Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
bandage
Aandoening

Aortastenose-bij-volwassenen

Aangeboren hartafwijking

Aortastenose-bij-volwassenen: over deze aandoening

    Een aortastenose is een vernauwing in de aorta, meestal van de aortaklep (aortaklepstenose), maar bij aangeboren aortastenose kan de vernauwing ook net onder (subvalvulair) of juist boven (supravalvulair) de aortaklep zitten. Ook een combinatie van vernauwing op meerdere niveaus is mogelijk. Bij een valvulaire aortastenose is de klep zelf meestal afwijkend: de klepblaadjes zijn verdikt en met elkaar vergroeid, en vaak zijn er maar twee klepbladen in plaats van de gebruikelijke drie. Dit wordt dan een bicuspide aortaklep genoemd. De vernauwde aortaklep belemmert de bloedstroom naar de aorta (grote lichaamsslagader). De linker hartkamer moet meer druk opbouwen om het bloed de aorta in te pompen, waardoor de hartspier dikker wordt (linker ventrikelhypertrofie). Bij een ernstige, onbehandelde, aortastenose kan uiteindelijk hartfalen ontstaan. Soms is bij een aangeboren aortastenose de aorta verwijd. Dit kan geleidelijk verergeren. 

Wat wij voor u doen

Een hartgeruis (souffle) is vaak de eerste aanwijzing voor een hartklepafwijking. Op een electrocardiografie (ECG) kunnen tekenen van verdikking van de hartspier (linker ventrikelhypertrofie) te zien zijn. Om de diagnose te stellen wordt vervolgens een echocardiogram gemaakt. Een MRI- of CT-scan is soms nodig om de anatomie nader te beoordelen. Soms wordt ook een inspanningstest (fietsergometrie) gedaan.  

Poliklinische follow-up 
Bij elke controle wordt beoordeeld of een interventie nodig is. Als interventie (nog) niet nodig is, bepaalt de arts de termijn voor een vervolgafspraak en wordt u vanzelf voor een nieuwe controle opgeroepen. 

Zwangerschap
Zwangerschap kan bij vrouwen met een aortastenose een extra risico opleveren. Soms is zwangerschapswens zelfs een reden om vooraf  een ingreep te doen. Het daarom belangrijk voor een zwangerschap goed te laten beoordelen hoe het hart ervoor staat zodat u goede voorlichting over de risico’s krijgt. Soms is het daarvoor nodig extra onderzoek te doen, zoals een extra echocardiogram, MRI of inspanningsonderzoek.  

 

Een lichte of matige aortastenose hoeft meestal niet direct behandeld te worden. Het is wel nodig om tijdens vervolgcontroles te bepalen of de vernauwing erger wordt. Bij een ernstige vernauwing waarbij er tekenen ontstaan dat de linker hartkamer het te zwaar krijgt, is wel een ingreep nodig. Bij valvulaire aortastenose bij volwassenen is doorgaans vervanging van de klep nodig. Dat gebeurt in de meeste gevallen met een hartoperatie. 

Op de polikliniek treft u uw cardioloog, die met u bespreekt of een (klep)interventie nodig is of (nog) niet. Soms wordt u te woord gestaan door een cardioloog in opleiding, die wordt gesuperviseerd door de cardioloog. Een verpleegkundig consulent  helpt met controles bij het instellen van medicatie en met psychosociale ondersteuning. Voor een operatie wordt u opgeroepen op het pre-operatieve spreekuur, waar alle zaken rondom de ingreep met u worden besproken. Tijdens een opname ziet u verschillende afdelingsartsen en verpleegkundigen. Als het nodig is, bieden wij ondersteuning aan van ons psychosociaal team. 

 

 

Komt u binnenkort bij ons op bezoek?

Hoe bereidt u uw gesprek voor? Wat neemt u mee? Alles wat u moet weten in een handig overzicht.
Bereid u voor