Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Patiëntenfolder

Diabetes mellitus type 1

Informatie over suikerziekte type 1

Diabetes mellitus noemen we ook wel diabetes of suikerziekte. Er zijn verschillende soorten diabetes. Diabetes type 1 is een auto-immuun ziekte. Uw lichaam maakt geen insuline meer aan. Hierdoor heeft u te veel glucose (suiker) in uw bloed. Diabetes type 1 ontstaat meestal op kinderleeftijd. Hier leest u meer over diabetes type 1.

Download PDF

Over diabetes

Uw lichaam kan uw glucose (bloedsuiker) niet goed zelf regelen. Bij diabetes heeft u vaak te veel glucose in uw bloed. De hele naam van de ziekte is ‘diabetes mellitus’. Diabetes staat ook bekend als suikerziekte.

Het lichaam heeft glucose nodig als brandstof. Het zorgt voor energie in het lichaam.

Hoe komt het lichaam aan glucose? Vooral door het eten en drinken van koolhydraten. Er zijn verschillende soorten koolhydraten. Bijvoorbeeld suiker, zetmeel en lactose. Uw maag en darmen breken deze koolhydraten af tot glucose. Daarna komt glucose in het bloed.

Uw bloed vervoert glucose door uw hele lichaam. Alle cellen in uw lichaam hebben glucose nodig. Bijvoorbeeld de cellen van uw spieren en hersenen. Glucose gaat vanuit uw bloed uw cellen binnen. Zo krijgt u energie om te bewegen, te praten en te denken.

Afbeelding

Afbeelding 1. Uw lichaam breekt koolhydraten af tot glucose.

Afbeelding(en) gemaakt met BioRender.com


Glucose kan niet zomaar de cellen in. Hiervoor is insuline nodig. Dit maakt de alvleesklier (pancreas). De alvleesklier ligt in uw buik, achter uw maag. Insuline werkt als een sleutel. Het maakt de cellen open. Daardoor gaat glucose vanuit het bloed naar de cellen. Zo krijgen de cellen energie.

Insuline wordt gemaakt door speciale cellen in de alvleesklier. Deze cellen heten bètacellen en zijn onderdeel van de eilandjes van Langerhans.

Alvleesklier

Afbeelding 2. De alvleesklier.


Afbeelding(en) gemaakt met BioRender.com



Situatie zonder diabetes:


Eet iemand zonder diabetes een maaltijd met koolhydraten? Dan komt er meer glucose in het bloed. De alvleesklier reageert hierop door meer insuline te maken. Zo zorgt het lichaam dat glucose naar de cellen gaat. En dat er niet te veel glucose in het bloed blijft.

Bij iemand zonder diabetes is de glucose in het bloed 7,7 mmol/liter of lager.

Hoeveelheid glucose

Afbeelding 3. Insuline regelt de hoeveelheid glucose in het bloed.

Afbeelding(en) gemaakt met BioRender.com


Situatie met diabetes:

Eet u een maaltijd met koolhydraten? Dan komt er ook meer glucose in uw bloed. Maar uw lichaam kan zelf niet goed zorgen dat dit uit uw bloed naar uw cellen gaat met behulp van uw eigen insuline. Uw lichaam kan de hoeveelheid glucose in uw bloed (bloedsuiker) dus niet goed zelf regelen.

De oorzaak verschilt per type diabetes. Soms kan de alvleesklier geen insuline meer maken. Soms zijn cellen juist niet meer gevoelig voor insuline. Er is wel insuline, maar de cellen reageren er niet meer op, en laten geen glucose naar binnen.

Over diabetes type 1

Algemene informatie over diabetes leest u hier.

Bij diabetes type 1 maakt uw lichaam geen insuline aan. Hierdoor kan uw lichaam de glucose in uw bloed niet gebruiken. De bloedglucosewaarde stijgt en uw lichaam krijgt niet genoeg energie.

Diabetes type 1 ontstaat meestal op kinderleeftijd, maar kan op elke leeftijd ontstaan. Het is een chronische ziekte: het gaat niet meer over.

Diabetes type 1

Afbeelding 4. Bij diabetes type 1 heeft u minder of geen insuline.

Afbeelding(en) gemaakt met BioRender.com


Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. Er zit een foutje in het afweersysteem. U kunt hier niets aan doen. Normaal valt het afweersysteem ziekmakende bacteriën en virussen aan. Maar bij diabetes mellitus type 1 valt het afweersysteem bepaalde cellen in de alvleesklier aan. Namelijk de cellen die insuline maken: bètacellen. Hierdoor gaan deze cellen kapot en heeft het lichaam geen insuline. Zonder insuline kan glucose de cellen niet in. Hierdoor wordt de glucosewaarde in het bloed te hoog, en krijgen de cellen in het lichaam geen energie.

Waarom het afweersysteem de eigen cellen aanvalt, weten we niet.

De kenmerken van diabetes type 1 komen doordat uw bloed te veel glucose (suiker) heeft. Dit heet ook wel een hyperglycemie of hyper. De kenmerken hiervan zijn:
  • dorst
  • droge mond
  • veel plassen
  • gewichtsverlies, zonder duidelijke oorzaak
  • slecht zien
  • vermoeidheid
  • jeuk
  • infecties
  • slecht genezende wondjes

Behandeling

Het doel van de behandeling is om te voorkomen dat u te veel glucose in uw bloed heeft en daar op de lange termijn complicaties van krijgt. Bij diabetes type 1 zijn de cellen die insuline maken zo beschadigd dat ze geen insuline meer kunnen maken.

Mensen met diabetes type 1 krijgen altijd een behandeling met insuline. Dit kan op verschillende manieren:
  • U spuit zelf insuline met een injectiepen,
  • U krijgt een insuline-pomp.
Er bestaat kort-werkende insuline en lang-werkende insuline. Hoeveel insuline u spuit, en welke soort insuline verschilt per persoon. Dit hangt af van wat u eet, hoeveel koolhydraten u eet en wat uw levensstijl is. Wij zullen u hierbij helpen. Tijdens de afspraken vertellen we u hier meer over en kijken we samen wat het beste bij u past.

Het doel van de behandeling is om uw bloedglucose op een normale waarde te houden. Dit noemen we de streefwaarden.
  • Vóór de maaltijd mag uw bloedglucose tussen 4 en 7 mmol/L zijn.
  • Na de maaltijd mag uw bloedglucose maximaal 10 mmol/L zijn.

Om te controleren of uw bloedglucose binnen de streefwaarden zitten, meet u meerdere keren per dag uw bloedglucose. Dit kan op twee manieren:
  • Sensor: veel mensen met diabetes dragen tegenwoordig een sensor die bloedglucose meet (FGM of CGM). De sensor geeft ook aan wat de Time in Range (TIR) is. Het doel is om dit boven de 70% te houden.
  • Vingerprik: u prikt in uw vinger zodat u een druppeltje bloed krijgt. Met deze druppel meet u uw bloedglucose.
We kunnen ook meten of uw bloedglucose op een lange termijn goed geweest is. Dat doen we door HbA1c te meten. Hier leest u meer over in de algemene informatie over diabetes.

Uw bloedglucose verandert door de dag heen. U zult steeds beter leren waardoor uw bloedglucose verandert. Uw bloedglucose verandert door:
  • Wat en hoeveel u eet. In koolhydraten zitten suikers. Hierdoor stijgt uw bloedglucose.
  • Wat u doet. Als u beweegt verbruikt uw lichaam glucose. Dit heeft invloed op uw bloedglucose.
  • Hoe u zich voelt. Als u gespannen of gestrest bent heeft dit invloed uw bloedglucose.
  • Insuline. Hoe veel insuline u gebruikt en welke soort insuline u gebruikt heeft invloed op uw bloedglucose.
Wij zullen u helpen om steeds beter te begrijpen hoe uw bloedglucose verandert.

U leert om uit te rekenen hoeveel insuline u nodig heeft. Dit doet u door te leren hoeveel suikers er in eten en drinken zitten. Daarnaast leert u hoe u rekening kunt houden met hoeveel u beweegt en of u bijvoorbeeld stress heeft. Ook hier zullen we u bij begeleiden.

Diabetes type 1 komt niet door ongezond leven. Toch is gezond leven heel belangrijk bij diabetes type 1. Het helpt om de kans op problemen met je gezondheid kleiner te maken.

Zo kun je gezond leven:
  • niet roken: roken en vapen maakt de kans groter op ziektes van hart en bloedvaten.
  • gezond eten.
  • genoeg bewegen: bewegen helpt om je bloedsuikers lager te krijgen. Bewegen helpt ook om een gezond gewicht te hebben. En om je bloeddruk goed te houden.
  • afvallen als je te zwaar bent: een gezond gewicht maakt de kans op problemen met je gezondheid kleiner. En het maakt je gevoeliger voor insuline.


Een groot deel van de behandeling van diabetes doet u zelf. Hoe u het beste voor uzelf kunt zorgen en wat u bijvoorbeeld kunt doen als u een hypo of hyper heeft, kunt u lezen in ‘Zelfzorg bij diabetes'.

Op lange termijn kunt u klachten krijgen van diabetes aan:
  • ogen
  • nieren
  • hart- en bloedvaten
  • zenuwen
  • voeten
Deze klachten kunnen ontstaan doordat de hoge bloedglucose-waarden schade maken aan uw bloedvaten. Daarom is het erg belangrijk om uw bloedglucosewaarden zo normaal mogelijk te houden.

Regelmatige controle is ook erg belangrijk. Zo kunnen we deze klachten vroeg ontdekken en behandelen. Dit helpt om de schade te beperken. Het diabetesteam houdt in de gaten of u op extra controle moet komen hiervoor.

Als u diabetes heeft, heeft dit impact op uw dagelijks leven. U moet bloedwaarden meten, insuline toedienen en misschien anders gaan eten. Het is heel normaal als u het hier (soms) moeilijk mee heeft. We helpen u graag hiermee. Als u vragen heeft, kunt u altijd contact met ons opnemen, een e-mail sturen of een telefonische afspraak maken.

Informatie van Erasmus MC
Andere organisaties


Heeft u een vraag over uw afspraak? Bel dan naar de polikliniek Diabetologie.
  • (010) 704 05 67.
    • Bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.00 uur
Heeft u een andere vraag? Of wilt u uw glucosewaarden voor uw afspraak aan ons doorgeven? Dit kunt u doorgeven via de Digizorg app.

Heeft u vragen die niet dringend zijn? Dan kunt u contact met ons opnemen via de chat in de Digizorg app. We zullen binnen 5 dagen reageren op uw vraag.

Bij spoed buiten kantoortijden belt u het algemene nummer van het Erasmus MC:
  • (010) 704 0 704.
    • Vraag naar de internist.
Bij een levensbedreigende situatie belt u 112.