning van sondevoeding kunt u rustig leren hoe groot de porties zijn die u per keer kunt eten, ervaren hoe het voedsel door de buismaag gaat, hoe u uw voeding goed kunt verdelen over de dag en hoe u kunt omgaan met minder eetlust en een vol gevoel. Hoe lang u de sondevoeding nodig heeft verschilt per persoon. Samen met de diëtist zal de sondevoeding worden afgebouwd en gestopt, gemiddeld duurt dit 3 maanden.

Voorkomen van ondervoeding

Na de operatie heeft uw lichaam meer voeding dan normaal nodig om te kunnen herstellen, terwijl het nu juist moeilijk kan zijn om te eten. Als uw lichaam te weinig voeding binnenkrijgt, ontstaat er een tekort aan voedingsstoffen en zult u afvallen. Dit gewichtsverlies is niet alleen vet, maar ook spieren. Hierdoor kan ondervoeding ontstaan. Ondervoeding zorgt onder andere voor een slechtere wondgenezing, een hoger risico op infecties en een langzamer herstel. Het is daarom belangrijk om uw gewicht zoveel mogelijk stabiel te houden en uw spieren te blijven gebruiken door in beweging te blijven. Houd er wel rekening mee dat gewichtsverlies niet altijd te voorkomen is na deze operatie. De meeste mensen vallen gemiddeld 10% af.

Gewichtsbeloop

Zoals eerder vermeld, speelt uw gewicht een belangrijke rol. Het advies is om wekelijks te wegen. Doe dit bij voorkeur op een vaste dag in de week voor het ontbijt, op dezelfde weegschaal en in dezelfde kleding. Het doel is om het gewichtsverlies zo snel mogelijk te stoppen en een ‘’nieuw’’ stabiel gewicht te bereiken. Als u blijft afvallen, neemt dan contact op met uw diëtist.


Eiwitrijke en energierijke voeding

Tijdens het herstel van de operatie heeft uw lichaam extra eiwitten en energie nodig.

Eiwitten zijn de bouwstenen van het lichaam. Ze helpen bij de opbouw en het herstel van spieren, organen en weefsels. Ook spelen ze een belangrijke rol in het immuunsysteem en ze zorgen ervoor dat het lichaam goed functioneert. Eiwitrijke voedingsmiddelen zijn: vlees, gevogelte, vis, melk, yoghurt, kwark, kaas, ei, soja, noten, pitten en zaden, peulvruchten (zoals kikkererwten, linzen en bonen) en vegetarische vleesvervangers. Een ander woord voor eiwit is ‘’proteïne’’. Er zijn veel producten in de supermarkt met extra proteïne. Sommige van deze producten zijn goed om te gebruiken, maar anderen zijn een verkoop truc. Kijk daarom goed op de verpakkingen om te zien of de proteïne variant daadwerkelijk meer eiwit bevat dan de normale versie.

Probeer per dag gebruik te maken van 1,2 tot 1,5 gram eiwitten per kilogram lichaamsgewicht. Stel dat u 70 kg weegt, dan heeft u 85-105 gram eiwit per dag nodig. Om een idee te krijgen van hoeveel eiwit overal in zit, kunt u gebruik maken van het onderstaand overzicht (let op: een deel van deze tips zijn pas later in het herstel geschikt):

Brood, crackers en graanproducten Eiwit (gram)
1 rijstwafel/cracotte/cream cracker 0
1 knäckebröd/beschuit/ontbijtkoek 1
1 snee brood 3
1 portie (40 gr) muesli/cornflakes 3
1 broodje/bolletje 4
1 portie (40 gr) havermout 5


Melk, yoghurt en kwarkEiwit (gram)
1 schaaltje (150 ml) vla 3
1 glas (150 ml) melk/karnemelk/ yoghurtdrink/chocolademelk/sojamelk5
1 schaaltje (150 ml) (griekse) yoghurt6
1 schaaltje (150 ml) kwark 11
1 schaaltje (150 ml) ijslandse yoghurt (Skyr) 16
1 bakje (200 ml) proteine kwark uit de supermarkt (bijv. van Melkunie of HiPRO) 20




BelegEiwit (gram)
1 portie roomboter/margarine/ halvarine 0
1 portie zoet beleg (bijv. jam, vruchtenhagelslag, honing) 0
1 portie smeerkaas/hüttenkäse/hummus/ slaatje (bijv. eiersalade, tonijnsalade, kipsalade) 2
2 plakjes vleeswaren 4
1 portie pindakaas 5
1 ei 6
1 voorgesneden plak kaas 7


TussendoortjesEiwit (gram)
1 portie fruit/fruitsmoothie/fruitmoes 0
1 portie rauwkost 0
1 portie snoep/waterijs 0
1 koekje/chocolaatje/roomijsje1
1 klein zakje chips 2
3 falafel balletjes 3
1 handje (25 gr) noten 5
1 handje (25 gr) geroosterde kikkererwten 5
1 babybel/cheesetring/cheese dippers5
1 schep eiwitpoeder 5
1 bifi worstje 6
1 easy to eat8
1 bouwsteentje 9
1 haring13
1 eiwitreep 10 tot 15



Warme maaltijdEiwit (gram)
1 portie boter/olie 0
100 gr groenten2
100 gr aardappelen/rijst/pasta 2 tot 5
100 gr vegetarisch (zoals peulvruchten, tofu, kant-en-klaar vegetarisch product) 10 tot 20
100 gr vis 20
100 gr vet vlees (zoals schnitzel, hamburger, saucijs, worst) 20
100 gr mager vlees (zoals kipfilet, tartaar, ossenhaas, rosbief) 30


Om gewichtsverlies zoveel mogelijk te beperken, is extra energie nodig. Energie is de brandstof van het lichaam en dit wordt uitgedrukt in kilocalorieën (kcal).

Praktische tips bij een eiwit- en energieverrijkt dieet (let op: een deel van deze tips zijn pas later in het herstel geschikt):
  • Eet bij een vol gevoel liever iedere 1,5-2 uur een kleine hoeveelheid, in plaats van een paar keer per dag een grote maaltijd
  • Wanneer de geur van (het bereiden van) eten tegenstaat, zorg dan voor een goed geventileerde ruimte of maak gebruik van koude gerechten, zoals een koude pastasalade.
  • Breng variatie aan in uw voeding. In plaats van een boterham kunt u ook een cracker, tosti, wentelteefje of havermoutpap nemen.
  • Smeer ruim boter of margarine, of vervang boter eens door mayonaise.
  • Vervang zoet broodbeleg (zoals jam) door hartig broodbeleg (zoals kaas), of behoud het zoette beleg en eet daarnaast nog hartig beleg uit het vuistje. Neem eventueel dubbel beleg zoals een kipfilet met ei, kaas met avocado, hüttenkäse met zalm, geitenkaas met walnoten of pindakaas met banaan.
  • Voeg noten, pitten en zaden toe aan de yoghurt en de kwark, zoals walnoten, pompoenpitten en hennepzaad.
  • Vervang water en thee door melk, karnemelk, sojamelk en dergelijken.
  • Voeg melk toe aan de koffie, zodat het een koffie verkeerd, cappuccino of latte macchiato wordt.
  • Vervang een koekje bij de koffie eens door een handje ongezouten noten.
  • Gebruik bij iedere warme maaltijd een eiwitbron, zoals vlees, gevogelte, vis of vegetarisch. Denk bij vegetarische voedingsmiddelen aan peulvruchten, soja, tofu, tahoe, tempé, kaas, ei, noten en vegetarische vleesvervangers zoals vegetarische rulstukjes of een vegetarische burger.

Hoe lang moet u een eiwit- en energieverrijkt dieet volgen?

Eiwitrijke voeding is meestal tot 3 maanden na de operatie nodig, zodat uw wonden goed kunnen genezen en uw spieren stabiel of sterker worden. Energierijke voeding is nodig totdat uw gewicht stabiel is. Het kan voorkomen dat u toch langer extra eiwitten en energie nodig heeft, uw diëtist zal hierover advies geven.


Dieetproducten

Als het niet lukt om voldoende te eten en uw gewicht stabiel te krijgen, dan kan de diëtist adviseren om gebruik te maken van medische voeding. Er is een groot assortiment aan medische voeding verkrijgbaar, zoals drankjes, siropen, poeders en gels. Deze producten zijn niet verkrijgbaar in de supermarkt, maar worden door uw diëtist geregeld.

Voldoende drinkvocht

Het is belangrijk dat u genoeg drinkt, zodat u niet uitdroogt. Streef naar 1,5-2 liter (10-13 kopjes) vocht per dag. Alles wat vloeibaar is telt mee, bijvoorbeeld ook yoghurt en soep. Omdat vocht ook een vol gevoel geeft, is het belangrijk om het goed te verdelen over de dag en praktische keuzes te maken, zoals water vervangen door melk. Zo krijgt u niet alleen vocht, maar ook eiwitten en energie binnen. Hoe weet u of u genoeg drinkt? Als u te weinig drinkt, dan is de urine donker van kleur en kunt u een droge mond en hoofdpijn krijgen.

Gebruik van groente en fruit

Normaal is het advies om 2 stuks fruit en 250 gram groente te eten. Na de operatie lukt dit vaak niet door de verminderde maagopslag. U hoeft zich hier niet direct zorgen over te maken. In de eerste 3 maanden vanaf de operatie ligt de nadruk op eiwitten en energie en dit zit niet in fruit en groente. Focus eerst op eiwit- en energierijke voeding, daarna worden fruit en groente weer belangrijk.

Voldoende lichaamsbeweging

Voeding alleen is niet genoeg voor het herstel. Beweging is ook belangrijk. Beweging zorgt ervoor dat uw spieren sterk blijven, uw uithoudingsvermogen verbetert en het lichaam de eiwitten uit de voeding beter kan opnemen. Om uw spiermassa en spierkracht zoveel mogelijk te behouden of te verbeteren is het advies om elke dag te bewegen. Dit begint met op de rand van uw bed zitten en vervolgens met lopen en dagelijkse activiteiten. Voor meer informatie over specifieke bewegingsadviezen of training kunt u contact opnemen met uw (huis)arts en/of oncologisch fysiotherapeut.


Aanvullende (voedings)adviezen bij specifieke klachten

Passageklachten

Na de operatie wordt de voeding opgebouwd van slokjes water, naar helder vloeibaar, dik vloeibaar, gemalen en tot slot vast. Zodra u vaste voeding mag, mag u weer alles eten en drinken, zo lang u maar vaak kleine beetjes eet, rustig eet en goed kauwt. Er zijn geen producten verboden. Van een aantal voedingsmiddelen is wel bekend dat zij passageklachten kunnen geven; het voedingsmiddel blijft dan hangen bij het slikken of in de buismaag. Plakkerige voedingsmiddelen zoals vers brood, witbrood of pannenkoek zakken soms niet goed. In dat geval gaat geroosterd brood/beschuit/cracker of tosti vaak beter. Andere veel genoemde producten die klachten opleveren zijn vlees, rauwkost, citrusfruit, hard gekookt ei, pinda’s en noten.

Aanhoudende slik- en passageklachten

In de eerste weken na de operatie kan de nieuwe verbinding tussen het overgebleven stukje van de slokdarm en de buismaag nog wat gezwollen zijn. Daardoor kan het voelen alsof er een drempeltje is waar het eten en drinken moeilijk overheen gaat. Dit is normaal en gaat vanzelf weg. Als het na 6 weken nog niet weg is of als het erger wordt, dan kan er sprake zijn van vernauwing bij de nieuwe verbinding door littekenweefsel. Dit heet naadstenose. Neem dan contact op met de verpleegkundig specialist of chirurg. Indien nodig zal dit verder onderzocht en behandeld worden.

Hinderlijke slijmvorming/slijmprop

Na de operatie kunt u last hebben van slijm. Dit slijm kan taai zijn of ophopen tot een slijmprop wat moeilijk weg te slikken of op te hoesten is. Er is geen precieze oorzaak voor dit hinderlijke slijm. Mogelijk heeft het te maken met taai geworden speeksel wat zich ophoopt bij de nieuwe verbinding (de naad). Wanneer het slijm niet kan worden doorgeslikt, kunt u het beste het slijm met een tissue uit de mond halen. Zit het slijm boven de keel, dan kunt u het beste een zachte tandenborstel gebruiken om het te verwijderen. Voeding is niet de oorzaak van hinderlijke slijmvorming. Wel zou u mogelijk met voeding de klachten enigszins kunnen verlichten. Het volgende kunt u proberen:
  • Gebruik friszure producten zoals ananas, komkommer, appel, kiwi, augurk, tomaat
  • Spoel de mond met koolzuurhoudend water, cola wordt in sommige gevallen ook als slijmoplossend ervaren
  • Spoel de mond met water of thee na het drinken van melk; melkproducten kunnen een plakkerig gevoel geven maar zijn niet de oorzaak van hinderlijke slijmvorming.
  • Spray of spoel uw mond met een zoutoplossing.
  • Maak gebruik van ijsblokjes of ijswater; dit helpt om het slijm wat wateriger te maken waardoor het plakkerige gevoel afneemt.
  • Vraag advies aan uw chirurg of een mondhygiënist; eventueel kunnen medicijnen worden voorgeschreven om mee te spoelen.


Overloop van de buismaag


Als er teveel in één keer wordt gegeten of gedronken, kan de buismaag te vol raken. Het eten en drinken stroomt dan terug naar de keel. Probeer in dat geval de porties kleiner te maken en vaker te eten.

Reflux van voeding en/of maag-/galsap

Door de operatie is er geen sluitspier meer tussen de slokdarm en de maag (slokdarmsfincter). Daardoor kunnen eten, drinken, maag- en galsap omhoog komen. Dit gebeurt vaak bij bukken, liggen of direct na het eten. Dit heet reflux. Wanneer er reflux is tijdens uw slaap, kan dit in de longen terecht komen waardoor er risico op een longontsteking ontstaat. Bovendien irriteert maagzuur de nieuwe naad en het weefsel van de keelholte. Als u vaak reflux heeft, meld dit dan bij uw verpleegkundig specialist of chirurg. Medicijnen kunnen soms helpen.

Tips om reflux te voorkomen
  • Probeer overloop van de buismaag te voorkomen (zie ook bovenstaande)
  • Wacht een half uur na het eten met bukken, liggen en beweging zoals huishoudelijke taken of sport
  • Zak door uw knieën in plaats van voorover buigen
  • Draag geen strakke kleding
  • Verhoog het hoofdeinde van uw bed (ongeveer 30 graden)
  • Eet of drink 2 uur voor het slapen niets meer

Vertraagde lediging van de buismaag

Soms blijft het eten en drinken te lang in de buismaag. Dit kan zorgen voor een vol gevoel, opgeblazen gevoel, misselijkheid en braken. Probeer regelmatig kleine porties te eten en kauw extra goed. Houden de klachten aan? Neem dan contact op met uw verpleegkundig specialist of chirurg. Medicijnen kunnen soms helpen.

Dumpingklachten

Door de buismaag operatie is een zenuw (nervus vagus) beschadigd. Deze zenuw stuurt normaal de maag aan. Door de beschadigde zenuw, werkt de sluitspier tussen de maag en de darmen (pylorus) minder goed. Hierdoor gaat het eten en drinken sneller en in grotere hoeveelheden naar de darmen. Dit heet dumping en hier zijn twee soorten van: vroege dumping en late dumping.

Vroege dumping

Vroege dumping gebeurt meestal binnen een half uur na het eten. Bij vroege dumping komt er teveel eten en drinken te snel in de darm. Om dit te verwerken, gaat vocht vanuit het bloed naar de darm. Hierdoor ontstaat er een nog voller gevoel, darmkrampen en diarree. Omdat er minder vocht in het bloed zit, daalt de bloeddruk, waardoor u last kunt krijgen van hartkloppingen, duizeligheid, zwaktegevoel en sufheid. De klachten worden na verloop van tijd, soms enkele uren, door aanpassing van het lichaam, vanzelf minder heftig, maar kunnen soms enkele uren aanhouden. Om deze klachten tegen te gaan kan het prettig zijn even te gaan liggen.

Late dumping

Late dumping gebeurt meestal 1,5 – 2 uur na het eten, doordat het bloedsuikergehalte en de insulineproductie niet goed op elkaar zijn afgestemd. Omdat het eten te snel in de dunne darm komt, worden suikers uit voeding te snel opgenomen in het bloed. Een hoog bloedsuikergehalte zorgt voor een verhoogde aanmaak van insuline. Het aanmaken van insuline kost tijd. Het kan gebeuren dat er nog insuline wordt gemaakt, terwijl de suikers al uit het bloed zijn. Klachten die dan ontstaan zijn zweten, onrustig voelen, trillen, duizeligheid, geeuwhonger, hartkloppingen, slecht zien en flauwvallen. Als er sprake is van late dumping is het advies om direct een stukje druivensuiker te nemen, niet meer!

Tips om dumpingklachten te voorkomen:
  • Gebruik 6-9 kleine maaltijden goed verspreid over de dag
  • Houd eten en drinken gescheiden van elkaar, anders wordt het eten door het drinken te snel naar de darm gespoeld
  • Gebruik soep een uur voor de maaltijd en het nagerecht een uur na de maaltijd.
  • Dumpingklachten kunnen ook optreden na gebruik van te veel 'snel opneembare' suikers zoals 'gewone' suiker en vruchtensuiker. Wees daarom matig met limonade, vruchtendranken (appelsap, druivensap, sinaasappelsap), frisdranken, drinkvoeding, snoep en koek en de hoeveelheid suiker in koffie en thee.
  • Suiker wordt ook verwerkt in voedingsmiddelen als cake, ontbijtkoek, gebak, koekjes en zoet beleg. Vermijd overmatig gebruik van deze producten.
  • Melk bevat melksuiker (lactose), ook dit is een snel opneembare suiker. Gebruik van grote hoeveelheden melkproducten kan eveneens dumpingklachten veroorzaken. Per dag wordt aanbevolen 2-3 (300-450 ml) melkproducten te gebruiken. Gebruikt u meer melkproducten en heeft u klachten, verminder de hoeveelheid melkproducten dan tot de aanbevolen hoeveelheden. Houden de klachten dan nog aan, probeer dan eens (deels) zure melkproducten, zoals karnemelk en yoghurt. Deze worden meestal beter verdragen omdat ze minder lactose bevatten. Verdraagt u helemaal geen melkproducten meer, overleg dan met uw diëtist. Hij of zij kan u adviseren over een lactosebeperking.

Vetdiarree

Na een buismaag operatie kunt u last krijgen van vetdiarree. Dit gebeurt als het eten niet goed genoeg mengt met alvleesklier- en galsappen (hierin zitten spijsverteringsenzymen), waardoor het eten niet goed genoeg wordt verteerd en opgenomen door het lichaam. De ontlasting kan daardoor dun, vettig en plakkerig zijn en/of onaangenaam ruiken. Daarnaast kunt u ook last hebben van winderigheid, darmkrampen en buikpijn. Als het eten niet goed verteerd, kunt u afvallen terwijl u toch voldoende eet. Wanneer u deze klachten herkent kan uw chirurg alvleesklierenzymen voorschrijven. De diëtist kan u helpen bij het instellen van de dosering van de enzymen.


Vitamines/mineralen/spoorelementen

Na de buismaagoperatie is het moeilijk om met gewone voeding genoeg vitamines, mineralen en sporenelementen binnen te krijgen. Ook kan het zijn dat uw lichaam deze stoffen uit de voeding minder goed opneemt. Via bloedonderzoek kan gecontroleerd worden of er eventuele tekorten in het lichaam zijn. Als u geen gebruik maakt van sondevoeding of medische drinkvoeding, dan is het advies om een multivitamine supplement van de drogisterij of apotheek te gebruiken. Uw diëtist kan u hierover adviseren.

Vitamine B12

Vitamine B12 wordt in de darm opgenomen met behulp van een stofje uit de maag. Deze stof heet intrinsic factor. Na een buismaag operatie kan de hoeveelheid intrinsic factor verminderd zijn, waardoor er mogelijk een tekort aan vitamine B12 kan ontstaan. Vitamine B12 tekort leidt onder andere tot bloedarmoede en stoornissen in de zenuwen van de armen/handen en benen/voeten. Het is aan te bevelen jaarlijks het vitamine B12 gehalte in uw bloed te laten controleren. Bespreek dit met uw chirurg of uw huischirurg. Als de waarde te laag is, kan met behulp van B12 injecties de waarde op peil worden gebracht en gehouden.

Overige informatie

Contact

Bij vragen en voor het maken van een poliklinische afspraak is het secretariaat van de afdeling Diëtetiek bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08:30 - 12:30 uur op 010-7033055. Voor vragen kunt u ook mailen naar dietetiek@erasmusmc.nl

Meer informatie?

Voor meer informatie over maag aandoeningen, de behandeling en lichamelijke training verwijzen wij u naar:

Koningin Wilhemina Fonds (KWF) kanker bestrijding
Website: www.kwf.nl
KWF Kanker Infolijn 0800 - 022 66 22

Maag Lever Darm Stichting (MDLS)
Website: www.mlds.nl
Telefoonnummer: 033-752 35 00

Voeding en Kanker
Website: www.wkof.nl/voedingenkankerinfo

De inhoud van deze brochure is samengesteld door de werkgroep CHIODAZ (Chirurgie Overleg en werkgroep Diëtisten Academische Ziekenhuizen.