Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Nieuws

Testuitbreiding antistoffen tegen huid

17 september 2019

Het testen van antistoffen tegen huid middels indirecte immunofluorescentietest op epitheel is uitgebreid met antigeen-specifieke ELISA.

Autoimmuun bulleuze dermatose kenmerkt zich door intra-of subepidermale blaarvorming en is geassocieerd met antistoffen tegen structurele componenten van de huid. Deze antistoffen kunnen gescreend worden middels indirecte immunofluorescentietest op epitheelweefsel (primaten oesophagus), waarbij afhankelijk van de antigene specificiteit een aankleuring van intercellulaire ruimte (ICS) of basaalmembraan zone (BMZ) gezien kan worden.

Doorgaans wordt een ICS patroon gezien bij pemphigus beelden (foliaceus, vulgaris en paraneoplastisch) terwijl een BMZ patroon past bij pemphigoid en epidermolysis bullosa aqcuisita (EBA).

Om nadere specificatie mogelijk te maken heeft het Laboratorium Medische Immunologie deze diagnostiek uitgebreid met specifieke ELISA tegen de zes meest prevalente antigenen BP180, BP230, desmogleine 1 (DSG1), desmogeleine 3 (DSG3), envoplakine en collageen type VII. Hiermee kan serologisch verder onderscheid gemaakt worden binnen beide immunofluorescentie patronen. ICS patroon: anti-DSG1 en/of -3 past bij pemphigus vulgaris dan wel foliaceus en anti-envoplakine past bij paraneoplastische pemphigus. BMZ patroon: anti-BP180/230 past bij pemphigoid en anti-collageen type VII past bij EBA. Deze testuitbreiding gaat vooralsnog niet gepaard met een verhoging van het testtarief voor antistoffen tegen huid.

Bij vragen kunt u contact opnemen met Dr. Marco Schreurs van het laboratoriumspecialisme Medische Immunologie