Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Patiëntenfolder

Laparoscopie

Bij een laparoscopie kijkt de chirurg met een camera (laparoscoop) in de buikholte.

Download PDF


Voorbereiding

Het onderzoek vindt plaats onder anesthesie (narcose). U heeft daarom een gesprek met de anesthesioloog op de polikliniek anesthesiologie. De anesthesioloog bespreekt met u:
  • vanaf wanneer u niet meer mag eten en drinken (nuchter moet zijn) voor het onderzoek.
  • welke medicijnen u eventueel wel/niet mag innemen
  • uw algehele gezondheidstoestand. Zo nodig krijgt u aanvullende onderzoeken.
  • de verschillende vormen van anesthesie

Nuchter zijn

Voor uw operatie moet u nuchter zijn. U mag dan niet eten, drinken of roken.
6 uur voordat u in het ziekenhuis moet zijn, mag u niet meer eten en roken. U mag dan nog wel heldere dranken drinken. Bijvoorbeeld water, thee en aanmaaklimonade. 2 uur voordat u in het ziekenhuis moet zijn, mag u ook niets meer drinken.

Ligt u de dag voor de operatie al in het ziekenhuis? Dan vertelt de verpleegkundige hoe laat u nuchter moet zijn.

Gebruikt u medicijnen? Bespreek dit altijd met uw arts. Sommige medicijnen mag u rond de operatie niet innemen. Moet u de medicijnen innemen? Dit mag altijd met een slokje water. Ook in de tijden dat u nuchter moet zijn.

Meer informatie over nuchter zijn bij een operatie leest u in de folder “Nuchter rondom een operatie

Bloedverdunners

Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen zoals Marcoumar of Sintrom dan moet u hiermee meestal stoppen. Dit gaat altijd in overleg met uw behandelend arts. Over het algemeen stopt u met de medicijnen enkele dagen (meestal 5) voor de laparoscopie.

Over dit onderzoek

Wat we gaan doen

Nadat u onder anesthesie bent, desinfecteert de chirurg uw buik en dekt deze af met steriele doeken. De chirurg maakt een snede van 10 – 15 mm, meestal boven of onder de navel. Daarna vult hij uw buikholte met gas en bekijkt deze met de laparoscoop. Soms is het nodig om nog 1 of 2 extra sneetjes ( 5 - 10 mm) te maken voor het inbrengen van chirurgische instrumenten. Eventueel neemt de chirurg ook stukjes weefsel (biopten) af voor microscopisch onderzoek. Als de chirurg klaar is, verwijdert hij het gas, hecht de wondjes en plakt deze af met een pleister.

Verklevingen

Heeft u eerder een buikoperatie gehad, dan kunt u verklevingen hebben. Het kan dan nodig zijn om een grotere verticale snee rondom de navel te maken om de buikholte goed te kunnen bekijken.

Na het onderzoek

Nazorg en controles


Eten en drinken

Na het onderzoek mag u alles weer eten en drinken.

Pijnmedicatie
Soms ontstaan er tijdens of na de laparoscopie pijnklachten. U kunt hiervoor pijnstillers krijgen. U kunt bijvoorbeeld schouderpijn krijgen aan de rechterkant door prikkeling van het middenrif door het gas dat achterblijft na het onderzoek. Dit gas verdwijnt vanzelf en de klachten verdwijnen meestal binnen 1 - 2 dagen.  

Naar huis

Laparoscopie vindt meestal plaats in dagbehandeling. U kunt in de loop van de middag of avond weer naar huis.

Leefregels

  • Na een dag mag u weer douchen. Zo nodig kunt u zelf een nieuwe pleister aanbrengen.
  • Na het onderzoek mag u weer alles doen afhankelijk van eventuele pijnklachten. Als het onderzoek is uitgevoerd met een snee rondom de navel, dan mag u de eerste 6 weken niet zwaar tillen en geen kracht op de rechte buikspieren uitoefenen.

Pijn

Mocht u thuis nog pijnklachten hebben, neemt u dan een pijnstiller (bijvoorbeeld paracetamol).

Bijwerkingen en complicaties

Complicaties zijn zeldzaam. De complicaties die na een laparoscopie kunnen voorkomen zijn meestal het gevolg van de laparoscopie zelf of het nemen van een biopsie.

Tijdens het onderzoek

  • Het komt zelden voor dat een orgaan beschadigt raakt. Bijvoorbeeld de darm als deze verkleefd is. De kans hierop is groter wanneer u eerder buikoperaties heeft gehad. Mocht een orgaan beschadigt raken, dan kan het nodig zijn om een grotere verticale buikwond te maken (‘open’ operatie) in plaats van een aantal kleine sneetjes.
  • Er kan een bloeding ontstaan. Deze is meestal tijdens de laparoscopie te verhelpen. Lukt dit niet, dan kan een ‘open’ operatie nodig zijn om de bloeding te stoppen.

Na het onderzoek

  • Wanneer er veel vocht in de buikholte aanwezig is kan de wond gaan lekken.
  • Op de plek van de buikwond kan een bloeduitstorting ontstaan (deze verdwijnt geleidelijk) of een ontsteking.

De uitslag

Na het onderzoek bespreekt de chirurg in de kliniek de uitslag met u.

Contact

Wanneer contact opnemen?

Neemt u contact op met uw behandelend arts of één van de verpleegkundig specialisten als u ernstige of blijvende (pijn)klachten heeft. Verpleegkundig specialisten:
Mevrouw I. Stip:06 811 773 29
Mevrouw M. Diepeveen 06 416 716 47

Patiëntinformatiecentrum Oncologie (PATIO)

Het patiëntinformatiecentrum is er voor iedereen die met kanker te maken krijgt, als patiënt of naaste. Het informatiecentrum bevindt zich aan de Zimmermanweg en is geopend van maandag t/m vrijdag van 8.00 - 16.30 uur. Telefoon: (010) 704 12 02. Mail: patio@erasmusmc.nl. Voor alle mogelijkheden en activiteiten: www.erasmusmc.nl/kankerinstituut/patio. Kijkt u ook eens naar het ervaringsverhaal van Joris: