Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Stethoscoop
Operatie

Voorhoofdslap

Het merendeel van de huidtumoren in het gelaat ontstaat op de neus. Vanwege de stugge, onbeweeglijke huid en de nabijheid van het kraakbeenskelet en inwendige slijmvliezen van de neus, heeft verwijdering van een kleine huidtumor al snel grote gevolgen. Wonden van meer dan 1,5 cm kunnen niet meer simpel worden gesloten door directe sluiting, een huidtransplantaat of verplaatsing van huid van de neus. In deze gevallen is meestal verplaatsing van huid van het voorhoofd (voorhoofdslap) noodzakelijk om een cosmetisch en functioneel bevredigend resultaat te bereiken.

Wat we gaan doen

Wat is deze operatie

Bij een neusreconstructie met een voorhoofdslap zijn in de regel 3 tot 4 ingrepen nodig om tot een goed eindresultaat te komen. Tijdens de eerste ingreep onder algehele narcose wordt huid van het voorhoofd verplaatst naar de neus voor reconstructie van de uitwendige huid en, indien nodig, de binnenzijde van de neus. Deze voorhoofdslap blijft gedurende 6 tot 8 weken met een deel aan het voorhoofd vastzitten om goede doorbloeding van het weefsel te garanderen. Soms worden ook kraakbeentjes van oorschelp of ribben gebruikt ter reconstructie van het neuskraakbeenskelet. De ontstane wond van het voorhoofd kan meestal niet helemaal worden gesloten. Deze zal spontaan genezen in de daaropvolgende 2 maanden.

De tweede en derde ingreep vinden meestal ook onder algehele narcose plaats tijdens een aparte (dag)opname. De tweede ingreep wordt drie tot vier weken na de eerste uitgevoerd en de derde ingreep weer ongeveer een maand na de tweede. Tijdens de tweede ingreep wordt de voorhoofdslap losgemaakt van de neus en uitgedund om een betere contour van de neus te bereiken. Soms worden wederom kraakbeentjes toegevoegd ter ondersteuning van het kraakbeenskelet. Tijdens de derde ingreep wordt de verbinding (vaatsteel) van de voorhoofdslap naar het voorhoofd doorgenomen en wordt de voorhoofdslap verder uitgedund en in gehecht.

Soms is het noodzakelijk om nog een vierde ingreep uit te voeren om het resultaat verder te perfectioneren, meestal zes tot tien maanden later.

Bijwerkingen & complicaties

Kort na de operatie

Ernstige complicaties die leiden tot een heroperatie of duidelijk slechter eindresultaat komen niet vaak voor. Zulke complicaties zijn: nabloeding, weefselversterf en een ernstige wondinfectie. Milde complicaties zoals een geringe wondgenezingsstoornis of milde wondinfectie die met goede wondzorg poliklinisch te behandelen zijn, komen wel af en toe voor. Doorgaan met roken rondom de ingreep verhoogt de kans op complicaties aanzienlijk. Andere risicofactoren voor wondgenezingsstoornissen zijn onder andere: bestraling, suikerziekte, en prednisongebruik.

Thuis

In de meeste gevallen dient het verband van de wonden aan voorhoofd en neus regelmatig te worden verschoond, waarvoor u na ontslag vaak thuiszorg nodig hebt om de wonden voor u te kunnen verzorgen. Deze thuiszorg vragen wij voor u aan. Afhankelijk van uw conditie en van het feit of de thuiszorg voor u is geregeld, kunt u de dag na de operatie naar huis.

 

Begeleiding
Als u met ontslag bent gegaan zal u thuis dagelijks door medewerkers van de thuiszorg worden bezocht. Zij zullen uw wond verzorgen volgens een door ons meegeven richtlijn.

Aandoeningen

Checklist

Komt u binnenkort bij ons voor een onderzoek, behandeling of operatie?

Wat kunt u verwachten? Wat neemt u mee? Alles wat u moet weten in een handig overzicht.

Bereid u voor