Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Patiëntenfolder

Hipec operatie

Download PDF

Gesprek met de chirurg en verpleegkundig specialist

Tijdens dit gesprek krijgt u informatie over de operatie, de voorbereiding, het herstel en de nazorg. Ook bespreken we wat u kunt verwachten en is er voldoende gelegenheid om vragen te stellen.

Gesprek met de anesthesioloog

De operatie vindt plaats onder anesthesie (narcose). U heeft daarom een gesprek met de anesthesioloog op de polikliniek anesthesiologie. De anesthesioloog bespreekt met u:
  • vanaf wanneer u niet meer mag eten en drinken (nuchter moet zijn) voor de operatie
  • welke medicijnen u eventueel mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Als u bloedverdunners gebruikt, overlegt uw behandelend arts met u of u deze kunt blijven gebruiken. Heeft u hierover vragen, dan kunt u deze stellen aan uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.
  • uw algehele gezondheidstoestand. Zo nodig krijgt u aanvullende onderzoeken.
  • de verschillende vormen van anesthesie en het verloop van de anesthesie rondom de operatie.
U gaat na het polikliniekbezoek weer naar huis en komt later terug voor de opname. U wordt de dag voor de operatie opgenomen.

Voorbereidingen tijdens de opname

  • U krijgt injecties met Fraxiparine om trombose te voorkomen.
  • De stomaverpleegkundige tekent de plaats af waar (eventueel) het stoma komt.
  • Samen met de fysiotherapeut start u met ademhalingsoefeningen om de kans op bijvoorbeeld een longontsteking en andere problemen te verkleinen.

Nuchter zijn

Voor uw operatie moet u nuchter zijn. U mag dan niet eten, drinken of roken.
6 uur voordat u in het ziekenhuis moet zijn, mag u niet meer eten en roken. U mag dan nog wel heldere dranken drinken. Bijvoorbeeld water, thee en aanmaaklimonade. 2 uur voordat u in het ziekenhuis moet zijn, mag u ook niets meer drinken.

Ligt u de dag voor de operatie al in het ziekenhuis? Dan vertelt de verpleegkundige hoe laat u nuchter moet zijn.

Gebruikt u medicijnen? Bespreek dit altijd met uw arts. Sommige medicijnen mag u rond de operatie niet innemen. Moet u de medicijnen innemen? Dit mag altijd met een slokje water. Ook in de tijden dat u nuchter moet zijn.

Meer informatie over nuchter zijn bij een operatie leest u in de folder “Nuchter rondom een operatie


Wat we gaan doen

Tijdens de operatie verwijdert de chirurg zichtbare tumoren en aangetaste delen van het buikvlies. Daarna spoelt hij de buikholte met verwarmde chemotherapie. Hiermee worden achtergebleven uitzaaiingen aangepakt.

Wat is het doel?
Door de buikholte te spoelen met chemotherapie komt het direct in contact met de tumorcellen. Het effect wordt nog vergroot door de chemotherapie te verwarmen. Doordat het lokaal wordt toegediend komt er nauwelijks chemotherapie in de bloedbaan en blijven andere organen gespaard. Ook treden er minder bijwerkingen op.

Wanneer is deze operatie zinvol?

De HIPEC operatie is alleen zinvol als u geen uitzaaiingen ergens anders in het lichaam heeft en de uitzaaiingen in de buik niet te uitgebreid zijn. Om zo goed mogelijk in te schatten of een HIPEC operatie bij u zinvol is, krijgt u vooraf verschillende onderzoeken. De chirurg bespreekt de uitslagen met u.

Wij kunnen niet altijd van tevoren bepalen of al het tumorweefsel verwijderd kan worden. Als tijdens de operatie blijkt dat de tumor zich naar teveel plaatsen in de buik heeft verspreid of dat het onmogelijk is om de tumor goed te verwijderen, moeten wij soms toch afzien van de ingreep. Het is gebleken dat de kans op complicaties dan erg groot is, terwijl de kans op genezing door de ingreep niet zal toenemen.

Verloop van de operatie

De chirurg zet de een snee in de lengterichting van de buik en haalt alle zichtbare tumoren en eventueel aangetast buikvlies weg. Afhankelijk van de uitzaaiingen kan het zijn dat de chirurg ook andere delen van organen verwijdert zoals de dunne darm, dikke darm, maag, milt, alvleesklier, eierstokken en baarmoeder. In sommige gevallen is het nodig een stoma aan te leggen. Daarna spoelen wij de buik 1,5 uur met verwarmde chemotherapie. Tijdens de behandeling kan de chirurg controleren of de chemotherapie precies daar komt waar het nodig is. De operatie duurt ongeveer 6 tot 8 uur.

In deze video ziet u hoe de operatie gaat:




Nazorg en controles

Na de operatie gaat u naar de PACU (Post Anesthesia Care Unit). Daar verblijft u 1 tot 2 dagen. Daarna gaat u naar de kliniek waar u bent opgenomen. De arts komt dagelijks bij u langs om te kijken hoe het met u gaat.

Pijnstilling
U krijgt pijnstilling toegediend en uw lichaamsfuncties worden gecontroleerd, zoals hartslag, bloeddruk en urineproductie.

Besmetting
De eerste 48 uur na de operatie zit er nog steeds chemotherapie in uw urine, maaginhoud en transpiratievocht. Dit kan schadelijk zijn voor anderen in uw omgeving. Voor het voorkomen van besmetting zijn speciale maatregelen nodig zoals het dragen van een bril, handschoenen en een schort.

Slangen en drains
Na de operatie heeft u een aantal slangen en drains:
  • Maagsonde voor afvoer van maagsappen
  • Sonde in de dunne darm om u snel voeding te kunnen geven
  • Infuus voor medicatie
  • Epiduraal katheter (ruggenprik) voor pijnstilling
  • Urine katheter
  • Wonddrains
De wonddrains mogen er na ongeveer vijf dagen uit of als er weinig tot geen vocht meer uitkomt. Als de pijn onder controle is, mogen de epiduraalkatheter en de urinekatheter eruit.

Eten
Door de operatie functioneert uw maag niet goed. Dit kan enkele dagen tot weken duren. Afhankelijk van de snelheid waarmee de maag en darmen zich herstellen en de ontlasting op gang komt, kunt u meer eten. De sonde in de maag mag er dan uit. Bij het op gang komen van de darmen kunt u krampen voelen. De dietist zal bij u langs komen op de verpleegafdeling om u te begeleiden.

Hechtingen
De hechtingen zijn oplosbaar

Naar huis

U mag naar huis als u zich goed voelt, uw darmen en maag weer op gang zijn gekomen, eventuele zorg thuis geregeld is en er toestemming is van de chirurg. Meestal is dit na ongeveer 10 dagen.

De resultaten en controleafspraken bespreken wij tijdens het polikliniekbezoek.

Bijwerkingen en complicaties
HIPEC is een zware behandeling, met kans op complicaties. Hoe groot de kans is, hangt af van de grootte van de ingreep. Dit hangt weer af van het stadium waarin de ziekte zich bevindt en de hoeveelheid uitzaaiingen.

Mogelijke complicaties zijn:
  • Bloedingen
  • Darmlekkage
  • Infecties
  • Abces
  • Trombose
  • Longembolie
  • Longontsteking
Ook het niet op gang komen van de maag kan een rol spelen. In sommige gevallen is het nodig u een of meerdere keren opnieuw te opereren.

Verpleegkundig specialist E.M. Vlasveld, 06 416 716 47 of e.vlasveld@erasmusmc.nl.