Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Patiëntenfolder

Stageringsoperatie (via een snee in de buik)

Operatie bij kanker aan eierstok of baarmoederslijmvlies

Download PDF
U heeft kanker aan uw eierstok of baarmoeder. Daarom krijgt u binnenkort een operatie. Deze operatie heet een stageringsoperatie. Uw arts vertelt u alles over de operatie. Hier kunt u deze informatie teruglezen, en vindt u extra informatie over de operatie. Iedere patiënt is anders. Dat betekent dat niet alle informatie ook voor u geldt. Als u na het lezen nog vragen heeft, neem dan gerust contact met ons op.



Over de operatie


Wat gaan we doen?


U krijgt een operatie omdat u kanker aan de eierstokken of baarmoeder heeft.

Tijdens de operatie verwijderen we:
  • Uw eierstok of beide eierstokken.
  • Uw baarmoeder.
  • Allebei uw eileiders.
  • Het vetschort. Dat ligt in uw buik over uw darmen heen.
  • Lymfeklieren in uw onderbuik en langs de grote slagader (aorta)in uw buik.
  • Een heel klein stukje van uw buikvlies. Dit vlies zit aan de binnenkant van uw buik om de organen heen.
  • Soms uw blinde darm.
Dit doen we omdat de kans op uitzaaiingen op deze plekken groot is. Een uitzaaiing is kanker op een andere plek dan de oorspronkelijke tumor.
Organen en weefsel die we weghalen bij een stageringsoperatie
Afbeelding 1. Deze organen en weefsels halen we tijdens de operatie weg.
Afbeelding(en) gemaakt met BioRender.com


Wat is het doel?


De doelen van de operatie zijn:

  • De kanker in uw eierstok of baarmoeder weghalen, door uw eierstok of baarmoeder te verwijderen.
  • Onderzoeken of u uitzaaiingen in uw lichaam heeft. Bij een uitzaaiing heeft de kanker zich verspreid naar andere delen van uw lichaam. We onderzoeken hoe ver de kanker zich heeft verspreid. Op basis daarvan bepalen we of u nog een behandeling nodig heeft. Bijvoorbeeld chemotherapie en/of bestraling.

Voorbereiding


Screening voor de operatie en het in slaap brengen


Voordat u wordt geopereerd, krijgt u een verwijzing naar polikliniek Pre Operatieve Screening. Hier bespreken we:

  • hoe uw gezondheid is
  • welke risico’s u loopt tijdens de operatie
  • het in slaap brengen. dit gebeurt met een narcose (algehele verdoving)
  • welke medicijnen u krijgt tegen de pijn, mogelijk via een ruggenprik (dun slangetje in uw rug)
Meer informatie hierover staat in de folder ‘Op de preoperatieve polikliniek’.

Gesprek met de casemanager


Op de polikliniek heeft u een gesprek met de oncologieverpleegkundige, zij is uw casemanager. Zij stelt u vragen en verzamelt gegevens die belangrijk zijn voor uw ziekenhuisopname. Met haar kunt u ook praten over gevoelens en emoties die met uw ziekte te maken hebben. De oncologieverpleegkundige is uw contactpersoon rondom de operatie en de periode daarna.


Onvruchtbaarheid


Na de operatie kunt u geen kinderen meer krijgen. Voor vrouwen met een kinderwens is dit zwaar. Ook voor een vrouw met kinderen kan dit verdrietig zijn.

Het kan zijn dat er voor u mogelijkheden zijn om wel vruchtbaar te blijven, en kinderen te krijgen na de operatie. Bijvoorbeeld door een eierstok en de baarmoeder niet te verwijderen. Als u een kinderwens heeft, bespreekt de arts met u de mogelijkheden.

Maatschappelijk werk


Ziekte of een ziekenhuisopname heeft invloed op uw lichaam en op uw gevoelens. U moet zich aanpassen aan een nieuwe situatie. Misschien krijgt u te maken met dingen die u nog niet kent. Sommige problemen kunt u zelf en met hulp van uw gezin en uw omgeving oplossen. Soms is dat niet genoeg. Dan heeft u professionele hulp nodig. Het medisch maatschappelijk werk kan u hierbij helpen.

Meer informatie hierover staat in de folder ‘Medisch maatschappelijk werk’.


Geestelijke verzorging


Als u dat wilt komt een van onze geestelijkverzorgers bij u langs. De geestelijkverzorger kan u begeleiden bij zingeving, levensvragen en spiritualiteit.

Niet scheren


Het is belangrijk dat u het operatiegebied (de schaamstreek) niet scheert in de week voor uw operatie. Scheren kan kleine wondjes veroorzaken die soms met het blote oog bijna niet te zien zijn. Deze wondjes verhogen de kans op het ontstaan van infecties van de operatiewond. Dit kan een reden zijn om uw operatie uit te stellen. Als uw arts het nodig vindt om lichaamshaar weg te halen, dan doen wij dit met een tondeuse op de operatiekamer.

Nuchter zijn


Voor uw operatie moet u nuchter zijn. U mag dan niet eten, drinken of roken.
6 uur voordat u in het ziekenhuis moet zijn, mag u niet meer eten en roken. U mag dan nog wel heldere dranken drinken. Bijvoorbeeld water, thee en aanmaaklimonade. 2 uur voordat u in het ziekenhuis moet zijn, mag u ook niets meer drinken.

Ligt u de dag voor de operatie al in het ziekenhuis? Dan vertelt de verpleegkundige hoe laat u nuchter moet zijn.

Gebruikt u medicijnen? Bespreek dit altijd met uw arts. Sommige medicijnen mag u rond de operatie niet innemen. Moet u de medicijnen innemen? Dit mag altijd met een slokje water. Ook in de tijden dat u nuchter moet zijn.

Meer informatie over nuchter zijn bij een operatie leest u in de folder “Nuchter rondom een operatie

Naar het ziekenhuis


U hoort ongeveer zeven dagen van te voren van de opnameplanner wanneer u wordt verwacht in het ziekenhuis. U wordt opgenomen op de verpleegafdeling. U heeft hier een eenpersoonskamer met een eigen badkamer en toilet.

Handig om mee te brengen naar het ziekenhuis:

  • persoonlijke verzorgingsproducten
  • gemakkelijke kleding en nachtkleding
  • slippers of pantoffels
  • ochtendjas of vest
  • oplader van uw telefoon
  • eigen medicatie
Er is geen kluisje aanwezig op uw kamer, laat uw geld en sieraden thuis.
U mag 2 bezoekers te gelijk ontvangen op uw kamer, de bezoektijden zijn elke dag van 11:00 uur tot 20:00 uur.

Gesprekken en onderzoeken


U heeft eerst een aantal gesprekken en onderzoeken:

  • U heeft een kennismakingsgesprek met de verpleegkundige. Hij/zij/die vraagt of u allergieën heeft, hoe uw algemene gezondheid is en hoe uw situatie thuis is.
  • We vragen welke medicijnen u gebruikt. Neem daarom een lijst mee met de medicijnen die u gebruikt. Neem ook uw eigen medicijnen voor tenminste 24 uur mee. We maken afspraken met u over het innemen van medicijnen.
  • We noteren de naam en het telefoonnummer van uw contactpersoon. Uw contactpersoon bellen we na de operatie om te vertellen dat de operatie klaar is. U kunt uw partner, familielid of goede vriend(in) opgeven als contactpersoon.
  • We nemen een medische vragenlijst met u door.
  • We nemen bloed bij u af.

De dag van de operatie


U wacht op uw kamer tot we u ophalen voor de operatie.

  • Let op: u mag geen sieraden, piercings, make-up of hoofddeksel dragen. Zet ook uw bril af en doe uw contactlenzen en kunstgebit uit.
  • De verpleegkundige geeft u speciale operatiekleding.
  • De verpleegkundige brengt u met uw bed naar de holding. Dat is de wachtruimte voor de operatiekamer.
  • De anesthesist (de dokter die u in slaap brengt) haalt u op uit de holding en neemt u mee naar de operatiekamer.


In de operatiekamer


In de operatiekamer staat een team van artsen en operatie-assistenten voor u klaar.

  • We lopen de laatste veiligheidsprocedures na.
  • We vragen naar uw naam en geboortedatum, we controleren uw polsbandje en vragen of u allergisch bent.
  • We bevestigen de afgesproken operatie.
  • U krijgt een infuus. Dat is een slangetje dat we in uw arm brengen. Via het infuus krijgt u vocht, medicijnen en de slaapmiddelen (narcose).
  • We brengen u in slaap tijdens de operatie. Dit heet "onder narcose".
  • Voor de operatie herhalen de operateurs en een co-assistent het inwendig onderzoek. U kunt op de poli aangeven of u akkoord bent dat de co-assistent dit onderzoek uitvoert.
  • We maken een snee in uw onderbuik. Van het schaambeen tot de navel (zie afbeelding 2).
  • We verwijderen de baarmoeder, eierstokken, eileiders, vetschort en lymfeklieren.
  • We hechten de huid weer dicht.
De operatie duurt ongeveer 4 tot 6 uur.
Snee in de buik
Afbeelding 2. Tijdens de operatie maken we een snee in uw buik. Hier heeft u na de operatie een litteken.
Afbeelding(en) gemaakt met BioRender.com




Na de operatie


Na de operatie brengen we u naar de uitslaapkamer (verkoever). Als u goed wakker bent, brengen we u naar uw kamer op de verpleegafdeling.

Het kan ook zijn dat u eerst naar een andere afdeling gaat, voordat u naar uw kamer op de verpleegafdeling gaat. Deze afdeling heeft de PACU (Post Anesthesie Care Unit). Hier kunnen we u met bewakingsapparatuur extra goed in de gaten houden. De opname op de PACU duurt in principe 1 dag.

Medicijnen tegen de pijn


Na de operatie krijgt u medicijnen tegen de pijn. Dat zorgt dat u goed kunt bewegen, hoesten en ademen. Dit is belangrijk om complicaties, zoals longproblemen en trombose, te voorkomen. Daarnaast kost het u energie als u pijn heeft. Deze energie heeft u hard nodig voor uw herstel.

Te veel pijn


Waarschuw de verpleegkundige als u pijn heeft. Wacht daarmee niet tot de pijn te erg (onhoudbaar) wordt. De verpleegkundige vraagt meerdere keren per dag aan u hoe het gaat met de pijn.

Kussentje


Leg een kussentje tegen uw buik. Dit zorgt dat u wat minder pijn voelt, vooral bij het hoesten.

Hoe krijgt u de medicijnen?


U krijgt de medicijnen tegen de pijn eerst via de ruggenprik , dit is een dun slangetje in uw rug. Dat slangetje hebben we tijdens de operatie ingebracht.
Na 2 dagen stoppen we hiermee en halen we het slangetje weg. We kijken dan hoe erg de pijn nog is. U krijgt daarna pillen tegen de pijn.

Slangetje voor zuurstof


Het kan zijn dat u na de operatie nog een slangetje voor zuurstof in uw neus heeft. Dan verwijderen we dat in de ochtend na de operatie.

Infuus


U heeft na de operatie een slangetje in uw arm. Dat is een infuus. Dit slangetje blijft zitten totdat u goed drinkt en geen medicijnen meer via het infuus krijgt.

Katheter


Tijdens de operatie krijgt u een katheter. Dat is een dun slangetje in de blaas. Via het slangetje loopt urine vanuit uw blaas naar een zak naast uw bed. U hoeft daardoor niet naar het toilet om te plassen.

U houdt de katheter totdat u zelf uit bed kan komen. Dat is meestal 2 dagen na de operatie.
We controleren of u zelf goed kunt plassen.

Wond


Meestal maken we de wond dicht met oplosbare hechtingen. Dat betekent dat we de hechtingen vanzelf oplossen. We hoeven ze er niet uit te halen.
Na de operatie zit er een pleister op de wond. We controleren de wond elke dag. Als de wond droog is, halen we de pleister eraf.

Ontlasting


Na de operatie duurt het ontlasten vaak wat langer en gaat dit wat moeilijker. Probeer niet te hard te persen.
U krijgt na de operatie medicijnen die zorgen dat de ontlasting op gang komt en zachter wordt.

Bewegen


Het is belangrijk om na de operatie snel weer in beweging te komen. Dat zorgt dat u sneller herstelt.
Zodra u terug bent op uw kamer, mag u proberen op de rand van het bed te gaan zitten.
U gaat stap voor stap steeds meer bewegen. Eerst helpt een verpleegkundige u daarmee. Daarna kunt u zelf bewegen.

Trombose


Na de operatie is de kans op trombose hoger. Bij trombose raakt een bloedvat verstopt door een bloedpropje.

In het ziekenhuis krijgt u elke dag een injectie in uw bovenbeen. Dat zorgt dat de kans op trombose kleiner wordt. Daarna gaat u thuis verder met de injecties. U zet dan zelf de injectie. Of een naaste zet bij u de injectie. Wij leren u hoe dit moet. Dit is nodig tot 4 weken na de operatie.

Volg de adviezen hieronder op als u in het ziekenhuis ligt. Zo maakt u de kans op trombose kleiner.

  • Beweeg regelmatig goed uw armen en benen.
  • Trek regelmatig uw benen op.
  • Adem goed door. Ook als dat pijn doet. Dit is heel belangrijk.

ERAS protocol


Het ERAS (Enhanced Recovery After Surgery) protocol is een versneld herstelprogramma. Dit zorgprogramma helpt u beter te herstellen na een operatie. Een sneller herstel betekent dat u eerder naar huis kunt.

Meer informatie over het versneld herstel programma staat in de folder ‘ERAS protocol’.

Naar huis


U kunt ongeveer 5 tot 7 dagen na de operatie naar huis. Hoelang u precies moet blijven, hangt af van uw herstel en de genezing van uw wond.

Emoties


Veel patiënten voelen zich in het ziekenhuis weer opgeknapt. Maar eenmaal thuis valt het vaak tegen. Meestal komen dan ook emoties los. Dat is niet vreemd.

Herstel


Het gaat steeds iets beter met uw lichaam. Meestal duurt het herstel 6 weken.

We kunnen niet precies zeggen wanneer u uw dagelijkse activiteiten weer kunt uitvoeren. Waarschijnlijk kunt u na ongeveer 6 weken de meeste dingen weer doen. Blijf naar uw lichaam luisteren.

Leefregels voor thuis


Conditie


In het begin kunt u thuis niet alles zelf doen. Het kan zijn dat u zich snel moe voelt. Misschien kunt u minder aan dan u verwacht. Uw lichaam geeft aan wat u kunt en wat niet. Luister naar uw lichaam. Stop als u moe wordt en gun uzelf genoeg rust. Ga bijvoorbeeld ‘s middags even liggen.

Tillen


De eerste 6 weken na de operatie mag u niet zwaar tillen of zware huishoudelijke taken uitvoeren zoals: stofzuigen, dweilen, bedden verschonen en ramen zemen. Draag geen kinderen, boodschappentassen of vuilniszakken. Minder zware klusjes kunt u stap voor stap weer doen.

Douchen en in bad


U mag elke dag douchen. U mag 6 weken niet in bad of zwemmen.

Sporten


De eerste 6 weken na de operatie mag u niet sporten. U mag wel wandelen.

Fietsen


De eerste 6 weken na de operatie mag u niet fietsen.

Autorijden


De eerste 6 weken na de operatie mag u geen autorijden.

Seks


De eerste 6 weken na de operatie mag u geen seks (geslachtsgemeenschap) hebben.

Tampons


De eerste 6 weken na de operatie mag u niets in de vagina inbrengen, zoals een tampon.

Werken


Overleg met uw werkgever en bedrijfsarts over een schema om weer te beginnen met werken als u hier aan toe bent.

Afscheiding


U kunt tot 2 weken na de operatie nog wat bloed verliezen. U kunt tot 6 weken na de operatie nog wat bruine afscheiding verliezen.



Nazorg


Uitslag en eerste controle


Ongeveer 14 dagen na de operatie komt u terug naar het ziekenhuis. U komt dan voor controle en u krijgt de uitslag van het onderzoek. Vraag uw partner of iemand anders om met u mee te gaan.

  • U krijgt dan de uitslag van het onderzoek. Een arts die groepen cellen onderzoekt (patholoog) bekijkt met een speciaal vergrootglas (microscoop) uw cellen die tijdens de operatie zijn weggehaald. Bijvoorbeeld cellen van de baarmoeder, eierstokken en lymfeklieren. U hoort ook of u nog een behandeling nodig heeft.
  • De arts bespreekt hoe het met u gaat. Als het nodig is, doen we een algemeen lichamelijk onderzoek en een inwendig onderzoek. Daarbij krijgt u een echo via uw vagina en een eendenbek in uw vagina.
  • Daarna heeft u een gesprek met de casemanager. U kunt dan uw vragen en problemen bespreken.
De afspraak voor de eerste controle krijgt u via een brief thuis of een e-mail in de dagen nadat u met ontslag naar huis bent.

Controles


Als u geen verdere behandeling nodig heeft, komt u elke 3 maanden terug voor controle bij de gynaecoloog.

Bijwerkingen en complicaties


Plassen


Na de operatie werkt de blaas soms anders dan voor de operatie. Daardoor kan plassen anders gaan dan u gewend bent.

Het kan zijn dat u:

  • Af en toe wat urine verliest.
  • Vaker op een dag moet plassen.
Dit gaat vanzelf over.

Neem contact met ons op bij de volgende klachten:

  • kleine beetjes plassen
  • donkere of troebele urine
  • branderig gevoel bij het plassen
  • koorts
Het kan zijn dat u dan een blaasontsteking heeft.

Menstruatie


Als u nog ongesteld wordt, dan stopt dit na de operatie. Dat komt doordat uw baarmoeder en eierstokken zijn verwijderd.

Overgang


Als u nog niet in de overgang bent, dan komt u na de operatie in de overgang. Dit komt omdat uw lichaam dan geen hormonen (oestrogeen en progesteron) meer maakt. U kunt dan last krijgen van:

  • veel zweten
  • opvliegers
  • depressieve buien
Bespreek deze klachten met ons of met uw huisarts. Als het nodig is, kunt u hiervoor medicijnen krijgen.

Meer informatie staat in de folder ‘Hormoon subsitutie therapie’.

Onvruchtbaarheid


Na de operatie kunt u geen kinderen meer krijgen. Voor vrouwen met een kinderwens is dit zwaar. Ook voor een vrouw met kinderen kan dit verdrietig zijn.


Seksualiteit


U mag weer seks hebben als uw wonden genezen zijn. Dit is ongeveer 6 weken na de operatie.
Iedere vrouw ervaart seks na de operatie anders. Het kan een lange tijd duren voordat u weer plezier beleeft aan vrijen. In deze periode zijn knuffelen en intimiteit belangrijk.
Het kan zijn dat u minder zin heeft om te vrijen. Uw orgasme kan anders zijn dan voor de operatie. Vooral als u tijdens een orgasme de baarmoeder voelde samentrekken.

Het is belangrijk met uw partner over uw gevoelens te praten. Ook uw partner kan in het begin onzeker zijn.
U kunt problemen op seksueel gebied bespreken met uw arts of casemanager.

Contact


Wanneer moet u contact opnemen?


Neem direct contact op als:

  • De wond gaat bloeden.
  • U plotseling koorts krijgt boven de 38,5 °C.
  • De wond rood en dik is.
  • U iets niet vertrouwt.
Is uw operatie korter dan 6 weken geleden? Neem dan contact op met de verpleegafdeling Gynaecologie (zie Contact hieronder).

Is uw operatie langer dan 6 weken geleden? Neem dan contact op met de casemanager (zie Contact hieronder) of uw huisarts.

Hoe kunt u contact opnemen?


  • Verpleegafdeling Gynaecologie: (010) 703 33 46
  • Casemanager: (010) 703 14 20
  • Algemene nummer Erasmus MC: (010) 704 0 704
  • Polikliniek Gynaecologische oncologie: (010) 704 02 51

Heeft u nog vragen?


Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Dan kunt u deze tijdens de controle stellen aan uw arts. Ook kunt u altijd contact opnemen met de casemanager.

Wetenschappelijk onderzoek


In het Erasmus MC doen we veel wetenschappelijk onderzoek. Als u in aanmerking komt voor een behandeling die onderdeel is van een wetenschappelijk onderzoek, vertellen wij u hierover op de polikliniek.

U heeft bij uw bezoek op de polikliniek een informatiebrief gekregen over de Gyn Onco Biobank en Archipelago biobank. In deze biobank bewaren we bloed en ander lichaamsmateriaal (bijvoorbeeld stukjes tumor), dat niet meer nodig is voor uw diagnose of behandeling. Als u toestemming geeft, gebruiken we dit voor wetenschappelijk onderzoek.

Patiëntinformatiecentrum Oncologie (PATIO)


Het patiëntinformatiecentrum is er voor iedereen die met kanker te maken krijgt, als patiënt of naaste. Het informatiecentrum bevindt zich aan de Zimmermanweg en is geopend van maandag t/m vrijdag van 8.00 - 16.30 uur. Telefoon: (010) 704 12 02. Mail: patio@erasmusmc.nl Voor alle mogelijkheden en activiteiten: www.erasmusmc.nl/kankerinstituut/patio. Kijkt u ook eens naar het ervaringsverhaal van Joris: www.erasmusmc.nl/video-patient-patio

Familiehuis


In het Familiehuis kunnen partners en familieleden van patiënten logeren gedurende de periode van behandeling. In het Familiehuis beschikken zij (voor een relatief kleine eigen bijdrage) over een eigen gastenkamer met badkamer. Ook kunnen ze gebruikmaken van de gemeenschappelijke faciliteiten zoals als een keuken, eetkamer en woonkamer. Het huis geeft zowel de zieke als logerende familieleden de rust van het dichtbij elkaar kunnen zijn.

Meer informatie over het Familiehuis kunt u vinden op de website www.familiehuis.nl.
Telefoon: (010) 704 11 05.
Mail: familiehuis@erasmusmc.nl



Meer informatie


Kanker.nl Informatieplatform en sociaal netwerk voor (ex-)patiënten en naasten.
(0800) 022 66 22
www.kanker.nl
contact@kanker.nl

AYA Jong en kanker
www.AYAzorgnetwerk.nl

Stichting OLIJF, Netwerk van vrouwen met gynaecologische kanker
Postbus 1478, 1000 BL Amsterdam
(020) 303 92 92
olijf@olijf.nl
www.olijf.nl

Nederlandse Kankerbestrijding (KWF)
Sophialaan 8, 1075 BR Amsterdam
(0800) 022 66 22 (hulp- en informatielijn)
www.kankerbestrijding.nl

Regyon, regionaal netwerk gynaecologische oncologie (zuid- west Nederland)
www.eierstokkankernetwerk.nl

Nederlandse Lymfoedeem Netwerk
Postbus 723, 2003 RS Haarlem
info@lymfoedeem.nl
www.lymfoedeem.nl

IPSO Instellingen PsychoSociale Oncologie (inloophuizen)
Bunuellaan 1, 1325 PP Almere
(06) 38 82 35 97
info@ipso.nl
www.ipso.nl

NVFL (Nederlandse vereniging van fysio- en lymfoedeemtherapeuten)
www.nvfl.nl