Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Patiëntenfolder

Diabetes mellitus type 2

Informatie over suikerziekte type 2

Download PDF

Over diabetes

Uw lichaam kan uw glucose (bloedsuiker) niet goed zelf regelen. Bij diabetes heeft u vaak te veel glucose in uw bloed. De hele naam van de ziekte is ‘diabetes mellitus’. Diabetes staat ook bekend als suikerziekte.

Het lichaam heeft glucose nodig als brandstof. Het zorgt voor energie in het lichaam.

Hoe komt het lichaam aan glucose? Vooral door het eten en drinken van koolhydraten. Er zijn verschillende soorten koolhydraten. Bijvoorbeeld suiker, zetmeel en lactose. Uw maag en darmen breken deze koolhydraten af tot glucose. Daarna komt glucose in het bloed.

Uw bloed vervoert glucose door uw hele lichaam. Alle cellen in uw lichaam hebben glucose nodig. Bijvoorbeeld de cellen van uw spieren en hersenen. Glucose gaat vanuit uw bloed uw cellen binnen. Zo krijgt u energie om te bewegen, te praten en te denken.

Afbeelding

Afbeelding 1. Uw lichaam breekt koolhydraten af tot glucose.

Afbeelding(en) gemaakt met BioRender.com


Glucose kan niet zomaar de cellen in. Hiervoor is insuline nodig. Dit maakt de alvleesklier (pancreas). De alvleesklier ligt in uw buik, achter uw maag. Insuline werkt als een sleutel. Het maakt de cellen open. Daardoor gaat glucose vanuit het bloed naar de cellen. Zo krijgen de cellen energie.

Insuline wordt gemaakt door speciale cellen in de alvleesklier. Deze cellen heten bètacellen en zijn onderdeel van de eilandjes van Langerhans.

Alvleesklier

Afbeelding 2. De alvleesklier.


Afbeelding(en) gemaakt met BioRender.com


Situatie zonder diabetes:

Eet iemand zonder diabetes een maaltijd met koolhydraten? Dan komt er meer glucose in het bloed. De alvleesklier reageert hierop door meer insuline te maken. Zo zorgt het lichaam dat glucose naar de cellen gaat. En dat er niet te veel glucose in het bloed blijft.

Bij iemand zonder diabetes is de glucose in het bloed 7,7 mmol/liter of lager.

Insuline

Afbeelding 3. Insuline regelt de hoeveelheid glucose in het bloed.

Afbeelding(en) gemaakt met BioRender.com


Situatie met diabetes:

Eet u een maaltijd met koolhydraten? Dan komt er ook meer glucose in uw bloed. Maar uw lichaam kan zelf niet goed zorgen dat dit uit uw bloed naar uw cellen gaat met behulp van uw eigen insuline. Uw lichaam kan de hoeveelheid glucose in uw bloed (bloedsuiker) dus niet goed zelf regelen.

De oorzaak verschilt per type diabetes. Soms kan de alvleesklier geen insuline meer maken. Soms zijn cellen juist niet meer gevoelig voor insuline. Er is wel insuline, maar de cellen reageren er niet meer op, en laten geen glucose naar binnen.

Over diabetes type 2

Bij diabetes type 2 reageert het lichaam niet meer goed op insuline. Dit heet ‘ongevoeligheid voor insuline’. Het medische woord is insulineresistentie. Het lichaam maakt dus wel insuline, maar kan het vervolgens niet gebruiken. Hierdoor kan het lichaam niet genoeg glucose opnemen uit het bloed. De bloedglucose wordt dan te hoog.

Het lichaam reageert hierop door meer insuline aan te maken. In een latere fase van de ziekte beschadigen ook de cellen die insuline aanmaken. Deze cellen zitten in de alvleesklier. Als deze cellen beschadigd raken, kunnen ze niet voldoende insuline meer maken. Hierdoor zal de bloedglucosewaarde stijgen.

Diabetes type 2

Afbeelding 4. Bij diabetes type 2 reageren eerst de cellen niet meer goed op insuline. Later is er ook minder insuline.

Afbeelding(en) gemaakt met BioRender.com


Er zijn verschillende zaken die een risico geven op diabetes type 2:
  • Leeftijd: hoe ouder u bent, hoe meer kans op diabetes type 2.
  • Erfelijkheid: als diabetes type 2 in uw familie voorkomt heeft u meer kans om het ook te krijgen.
  • Leefstijl: overgewicht, weinig bewegen en voeding met veel koolhydraten (waaronder suikers) vergroten de kans op diabetes type 2.
  • Zwangerschapsdiabetes: vrouwen die tijdens de zwangerschap diabetes hebben gehad, hebben op latere leeftijd meer kans op diabetes mellitus type 2.
Diabetes kan op lange termijn klachten geven. De meeste klachten komen door schade aan de bloedvaten. De klachten kunnen ontstaan aan de volgende organen of lichaamsdelen:
Door een normale bloedglucose, heeft u een kleinere kans op schade aan uw bloedvaten. Hierdoor heeft u ook minder kans op deze klachten op lange termijn.

Ook letten we goed op signalen van deze klachten. Als we de klachten vroeg ontdekken, kunnen we u beter behandelen. We proberen zo de schade te beperken.

Behandeling

Het doel van de behandeling is om te voorkomen dat u te veel glucose in uw bloed heeft en daar op de lange termijn complicaties van krijgt. Bij diabetes type 2 doen we dit in 3 stappen:
  • Stap 1 - Gezonde levensstijl: door uw levensstijl aan te passen is het vaak al mogelijk om uw bloedglucose te verlagen en uw gezondheid te verbeteren.
  • Stap 2 – Medicijnen: als een gezonde levensstijl niet genoeg helpt, kunt u ook medicijnen krijgen om uw bloedglucose onder controle te krijgen.
  • Stap 3 – Insuline: als het na stap 1 en stap 2 niet lukt om uw bloedglucose onder controle te krijgen, moet u soms insuline spuiten. Dit doet u met injecties.

Het doel van de behandeling is om uw bloedglucose op een normale waarde te houden. Dit noemen we de streefwaarden.
  • Vóór de maaltijd mag uw bloedglucose tussen 4 en 7 mmol/L zijn.
  • Na de maaltijd mag uw bloedglucose maximaal 10 mmol/L zijn.
De basis van elke behandeling voor diabetes type 2 is altijd een gezonde levensstijl: gezond eten en voldoende bewegen. Zonder deze verandering in uw levensstijl is een goede behandeling erg moeilijk. Soms zelfs onmogelijk. Uw diabetesteam zal u hierover adviseren.

De adviezen:
  • Eet gezond en eet niet te veel.
  • Elke dag minimaal 30 minuten matig intensief bewegen, bijvoorbeeld fietsen of wandelen.
  • Heeft u overgewicht? Beweeg dan minimaal 1 uur per dag. Soms kunt u ook medicijnen krijgen om u te helpen met afvallen. We kunnen met u uitzoeken of dit bij u ook mogelijk is.
  • Rookt u? Stop dan met roken. De combinatie van diabetes en roken is zeer slecht voor uw hart en bloedvaten. Wilt u hier hulp bij? Neem dan contact op met uw huisarts of diabetesverpleegkundige.
Met een gezonde levensstijl zorgt u ervoor dat uw glucosewaarden minder hoog worden na het eten. Hierdoor kan het zijn dat uw lichaam weer beter gaat reageren op insuline.

Als een gezonde leefstijl alleen niet genoeg werkt, kunt u medicijnen krijgen. U moet zich daarnaast wel blijven houden aan de leefstijladviezen.

Bij diabetes type 2 heeft u vaak meerdere soorten medicijnen nodig.
  • Medicijnen die de aanmaak van insuline stimuleren.
  • Medicijnen die het lichaam gevoeliger maken voor insuline.
  • Medicijnen die zorgen dat u meer glucose uitplast.
Vaak begint u met 1 medicijn. Als dat niet genoeg werkt, kunt u er meer medicijnen bij krijgen.

Als alle leefstijladviezen en de medicijnen samen niet genoeg zijn om uw bloedglucose onder controle te krijgen, moet u insuline gaan spuiten. Dit gaat met injecties.

Soms heeft u ook andere medicijnen nodig. Zoals:
  • Bloeddruk medicijnen. Een hoge bloeddruk is slecht voor uw hart en bloedvaten. Diabetes kan ook al schade geven aan hart en bloedvaten. Als u diabetes én een hoge bloeddruk heeft, loopt u extra risico op hart- en vaatziekten. Daarom kunt u medicijnen krijgen om uw bloeddruk te verlagen.
  • Cholesterol medicijnen. Veel cholesterol in uw bloed is slecht voor uw hart en bloedvaten. Diabetes kan ook al schade geven aan hart en bloedvaten. Als u diabetes én een hoog cholesterol heeft, loopt u extra risico op hart- en vaatziekten. Daarom willen we uw cholesterol verlagen. U krijgt advies van een diëtist over de juiste soorten vet. Meestal heeft u daarnaast ook medicijnen nodig om uw cholesterol te verlagen. We streven meestal naar een LDL-cholesterolgehalte van 2,5 mmol/L of lager.
U kunt zelf uw bloedglucose in de gaten houden. Zeker als u insuline spuit, moet u uw bloedglucose in de gaten houden. Dit kan op twee manieren:
  • Sensor: veel mensen met diabetes dragen tegenwoordig een sensor die bloedglucose meet (FGM of CGM). De sensor geeft ook aan wat de Time in Range (TIR) is. Het doel is om dit boven de 70% te houden.
  • Vingerprik: u prikt in uw vinger zodat u een druppeltje bloed krijgt. Met deze druppel meet u uw bloedglucose.
We kunnen ook meten of uw bloedglucose op een lange termijn goed geweest is. Dat doen we door HbA1c te meten. Hier leest u meer over in de algemene informatie over diabetes.

Een groot deel van de behandeling van diabetes doet u zelf. Hoe u het beste voor uzelf kunt zorgen en wat u bijvoorbeeld kunt doen als u een hypo of hyper heeft, kunt u lezen in ‘Zelfzorg bij diabetes'.

Als u diabetes heeft, heeft dit impact op uw dagelijks leven. U moet anders gaan eten, bloedwaarden meten, en misschien medicijnen slikken of insuline toedienen. Het is heel normaal als u het hier (soms) moeilijk mee heeft. U kunt meer lezen over psychische problemen en stress door diabetes type 2 in ‘Psychische gezondheid en stress door diabetes type 2’.

We helpen u graag hiermee. Als u vragen heeft, kunt u altijd contact met ons opnemen, een e-mail sturen of een telefonische afspraak maken.

Informatie van Erasmus MC
Andere organisaties
Heeft u een vraag over uw afspraak? Bel dan naar de polikliniek Diabetologie.
  • (010) 704 05 67.
    • Bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.00 uur
Heeft u een andere vraag? Of wilt u uw glucosewaarden voor uw afspraak aan ons doorgeven? Dit kunt u doorgeven via de Digizorg app.

Heeft u vragen die niet dringend zijn? Dan kunt u contact met ons opnemen via de chat in de Digizorg app. We zullen binnen 5 dagen reageren op uw vraag.

Bij spoed buiten kantoortijden belt u het algemene nummer van het Erasmus MC:
  • (010) 704 0 704.
    • Vraag naar de internist.
Bij een levensbedreigende situatie belt u 112.