Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
bandage
Aandoening

Herseninfarct

Bij een herseninfarct sluit een stolsel een slagader in de hersenen af. Een deel van de hersenen krijgt daardoor geen zuurstof en voedingsstoffen meer. Daardoor ontstaan plotse klachten, zoals uitvalsverschijnselen.

Over deze aandoening

Wat is het?

Hersenen hebben veel bloed nodig om alle delen van de hersenen van zuurstof en voedingsstoffen te voorzien. Deze stoffen worden aangevoerd door slagaders die zich in de hersenen vertakken. Als een van de slagadertakken in de hersenen wordt afgesloten, krijgt een deel van de hersenen te weinig bloed en kan het beschadigd raken. Hoe langer de afsluiting van het bloedvat duurt, hoe erger de schade zal zijn. Soms herstelt het lichaam gelukkig zelf de bloedtoevoer en herstel je vanzelf helemaal: dan spreken we van een TIA.

Hoe vaak komt het voor?

Ongeveer 80% van de patiënten met een beroerte heeft een herseninfarct. 

Oorzaak

Belangrijke oorzaken van een herseninfarct zijn:

  • Slagaderverkalking (atherosclerose) in een van de slagaders die de hersenen van bloed voorzien.
  • Een hartafwijking.

Andere oorzaken van een herseninfarct kunnen zijn:

  • Afsluiting van de kleine slagaders in het hoofd (small vessel disease).
  • Een scheur (dissectie) van een van de slagaders die de hersenen van bloed voorzien.

Andere, meer zeldzame oorzaken van een herseninfarct zijn:

  • Afwijkingen in de bloedstolling.
  • Afwijkingen van de wand van het bloedvat (vasculopathie).
  • Een vaatontsteking (vasculitis).
 

Symptomen en gevolgen

De verschijnselen van een herseninfarct treden onverwacht en plotseling op. Deze symptomen kunnen zijn:

  • Niet goed zien aan één kant.
  • Verlamming van gelaat, arm en/of been.
  • Gevoelsstoornissen van een lichaamshelft.
  • Onduidelijk of vreemd praten.

Ongeveer een kwart van de patiënten met een herseninfarct krijgt ook klachten van het denkvermogen. Wie ouder is, of vaker een herseninfarct krijgt, heeft een grotere kans op deze klachten. Dit kan zich uiten in achteruitgang van het geheugen of de concentratie, traagheid en moeite met lezen, rekenen, schrijven of taal. 

 

Wat wij voor u doen

Onderzoek en diagnose

1. ONDERZOEKEN

Computer Tomografie (CT)

Een CT-scan wordt gemaakt als een patiënt klachten heeft waarbij wordt gedacht aan een beroerte. Bijvoorbeeld bij plotse, hevige hoofdpijn of uitvalsverschijnselen. 

Lees verder op: patiëntenfolder CT-scan

Magnetic Resonance Imaging (MRI)

Bij sommige patiënten kan er met een CT-scan nog geen zekere diagnose worden gesteld, of is de diagnose wel duidelijk, maar de oorzaak nog niet bekend. Dan kan een MRI-scan extra informatie geven.

Lees verder op: patiëntenfolder MRI-scan

Diagnostische Angiografie

Wanneer de CT- en/of MRI-scan nog niet voldoende duidelijkheid heeft gegeven over de oorzaak van de beroerte, wordt er soms een diagnostische angiografie gedaan om de bloedvaten nog beter in beeld te krijgen.

Lees verder op: patiëntenfolder Neuro-angiografie

Echo-onderzoek

Wanneer bij een patiënt met een beroerte geen CT- of MRI-scan kan worden gemaakt of ter voorbereiding op een eventuele operatie,  wordt er soms een echo-onderzoek gedaan. Hiermee worden de bloedvaten in de hals en in het hoofd in kaart gebracht.

Lees verder op: patiëntenfolder Duplexonderzoek en patiëntenfolder TCD-onderzoek

Bloedonderzoek

Bloedonderzoek is nodig om directe behandeling mogelijk te maken en om de oorzaak van de beroerte te weten te komen. Op www.uwbloedserieus.nl vindt u de meest voorkomende testen en antwoorden op veel gestelde vragen.

Ruggenprik

Bij sommige patiënten wordt het hersenvocht onderzocht. Het doel hiervan is om te bepalen of er bijvoorbeeld een ontsteking is of een bloeding. Met een ruggenprik kan het hersenvocht worden afgenomen.

Lees verder op: patiëntenfolder lumbaalpunctie

Overige diagnostiek

Om de oorzaken en gevolgen van de beroerte goed te onderzoeken, werken we nauw samen met andere specialisten zoals de internist, cardioloog en neuropsycholoog.

 

2. BEHANDELING

Medicijnen

Sommige medicijnen worden direct gegeven, om te genezen of erger te voorkomen, en sommige worden gegeven om nieuwe herseninfarcten te voorkomen. De belangrijkste medicijnen worden hieronder besproken.

  • Trombolyse.

Een herseninfarct ontstaat vaak doordat een bloedstolsel een slagader in de hersenen afsluit. Hoe sneller dit stolsel wordt opgelost, hoe groter de kans op een goed herstel. Het medicijn alteplase kan dit stolsel oplossen. Alteplase is een sterke bloedverdunner en wordt via een infuus toegediend. De behandeling met alteplase wordt trombolyse genoemd. 

  • Bloedverdunners.

Het medicijn dat wordt voorgeschreven is clopidogrel. Dit moet het hele verdere leven worden ingenomen. Clopidogrel remt de bloedplaatjes. Bloedplaatjes zijn verantwoordelijk voor de bloedstolling.

  • Cholesterolverlagers.

Alle patiënten krijgen een statine. Een statine remt de aanmaak van het cholesterol door het eigen lichaam. Cholesterol stimuleert het ontstaan en de toename van aderverkalking. Een statine remt dus dit proces.

  • Bloeddrukverlagers.

Ongeveer twee derde van de patiënten met een herseninfarct heeft al lange tijd een te hoge bloeddruk. Verlagen van de bloeddruk met medicijnen is een van de beste manieren om het risico op een nieuw herseninfarct te verkleinen.

  • Medicijnen tegen suikerziekte.

Ongeveer een kwart van de patiënten met een herseninfarct heeft suikerziekte. Behandelen van de suikerziekte met medicijnen kan het risico op nieuwe herseninfarcten verkleinen.

Trombectomie

Een trombectomie is het verwijderen van een stolsel (een trombus). Bij een herseninfarct zit er een stolsel in een slagader van de hersenen. Tijdens de trombectomie wordt met behulp van slangetjes, ook wel katheters genoemd, vanuit de lies geprobeerd het stolsel weg te halen.

Lees verder op: patiëntenfolder Trombectomie

Opheffen vernauwing van de halsslagader (carotisdesobstructie)

Een vernauwing van de halsslagader is een belangrijke oorzaak van een herseninfarct. Daar helpt een operatie voor. Tijdens een zogenoemde carotisdesobstructie maakt de vaatchirurg het bloedvat weer schoon.

Operatie

Als een bloeding door zwelling zoveel ruimte inneemt dat de patiënt het bewustzijn verliest, kan een operatie waarbij de schedel wordt geopend en ruimte wordt gemaakt voor de hersenen, levensreddend zijn.

Preventie

Leefstijl veranderen is minstens zo effectief als de medicijnen die u slikt. Wanneer u een gezond gewicht heeft, elke dag een half uur beweegt, niet rookt en weinig alcohol drinkt, heeft u minder kans op een beroerte.

Met wie heeft u te maken?

Op de SEH wordt u opgevangen door een team van verpleegkundigen, laboranten, artsen (niet) in opleiding tot specialist, neurologen en (interventie)radiologen.

Tijdens uw opname op de Stroke Unit wordt uw gezondheid intensief bewaakt door neurologen en verpleegkundigen.

Een multidisciplinair team van artsen, verpleegkundigen en fysiotherapeuten brengt in kaart waar u na ontslag uit het ziekenhuis het beste verder kunt herstellen.

De verpleegkundig specialisten en physician assistants zullen u op de polikliniek terug zien. Voorafgaand aan het controlebezoek vult u de Zorgmonitor in.

Checklist

Komt u binnenkort bij ons op bezoek?

Hoe bereidt u uw gesprek voor? Wat neemt u mee? Alles wat u moet weten in een handig overzicht.

Bereid u voor