Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Patiëntenfolder

Diabetes mellitus

U heeft diabetes mellitus. Binnenkort heeft u een afspraak op onze polikliniek Diabetologie. Uw huisarts of arts heeft u naar ons verwezen. Wij nemen uw behandeling (tijdelijk) over. We werken nauw samen met uw andere behandelaren in het Erasmus MC. Hier vertellen we u over diabetes en de behandeling.

Download PDF

Over diabetes

Bij diabetes kan uw lichaam de hoeveelheid glucose in uw bloed (bloedsuiker) niet goed zelf regelen. Daardoor zit er vaak te veel glucose in uw bloed.

Wat is glucose?

Glucose is een eenvoudige vorm van suiker. Uw lichaam haalt glucose vooral uit koolhydraten in eten en drinken. U heeft glucose nodig als brandstof voor uw lichaam.

Wat is insuline?

Insuline is een stof die ervoor zorgt dat glucose uit het bloed gaat en in de cellen komt. De cellen kunnen de glucose dan gebruiken voor energie. Het lichaam maakt insuline in de alvleesklier. Bij diabetes maakt uw lichaam geen of te weinig insuline aan. Of uw lichaam reageert niet meer goed op de insuline. Daardoor blijft er te veel glucose in uw bloed.

insuline

Afbeelding(en) gemaakt met BioRender.com



Typen diabetes:
  • Diabetes type 1. Dit type ontstaat vaak al op jonge leeftijd. De oorzaak is een fout van het afweersysteem in het lichaam, waardoor de cellen die insuline maken kapotgaan. Het lichaam maakt daardoor geen insuline meer aan. Ongeveer 10 op de 100 mensen met diabetes heeft type 1. Meer informatie hierover vindt u in ‘Diabetes type 1’.
  • Diabetes type 2. Dit type ontstaat vaak langzaam, door verschillende oorzaken samen. Bijvoorbeeld door leeftijd, gewicht, leefstijl, erfelijkheid en het gebruik van bepaalde medicijnen. Het lichaam wordt hierdoor minder gevoelig voor de werking van insuline. Dit type ontstaat meestal op latere leeftijd. Het grootste deel van de mensen met diabetes heeft type 2. Meer informatie hierover vindt u in ‘Diabetes type 2’.
  • Diabetes type 3. Bij dit type is de alvleesklier beschadigd door een aandoening of een operatie. De cellen in de alvleesklier maken daardoor geen of te weinig insuline. Meer informatie hierover vindt u in https://www.diabetes.nl/andere-typen-diabetes/over-diabetes-type-3c. Soms is de alvleesklier voor een deel of helemaal verwijderd met een operatie. Meer informatie hierover vindt u in ‘Diabetes na een alvleesklieroperatie’.
  • Zwangerschapsdiabetes (diabetes gravidarum). Deze tijdelijke vorm van diabetes ontstaat tijdens de zwangerschap. Dit komt door veranderingen in hormonen waardoor het lichaam minder gevoelig is voor de werking van de eigen gemaakte insuline. Na de zwangerschap is er een hogere kans op diabetes type 2 op latere leeftijd. Meer informatie hierover vindt u in https://www.thuisarts.nl/zwangerschaps-diabetes/ik-heb-zwangerschaps-diabetes.
  • MODY. Dit is een erfelijke vorm van diabetes. Meer informatie hierover vindt u in https://www.diabetes.nl/mody/over-mody.
  • MIDD. Dit is een zeldzame, erfelijke vorm van diabetes. Deze vorm wordt vaak ontdekt als patiënten tussen de 30 en 50 jaar zijn. Bij deze vorm hebben patiënten soms ook last van gehoorverlies. Meer informatie hierover vindt u op https://www.diabetes.nl/andere-typen-diabetes/over-midd.
  • Diabetes door medicijnen
    • Bijvoorbeeld door de medicijnen corticosteroïden, zoals prednison, hydrocortison en dexamethason. Dit noemen we steroïde geïnduceerde diabetes. Deze medicijnen kunnen zorgen dat cellen minder gevoelig worden voor insuline. Ongeveer 20 % van de mensen die deze medicijnen gebruikt, krijgt diabetes. Deze vorm van diabetes kan tijdelijk zijn als u maar kort corticosteroïden heeft gebruikt.
    • Ook andere medicijnen kunnen diabetes veroorzaken. Bijvoorbeeld medicijnen die de afweer onderdrukken na een orgaantransplantatie en immuuntherapie.
  • CFRD. Dit type kan ontstaan bij mensen met taaislijmziekte (cystic fibrosis). Meer informatie hierover vindt u in https://www.diabetes.nl/andere-typen-diabetes/over-cfrd.
  • LADA. Dit is een vorm van diabetes type 1. Maar deze vorm ontwikkelt zich veel langzamer. Meer informatie hierover vindt u in https://www.diabetes.nl/lada.


Hypers en hypo's

Uw lichaam kan de hoeveelheid glucose in het bloed niet goed zelf regelen. Daardoor kunt u te veel glucose in uw bloed krijgen. Dit noemen we een hyperglycemie of een hyper.

Met medicijnen kunt u de hoeveelheid glucose in uw bloed omlaag brengen. Als u te weinige glucose in uw bloed heeft, dan noemen we dat een hypoglycemie of een hypo.
  • Bij een hypo heeft u te weinig glucose in uw bloed. Dit is lager dan 4 mmol/liter.
  • Bij een hyper heeft u te veel glucose in uw bloed. Dit 10 mmol/liter of hoger.
In ‘Zelfzorg bij diabetes’ leest u over hypo's en hypers. U leest hier over de oorzaken, wat u ervan merkt en wat u moet doen.

Gevolgen na een lange tijd hoge bloedsuikers

Door diabetes kan uw bloedsuiker vaak te hoog zijn. Er zit dan te veel glucose in uw bloed. Dit kan uw bloedvaten langzaam beschadigen. Hierdoor kunt u problemen krijgen aan uw hart, bloedvaten, nieren, ogen en voeten. Deze problemen willen we voorkomen door de bloedsuikers naar de normale waarden proberen te brengen. Dit doen we door u advies te geven over leefstijl en door medicijnen.

U heeft meer kans op deze problemen als:
  • U al lang diabetes heeft.
  • De hoeveelheid glucose in uw bloed vaak te hoog is.
Voeten
Door diabetes heeft u meer kans op problemen met uw voeten. De bloedvaten en zenuwen in uw voeten kunnen beschadigd raken. Dit kan bijvoorbeeld zorgen dat u:
  • Minder gevoel heeft in uw voeten.
  • Sneller wondjes krijgt op uw voeten, die minder snel of minder goed genezen.
  • Sneller een infectie aan uw voeten krijgt.
Ogen
Door diabetes heeft u meer kans op problemen met uw ogen. Dit heet diabetische retinopathie. Uw netvlies raakt dan beschadigd. In het begin merkt u hier niks van. Pas bij veel schade gaat u minder goed zien. Bij hele erge schade kunt u blind worden.

Daarom raden we u aan om elk jaar uw ogen te laten controleren. Zo kunt u problemen voorkomen en op tijd de juiste behandeling krijgen.

Meer informatie over problemen met uw ogen vindt u in https://www.thuisarts.nl/diabetes-type-2/ik-heb-diabetes-en-laat-mijn-ogen-onderzoeken.


Over de behandeling

We kunnen diabetes type 1 niet genezen, en diabetes type 2 bijna nooit genezen. Het is daardoor vaak een chronische (blijvende) ziekte. U blijft er last van houden.

Het doel van de behandeling is daarom: zorgen dat uw glucosewaarde (bloedsuiker) zo normaal mogelijk blijft. Dus niet te hoog (hyper) en niet te laag (hypo). Zo maken we de kans op problemen met uw gezondheid zo klein mogelijk.

Met de behandeling proberen we uw glucosewaarden zo te houden:
  • Voor de maaltijd: tussen de 4 en 7 mmol/liter.
  • In de eerste 2 uur na de maaltijd: maximaal 9 mmol/liter.
U voert uw behandeling zelf uit. U krijgt hierbij hulp van ons diabetesteam. Samen zorgt u dat uw glucosewaarden zo goed mogelijk blijven.

We helpen u om diabetes een plekje in uw dagelijks leven te kunnen geven. Dit is voor iedereen anders. We kijken hierbij naar uw persoonlijke situatie.

Gesprek met de arts (anamnese)

U heeft eerst een gesprek met de arts. De arts stelt u vragen over uw gezondheid, uw klachten en uw leefstijl. Dit heet een ‘anamnese’. Zo krijgt de arts een goed beeld van uw situatie.

Lichamelijk onderzoek

Daarna onderzoekt de arts uw lichaam. De arts luistert bijvoorbeeld naar uw hart en longen, voelt aan uw buik en kijkt naar uw huid. Dit onderzoek helpt om te bepalen hoe het met u gaat.

Bloedprikken (laboratoriumonderzoek)

Na het gesprek en onderzoek laat u meteen bloed prikken. Dat gebeurt meestal op dezelfde dag. We onderzoeken uw bloed in het laboratorium. Zo kunnen we bijvoorbeeld zien wat uw bloedsuikerwaarde is.

Afspraak met de diabetesverpleegkundige

U krijgt ook een afspraak met de diabetesverpleegkundige. Deze afspraak kan ook op een andere dag zijn. De verpleegkundige geeft u veel uitleg over diabetes en hoe u ermee omgaat in het dagelijks leven.


Tijdens deze afspraak:
  • krijgt u informatie over voeding, beweging en medicijnen,
  • worden uw voeten onderzocht (voetscreening). (Ook hier zijn regels gemaakt door de zorgverzekeraars.)
  • controleert de verpleegkundige de plekken waar u insuline kunt gaan spuiten,
  • stelt de verpleegkundige ook vragen over uw gezondheid en dagelijks leven (dit is ook een anamnese).

Onderzoek

Is het niet duidelijk welk type diabetes u heeft? Of heeft u misschien verschillende types tegelijk? Dan zullen we na deze eerste afspraak nog verder onderzoek doen.

Na de eerste afspraak zullen we samen met u een plan maken voor uw behandeling. Dit plan is voor iedereen anders. Onderdelen van het plan zijn:
  • Veranderingen in uw leefstijl.
  • Medicijnen om uw glucosewaarden te verbeteren.
  • Behandeling met insuline.
  • Zelf uw glucosewaarden controleren. Zo kunt u zelf bijsturen.
  • Beginnen met een glucosesensor. Deze meet hoeveel glucose er in uw bloed zit. Hier heeft u een indicatie vanuit de zorgverzekering voor nodig.
  • Een insulinepomp. (Ook hier zijn regels gemaakt door de zorgverzekeraars.)
  • Hulp van een psycholoog. Bijvoorbeeld voor hulp bij het accepteren van uw ziekte. Of hulp bij angst voor prikken.
U kunt hier meer lezen over de verschillende medicijnen voor diabetes: https://www.dvn.nl/diabetes/behandelingen/diabetes-medicatie.

Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op dit plan. Bijvoorbeeld:
  • uw type diabetes
  • uw gezondheid en of u andere ziektes heeft
  • hoe het gaat met de glucosewaarden in uw bloed
  • de bouw van uw lichaam
  • of u andere medicijnen gebruikt
  • bijwerkingen van medicijnen
  • wat u vergoed krijgt vanuit de zorgverzekering
U komt regelmatig voor controle naar het ziekenhuis. Hoe vaak u precies komt, hangt af van hoe het met u gaat. Meestal laat u elke 4 maanden bloed prikken en heeft u een gesprek met de arts. Daarnaast heeft u een aantal afspraken per jaar met een diabetesverpleegkundige.

Gewone controle: elke 4 maanden

We meten regelmatig uw ‘HbA1c-waarde'. Dit meten we in uw bloed. Hiervoor nemen we wat bloed bij u af. Daarna heeft u een gesprek met de arts om de uitslag te bespreken. Deze afspraak kan telefonisch of in het ziekenhuis zijn.

De HbA1c-waarde geeft een gemiddelde van de hoeveelheid glucose in uw bloed. Dit is een gemiddelde van de laatste 3 maanden. Het meet hoeveel glucose er aan rode bloedcellen (hemoglobine) geplakt zit.

Het is belangrijk dat deze waarde niet te hoog is. Het verschilt per leeftijd hoe hoog deze waarde mag zijn.

Meer uitleg over HbA1c vindt u in https://www.diabetes.nl/wat-is-diabetes/bloedglucosewaarden-bij-diabetes/wat-is-het-hba1c.

Uitgebreide controle

Tijdens de uitgebreide controle nemen we bloed af om te kijken hoe het met u gaat.

Voeten
We controleren uw voeten. We kijken of het nodig is om actie te ondernemen.
Bijvoorbeeld:
  • advies voor andere schoenen
  • verwijzing naar een medische pedicure of podotherapeut
In ‘Zelfzorg bij diabetes’ vindt u tips om uw voeten goed te verzorgen.

  • Kunt u niet naar uw afspraak komen? Bel dan naar de polikliniek om dit te laten weten. Doe dit het liefst zo snel mogelijk, en uiterlijk 24 uur van tevoren. Zo zorgen we voor zo kort mogelijke wachttijden voor iedereen.
  • Heeft u een afspraak met de verpleegkundige, diëtist, klinisch technoloog of arts?
    • Neem dan de metingen van uw glucosewaarden van de afgelopen 14 dagen mee.
    • Heeft u een sensor of insulinepomp? Maak hier dan een upload van.
    • Zorg dat u weet welke medicijnen u nu gebruikt en in welke dosis.
  • Deze gegevens hebben we nodig om u goed te kunnen helpen.
  • Bereid u altijd voor op uw afspraak.
    • Schrijf uw vragen op.
    • Neem iemand mee die mee kan luisteren, als u dat fijn vindt.
    • Heeft u moeite met Nederlands of Engels? Neem dan iemand mee die voor u kan vertalen.
Het diabetes-team bestaat uit verschillende zorgverleners.

Diabetoloog

De diabetoloog is een arts (internist) gespecialiseerd in diabetes. De diabetoloog is uw hoofdbehandelaar. Deze arts maakt samen met u een plan voor uw behandeling.
  • Mogelijk vraagt de arts uw medische gegevens van andere organisaties op.
  • Mogelijk vraagt onze arts onderzoeken voor u aan. Bijvoorbeeld onderzoek naar uw bloed of urine, lichamelijk onderzoek, metingen van uw bloeddruk. De arts bespreekt de uitslagen met u.
  • Mogelijk verwijst de arts u door naar andere zorgverleners.
In opleiding
U ziet mogelijk verschillende artsen. Op onze polikliniek werken ook artsen die in vervolgopleiding zijn tot internist. Zij werken onder begeleiding van één van onze diabetologen.

Diabetes-verpleegkundige

De diabetes-verpleegkundige ondersteunt u bij uw diabetes. Dit doet de diabetes-verpleegkundige bijvoorbeeld met:
  • Hulp bij het regelen van uw glucosewaarden.
  • Uitleg over medicijnen.
  • Uitleg over leefstijl. Bijvoorbeeld over roken, drugs, beweging en stress.
  • Uitleg over het gebruik van medische hulpmiddelen. Bijvoorbeeld een glucosesensor.
  • Advies over aanpassingen in uw medicatie.
Ook kunt u bij de diabetes-verpleegkundige terecht voor vragen. De diabetes-verpleegkundige is uw vaste contactpersoon. We proberen altijd om uw afspraak te plannen met uw eigen diabetesverpleegkundige.

Diëtist

Bij diabetes is voeding een belangrijk onderdeel van de behandeling. Onze diëtisten zijn gespecialiseerd in voeding bij diabetes.
  • U krijgt uitleg over gezonde voeding bij diabetes. We helpen u om een goede balans te vinden.
  • U krijgt een persoonlijk advies over uw voeding.
  • U kunt hulp krijgen bij:

Doktersassistent

De doktersassistenten zijn uw eerste aanspreekpunt op de polikliniek. De doktersassistenten:
  • Plannen uw afspraken in.
  • Nemen de telefoon op als u belt.
  • Meten uw bloeddruk, lengte en gewicht.

Psycholoog

U kunt terecht bij onze psycholoog. Een psycholoog helpt u om beter om te gaan met uw gedachten, gevoelens en problemen rondom diabetes. Onze psycholoog is gespecialiseerd in het helpen van mensen met diabetes.

De psycholoog kan u bijvoorbeeld helpen bij:
  • angst voor naalden en prikken
  • het accepteren dat u diabetes heeft
  • motivatie bij het zelf goed zorgen voor uw gezondheid

Klinisch technoloog

De klinisch technoloog helpt u met technische hulpmiddelen. Bijvoorbeeld een insulinepomp of sensor. De klinisch technoloog geeft uitleg over het hulpmiddel en helpt u bij het gebruiken ervan.

Contact

Heeft u vragen over diabetes of de behandeling? Stel deze dan gerust aan onze arts of diabetesverpleegkundige. Of neem contact met ons op via telefoon, de chat in de Digizorg app (zie hieronder).

Heeft u een vraag over uw afspraak? Bel dan naar de polikliniek Diabetologie.
  • (010) 704 05 67.
    • Bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.00 uur
Heeft u een andere vraag? Of wilt u uw glucosewaarden voor uw afspraak aan ons doorgeven? Dit kunt u doorgeven via de Digizorg app.

Heeft u vragen die niet dringend zijn? Dan kunt u contact met ons opnemen via de chat in de Digizorg app. We zullen binnen 5 dagen reageren op uw vraag.

Bij spoed buiten kantoortijden belt u het algemene nummer van het Erasmus MC:
  • (010) 704 0 704.
    • Vraag naar de internist.
Bij een levensbedreigende situatie belt u 112.

Meer informatie