Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
bandage
Aandoening

Erfelijke aanleg voor kanker

Mensen met een erfelijke aanleg voor kanker hebben een aangeboren verhoogd risico op het krijgen van kanker.

Over deze aandoening

Wat is het?

Wat is deze aandoening?

Een erfelijke aanleg voor kanker wordt meestal veroorzaakt doordat er een pathogene variant (= ziekteveroorzakende verandering) in een belangrijk gen in de eicel of zaadcel, waaruit een persoon ontstaat. Soms is er naast een verhoogd risico op kanker ook sprake van andere gezondheidsproblemen of bijzondere kenmerken. Men spreekt dan van een syndroom.

Voor meer informatie hierover verwijzen we u naar de website www.erfelijkheid.nl

Hoe vaak komt het voor?

In Nederland krijgt ongeveer één op de drie à vier personen kanker, meestal bij het ouder worden. Bij ongeveer 25% komt kanker in de familie voor. Bij het ontstaan van kanker spelen zowel erfelijke als niet-erfelijke factoren een rol. In 5-10% van de gevallen is sprake van een erfelijke factor, die een sterk verhoogd risico op kanker geeft. Er worden echter steeds meer aanlegfactoren (genen) bekend, die een matig verhoogd risico op kanker kunnen geven. Een combinatie van deze factoren en/of een combinatie van een dergelijke erfelijke factor met niet-erfelijke risico factoren (zoals roken) kan ook een verhoogd risico op kanker geven.

Soorten

Onderaan deze pagina treft u links  naar de verschillende erfelijke aandoeningen die op deze site beschreven zijn.

Van die soorten zijn ook beschrijvingen op de site erfelijkheid.nl:

Meer informatie over erfelijke kanker, gevolgend voor u en overige familieleden is te vinden op de site van Erfocentrum.

Oorzaak

Wat is erfelijkheid?

Iedere cel van het menselijk lichaam bevat 46 chromosomen, namelijk 23 chromosomenparen. Van elk paar is het ene chromosoom van de moeder (via de eicel) en het andere van de vader (via de zaadcel). De chromosomen zijn de dragers van het menselijk erfelijkheidsmateriaal en bevatten de volledige genetische informatie die noodzakelijk is voor het ontwikkelen, in stand houden en voortplanten van een mens.

Chromosomen zijn voor te stellen als lange, dunne strengen of draden, die bestaan uit een stof die DNA (desoxyribonucleïnezuur) heet. Het DNA bevat de code waarin alle erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd. Een gen is een klein stukje van het DNA dat een bepaalde eigenschap heeft. Genen bepalen al de erfelijke eigenschappen, zoals de kleur van het haar en de ogen. Verder zorgen de genen ervoor dat bepaalde eigenschappen overgaan van ouder op kind (overerven). Genen kunnen ook een rol spelen bij de aanleg voor een bepaalde aandoening. 

dna streng

Hoe ontstaat (erfelijke) kanker?

Het lichaam maakt constant nieuwe cellen aan om verouderde of beschadigde cellen te vervangen. Dit gebeurt door celdeling: uit één cel ontstaan twee nieuwe, die zich ook weer delen enzovoort. Soms gaat er wat mis tijdens de celdeling of door invloeden van buitenaf en kan er in een gen in één cel een verandering ontstaan. Dit wordt een variant genoemd.

Normaal gesproken controleert het lichaam dit proces heel goed dankzij zogenaamde DNA-reparatiesystemen. Maar met het ouder worden of bij blootstelling aan veel schadelijke stoffen kunnen varianten in het DNA zich in een cel opstapelen. Als er teveel pathogenen (=ziekteveroorzakende) varianten in één cel ontstaan, kan deze cel kwaadaardig worden en ontstaat kanker. In dit geval zitten de varianten alleen in de beschadigde lichaamscellen. Als deze niet in de eicel of zaadcel zitten, worden ze niet doorgegeven aan kinderen.

Bij erfelijke aanleg voor kanker zit een pathogene variant wél in de ei- of zaadcellen. Dan kan ze dus wél worden doorgegeven aan kinderen. Er is dan sprake van een erfelijke aanleg voor kanker.

Symptomen en gevolgen

Wanneer kan sprake zijn van erfelijke kanker?

Dit geldt bijvoorbeeld als: 

  • u zelf of een familielid op ongebruikelijk jonge leeftijd kanker heeft gekregen.
  • u meerdere keren kanker heeft gekregen.
  • u een familie heeft waar kanker veel voorkomt.
  • er bij u sprake is van bepaalde combinaties van kanker, bijvoorbeeld borst- en eierstokkanker of darm- en baarmoederkanker.

Maatschappelijke gevolgen

Een erfelijke aanleg voor kanker kan maatschappelijke gevolgen voor u hebben. Denk hierbij aan het afsluiten van (hoge) hypotheken of een arbeidsongeschikheidsverzekering.
Voor meer informatie over de maatschappelijke gevolgen verwijzen we u naar de website www.erfelijkheid.nl.

Gevolgen voor kinderen en keuzes bij een kinderwens

Veel aanlegfactoren voor kanker erven ‘autosomaal dominant’ over. Dit betekent dat kinderen van iemand met een aanleg voor kanker een risico hebben van 50% om deze aanleg te erven. Een genetische test om te bepalen of een kind een aanleg geërfd heeft, wordt doorgaans aangeboden vanaf een leeftijd waarop dit medische consequenties heeft (bijvoorbeeld wanneer controles worden geadviseerd). Vanaf 16 jaar kan een kind zelf beslissen of het op een aanleg onderzocht wil worden.

Een erfelijke aanleg kan ook gevolgen hebben voor keuzes die mensen maken ten aanzien van kinderwens. Deze keuzes zijn heel persoonlijk en kunnen ook per aanleg verschillen. Voor meer informatie over deze gevolgen en keuzemogelijkheden kunt u naar de relevante pagina hierover op de website www.erfelijkheid.nl gaan.

Gevolgen voor overige familieleden

Als de aanleg in een familie bekend geworden is, is het mogelijk familieleden op deze aanleg te onderzoeken. Diegenen die de aanleg geërfd hebben, krijgen zo nodig uit voorzorg controles of operaties aangeboden. Op de website van www.erfelijkheid.nl staat ook informatie over hoe je familieleden kunt informeren over erfelijke aanleg voor kanker.  

Wat wij voor u doen

Onderzoek en diagnose

Als u vragen heeft over een erfelijke aanleg voor kanker bij uzelf of binnen uw familie, kunt u overleggen met uw huisarts of behandelend specialist. Indien nodig kan deze u een verwijsbrief voor erfelijkheidsvoorlichting en/of -onderzoek bij de afdeling Klinische Genetica geven.

Bij het spreekuur 'Erfelijkheid en kanker' kunt u meer informatie over erfelijke aanleg voor kanker lezen.

Research onderzoeker lab

Met wie heeft u te maken?

Afhankelijk van uw situatie kunt u op de polikliniek Klinische Genetica te maken krijgen met de volgende zorgverleners:

  • Klinisch geneticus.
  • Verpleegkundig specialist.
  • Genetisch consulent.
  • Arts-assistent.
  • Psycholoog.
  • Doktersassistente.

Zo nodig wordt u verwezen naar andere zorgverleners.

Checklist

Komt u binnenkort bij ons op bezoek?

Hoe bereidt u uw gesprek voor? Wat neemt u mee? Alles wat u moet weten in een handig overzicht.

Bereid u voor