Over deze behandeling
Wat is het?
Aangeboren cysten kunnen ook later in het leven aan het licht komen. Zij ontstaan ofwel uit de aanleg van de schildklier, ofwel uit de aanleg van de zogenoemde kieuwbogen. De operatieve behandeling wordt in beide gevallen gedicteerd door hun ontstaanswijze. Een goede behandeling van aangeboren schildkliercysten vereist bijvoorbeeld dat het gehele traject van de schildklieraanleg, van de tong tot diep in de hals, in het operatieplan wordt betrokken. Kieuwboogresten zijn ofwel eenvoudige cysten die relatief eenvoudig te verwijderen zijn, ofwel ingewikkelde gangetjes die veel lastiger te opereren zijn.
Hoe gaan we te werk?
Meestal kunnen cysten in de hals via een kleine huidsnede toch volledig worden verwijderd. Tijdens de operatie wordt bepaald hoeveel weefsel moet worden weggehaald om een volledige verwijdering mogelijk te maken. Dat is belangrijk, omdat ook een klein restant tot hernieuwde groei van de cyste kan leiden. De verwijdering daarvan is door littekenvorming als gevolg van de eerste ingreep meestal een stuk lastiger. Bij afwijkingen in de hals geldt: de eerste klap is een daalder waard.
Wat is het doel?
Het doel van de operatie is drieledig:
- Verwijdering van het weefsel voor onderzoek, zodat zeker is dat geen andere diagnose over het hoofd wordt gezien.
- Voorkoming van infecties van de cyste.
- Cosmetische verbetering.
Tijdens de behandeling
Zoals bij elke operatie zijn er risico’s verbonden aan zowel de narcose als de operatie zelf, zoals een nabloeding of een infectie. In het specifieke geval van een cyste in de hals bestaat daarnaast het risico op beschadiging van belangrijke bloedvaten en zenuwen in de hals. Daarom verdient het aanbeveling dergelijke operaties door een ervaren KNO-arts te laten uitvoeren.
Verpleegafdeling
Op de verpleegafdeling moet worden gelet op het eventuele ontstaan van een nabloeding. In het geval van een cyste van de schildklieraanleg kan een dergelijke bloeding de luchtweg blokkeren. Daarom plaatsen wij uit voorzorg een drain en raden wij een ziekenhuisopname van één nacht ter observatie sterk aan.
Thuis
Als er tijdens de operatie geen belangrijke structuren in het gedrang zijn gekomen, zijn de bijwerkingen minimaal. In de week na de operatie kan zich eventueel een wondinfectie ontwikkelen. Lokale roodheid, zwelling, vochtafscheiding en koorts kunnen daarop wijzen.
Na de operatie is de zwelling weg en kunnen er in principe geen infecties meer optreden. Wel gaat dit ten koste van een litteken in de hals, maar de huidsnede kunnen we vrijwel altijd in een huidplooi maken, zodat het litteken goed gecamoufleerd wordt. Na twee weken is de uitslag van het weefselonderzoek bekend en weten we wat de uiteindelijke en definitieve diagnose is.
Wanneer neemt u contact op?
Bij lokale roodheid, zwelling, vochtafscheiding, koorts en/of benauwdheid moet u contact opnemen. Bij benauwdheid moet u direct naar het ziekenhuis komen.
Contact
Tel.: (010) 704 13 57
Voor niet-medische vragen kunt u ons secretariaat e-mailen via: E-mail: hoofdhalschirurgie@erasmusmc.nl Vermeld hierbij uw naam, geboortedatum en/of patiëntnummer.
- Ductus thyreoglossusanomalieen (stoornissen van de aanleg van de schildklier)
- Branchiogene afwijkingen (stoornissen in de aanleg van de kieuwbogen)