Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Nieuws

2020: Het eerste jaar van de hamster

12 januari 2022

‘Wij streven naar heldere informatie, ook bij de cijfers. Daarom zijn we ook deelnemer aan de Transparantie Overeenkomst Dierproeven, die vorig jaar tot stand is gekomen’, aldus dr. Martje Fentener van Vlissingen, directeur van het Erasmus Dierexperimenteel Centrum

In het onlangs gepubliceerde jaarverslag van de NVWa 'Zo Doende 2020', over dierproeven in Nederland, is geen afzonderlijk uittreksel opgenomen over de aantallen dierproeven bij het Erasmus MC. Erasmus MC heeft de jaarlijkse cijfers uiteraard wel geregistreerd bij de NVWa. Daaruit blijkt onder meer dat onderzoek met hamsters toeneemt, omdat het Erasmus MC bijzondere expertise heeft ten aanzien van ziekten die pandemisch kunnen worden, zoals coronavirussen. Dat wordt onderzocht op allerlei manieren en daar zijn ook dierproeven voor nodig. ‘Wij streven naar heldere informatie, ook bij de cijfers. Daarom zijn we ook deelnemer aan de Transparantie Overeenkomst Dierproeven, die vorig jaar tot stand is gekomen’, aldus dr. Martje Fentener van Vlissingen, directeur van het Erasmus Dierexperimenteel Centrum

Begin januari 2022 bracht de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit het jaaroverzicht Zo Doende 2020 uit. De NVWa heeft dit overzicht opgesteld op basis van gegevens die vergunninghoudende instellingen hebben aangeleverd en inspecties die de NVWa heeft uitgevoerd.

Het Erasmus MC is één van de tachtig organisaties in Nederland die dieren gebruiken voor wetenschappelijke doeleinden, en/of ze met oog daarop fokken. Het uittreksel van de dierproeven bij het Erasmus MC ontbreekt in de bijlage van het jaaroverzicht, omdat het Erasmus MC die gegevens liever van een inhoudelijke toelichting voorziet. Vanzelfsprekend zijn de gegevens van het Erasmus MC wel aangeleverd bij de NVWa en ook opgenomen in de ALURES database van de EU.

tabel 1

Tabel 1. Uittreksel van de verrichte dierproeven bij het Erasmus MC; kolommen (globale toepassingsgebieden) en regels (diersoorten) zonder gegevens zijn weggelaten. Bron: Erasmus MC

Dierproeven 

De Wet op de dierproeven beschermt proefdieren. Er zijn hoge eisen aan de huisvesting en verzorging van de dieren, en aan de kunde van de mensen die dieren verzorgen of behandelen. Bovendien is het gebruik van dieren in dierproeven alleen toegestaan als daarvoor eerst een projectvergunning bij de overheid (Centrale Commissie Dierproeven) is verkregen.
Eigenlijk zouden vanwege OCW ook instellingen als het BPRC, de KNAW-instituten en dergelijke moeten worden meegenomen. Deze instituten nemen net als Erasmus MC deel aan de Transparantie Overeenkomst Dierproeven (2021), met als doel het verder bouwen aan heldere informatie voor het publiek. Zie ook de meerjaren trendanalyse 2012-2017 voor het Erasmus MC.

Trendbreuk

Er is een duidelijke trendbreuk in de cijfers zichtbaar. 

tabel 2

Tabel 2: Aantallen dierproeven per diersoort 2012-2020. Bron: Erasmus MC

Huisvesting en verzorging volgens Europese richtlijn

De voorzieningen voor proefdieren en dierproeven moeten voldoen aan de eisen in de Europese richtlijn ter bescherming van dieren gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden (2010/63).
In de periode 2017 - 2018 zijn onderhoudswerkzaamheden verricht aan ruimten en installaties en dat heeft geleid tot opschorting van onderzoeken, omdat de dieren geen overlast mogen ondervinden van dergelijke werkzaamheden.

Aantallen dierproeven in Europa

De NVWa presenteerde vanaf 2017 de aantallen zoals die aan Europa werden doorgegeven. De categorie “dieren gedood voor hun materiaal, zonder voorafgaande handelingen” verdween uit de tabel. Voor het Erasmus MC betrof dat in 2017 ongeveer 2000 muizen. 

De overgangsregeling in de Europese wet gaf aan dat toestemmingen ‘oude stijl’ na 2017 niet meer zouden gelden. Vanaf eind 2014 konden projectvergunningen nieuwe stijl worden verkregen. Daarbij werden deels andere definities van een dierproef gehanteerd. Het uitvoeringsbesluit van de EU (2012/707/EU)  werd gewijzigd in 2020, om ook een gemeenschappelijk format voor de niet-technische samenvatting op te nemen (2020/569/EU). Daarmee worden de gegevens van de lidstaten samengebracht in een grote doorzoekbare Europese database.

Nederland hanteerde een beperktere definitie omdat geen uitvoering werd gegeven aan het vereiste dat bij het opzetten van nieuwe fokbestanden van genetisch gemodificeerde dieren, of kruisingen daarvan, bij de eerste generaties de ontwikkeling en gezondheid van de dieren nauwkeurig moet worden gevolgd alvorens besloten kan worden dat het dierenwelzijn daarmee niet wordt aangetast. De dieren die aldus in observatie zijn hebben daar op zichzelf geen last van, maar tellen volgens de EU als dierproeven. Dit werd in Nederland niet als zodanig doorgevoerd.

Verschillende onderzoeken, verschillende dieren

Muizen worden het meest gebruikt. In het algemeen voor onderzoek naar ziekten bij de mens en voor fundamenteel onderzoek, bijvoorbeeld bij onderzoek naar de vroege ontwikkeling. Daarbij wordt veel gebruik gemaakt van genetisch gemodificeerde muislijnen die in eigen beheer worden gefokt en ook gecreëerd, als model voor menselijke ziekten.

Ratten worden onder andere gebruikt voor onderzoek naar kanker, hoge bloeddruk en chronische nieraandoeningen, maar ook voor de training van medisch personeel, onderzoekers en biotechnici. Andere soorten knaagdieren worden in beperkte aantallen gebruikt voor zeer specifieke vraagstellingen waar ze het meest geschikt voor zijn. Fretten worden gebruikt voor onderzoek naar virusziekten, en soms Java-apen. Varkens worden gebruikt voor onderzoek naar hart- en vaatziekten, innovaties op het gebied van anesthesiologie en intensive care, en ook voor de training van medisch specialisten.

Muis in EDC

Vogels en vogelgriep

De meeste vogels in de meerjarentabel (Tabel 2 hierboven) zijn in het wild gevangen in verband met wildbeheer (bijvoorbeeld voor het aanbrengen en aflezen van ringen). Bij die gelegenheid kan gekeken worden welke vogelgriepvirussen zij bij zich dragen, en deze dus ook over grote afstand kunnen verspreiden. De vogels worden direct daarna weer losgelaten en leven verder in het wild. Inmiddels is er een verschuiving in de definitie waarbij bloedafname wordt aangemerkt als een dierproef maar enkel het oppervlakkig bemonsteren van slijmvliezen, met een wattenstaafje niet meer. Daarmee is het werk niet afgenomen maar het aantal dierproeven met in het wild levende vogels drastisch gedaald.

Het merendeel van de monitoring van virusinfecties bij wilde vogels wordt gedaan met onderzoek van dieren die dood gevonden zijn (vaak door voorbijgangers, waarbij de aanwijzing 'doe voorzichtig maar meld ze aan' geldt).

Vogels die in het Erasmus MC werden gebruikt voor onderzoek kwamen in een houderijsysteem uit het ei (o.a. kalkoenen en eenden).

dood gevonden vogel

Vissen

Zebravissen worden gebruikt voor onderzoek naar menselijke ziekten. Meestal betreft dat onderzoek met de bevruchte eicellen (de bevruchting vindt in het water plaats, dus de ouderdieren hebben daar geen last van). 

Impact van Covid-19

De pandemie ontstond in China, eind 2019, en verspreidde zich snel onder de menselijke bevolking maar ook sommige diersoorten. In maart 2020 werden stevige maatregelen genomen om het personenverkeer tot een noodzakelijk minimum te beperken maar daarbij werd gezorgd dat de dieren, en de lopende onderzoeken, ontzien werden. Fentener van Vlissingen: ‘Dit vormt een forse belasting voor het personeel en we zijn iedereen dankbaar voor de bijzondere inzet. Inmiddels hebben het onderzoek naar andere ziekten, en ook onderwijs, wel uitstel en vertraging opgelopen als gevolg van de corona pandemie.’

Gezien de aard van Covid-19 (veroorzaakt door een nieuw Coronavirus) en de bijzondere expertise van het Erasmus MC op dit gebied, werd in internationale samenwerking, onder andere met de WHO, het onderzoek gestart. 

Bij Java-apen werd onderzocht hoe de infectie verloopt en welke organen en weefsels daarbij betrokken raken, ook in vergelijking tot onderzoeksgegevens van eerdere nieuwe Corona virussen die bij mensen optraden (SARS-1 en MERS). ‘De infectie verliep mild, net als bij de meeste mensen, en het bleek ook dat oudere dieren minder weerstand hadden. Gelijktijdig werd gezocht naar andere diersoorten als model voor de ziekte’, aldus Fentener van Vlissingen.

Fretten worden gebruikt voor onderzoek naar overdracht via de lucht, ze worden van dit Corona-virus niet ziek maar verspreiden het wel. Aerosolen (ultrafijne druppeltjes die ook lang in de lucht blijven hangen) bleken bij de verspreiding een grote rol te spelen en hiervoor werden ook alternatieve modellen opgezet.
 
In dezelfde periode bleken in de praktijk andere kleine roofdieren (o.a. nertsen) wel ziek te worden, en ook sommige huisdieren besmet te kunnen worden. Dit onderzoek werd door andere instellingen gedaan.

De meeste muizen zijn ongeschikt voor onderzoek naar de besmetting omdat ze van nature niet beschikken over het eiwit waarop het virus aanhecht. Echter, Syrische goudhamsters zijn wel vatbaar en ontwikkelen longontsteking na besmetting via de neus. Het gebruik van hamsters is sindsdien fors toegenomen. Al dit onderzoek werd nauw gerelateerd aan de bevindingen bij mensen, in bevolkingsonderzoek en bij patiënten, iets waarin het Erasmus MC toen al een prominente rol vervulde. Er werd ook ingezet op het gebruik van menselijke cellen, onder andere uit longweefsel om de infectie en de afweer te bestuderen.


 
Voor algemene informatie over dierproeven en proefdieren, zie ook de website van de Stichting Informatie Dierproeven.