target menu
 

CYP2C19

Amitryptiline, clobazam, diazepam...

Bepaling
CYP2C19 genotypering
806C>T (*17)
636G>A (*3)
681G>A (*2)

Klinische informatie
Ongeveer 3-5% van de blanke en 15-20% van de Aziatische bevolking is een CYP2C19 trage metaboliseerder (poor metaboliser: PM) door de aanwezigheid van twee variant allelen. De belangrijkste varianten zijn *2  en *3, beiden coderend voor inactief CYP2C19 (www.cypalleles.ki.se). Heterozygoten (1 actief en 1 inactief allel) vertonen een intermediair metabolisme (IM). Het *17 allel codeert voor een hogere expressie van CYP2C19, en is geassocieerd met een hogere enzymactiviteit in CYP2C19*17/*17 patiënten.

Betrokken geneesmiddelen (o.a.)
Amitryptiline, clobazam (omzetting van desmethylclobazam), clomipramine, clopidogrel (activering), diazepam, fenytoïne, imipramine, omeprazol, pantoprazol (zie ook www.drug-interactions.com).

Methode
TaqMan en PCR-RFLP op  -806C>T, 636G>A en 681G>A.

Materiaal
EDTA-bloed (4 mL). Opslag in koelkast (max 4 dagen), verzenden kan bij kamertemperatuur.

Uitkomst van de test
                             

 Normaal

 CYP2C19*1/*1 

  (= geen *2 en geen *3 allel aanwezig)

 Intermediair      CYP2C19*1/*2, *1/*3
 Traag   CYP2C19*2/*2, *2/*3, *3/*3
 Ultrasnel   CYP2C19*1/*17, *17/*17

De vertaling naar normaal, intermediair, traag en ultrasnel is een veralgemenisering van het effect op de enzymactiviteit, gebaseerd op de omzetting van een standaard substraat. Voor niet alle geneesmiddelen zal dit onderscheid even sterk aanwezig zijn. Raadpleeg KNMP-Kennisbank, apotheker en/of klinisch farmacoloog. 

Referentiewaarden
Caucasiers:  3-5% traag, 15% intermediair metabolisme
Afrikanen:      3-5% traag,  15% intermediair metabolisme
Aziaten:      15-20% traag, 35% intermediair metabolisme

  

 Allelfrequenties *2*3  *17
 Caucasiers  13% 0.2% 22% 
 Afrikanen  17% 0.4%  ? %
 Aziaten  31% 5.0% ? %


Interpretatie en consequenties voor therapie:
Voor doseringsaanpassingen op basis van genotype: raadpleeg apotheker, KNMP kennisbank of zie Swen et al 2008 CPT 83:781-7.

Gevoeligheid en beperkingen
Detecteert ~90% van alle (genetisch veroorzaakte) trage metaboliseerders
Traag metabolisme als gevolg van zeldzamere DNA varianten kan niet 100% worden uitgesloten.
Eventueel kan op additionele polymorfismen worden getest.

Bepalingsfrequentie:
Wekelijks.

Literatuur:

  1. Goldstein JA. Clinical relevance of genetic polymorphisms in the human CYP2C subfamily. Br J Clin Pharmacol. 2001 Oct;52(4):349-55. Review.